ABP pensioenpremie bij WW uitkering - wel of niet onder de WNT normering

Gestart door Controller onderwijs, woensdag 17 juni 2026, 09:23:12

Controller onderwijs

Een voormalig topbestuurder van onderwijsinstelling heeft na beëindiging van het dienstverband voor bepaalde tijd recht op een WW uitkering. Daardoor blijft hij bij het pensioenfonds ABP voor 50% pensioen opbouwen. De pensioenpremie hiervoor wordt door het ABP in rekening gebracht bij de voormalig werkgever. Valt deze pensioenpremie voor de periode na het dienstverband in het kader van de wet normering topinkomens ook onder de normering van de regeling wet normering topinkomens of valt dit op basis van artikel 4.2 van de uitvoeringsregeling WNT niet onder de normering?

HelpdeskWNT

De Helpdesk WNT van het ministerie van BZK geeft op het Forum uitvoering Wet normering topinkomens algemene wetsuitleg over de toepassing van de WNT. Wij geven geen casusbeoordelingen af of toestemming (impliciet of expliciet) voor afspraken of voor WNT-verantwoordingen. Wel kan in algemene zin vanuit wetsuitleg het volgende worden opgemerkt.
 
Artikel 1.1, onderdeel b, onder 6° WNT (nawerking normering bij behoud dienstverband na beëindiging functie als topfunctionaris) is niet van toepassing voor zover het dienstverband met de WNT-instelling inmiddels is beëindigd. Uit uw vraagstelling maken wij op dat dit het geval is (u spreekt over de voormalige werkgever en er is sprake van een toegekende WW-uitkering).
 
Artikel 2, lid 1 sub q, Uitvoeringsregeling WNT bepaalt dat ten aanzien van de functionaris in dienstbetrekking het werkgeversdeel van pensioenpremies tot de bezoldiging in de zin van de WNT wordt gerekend. In het onderhavige geval lijkt geen sprake meer te zijn van een dienstbetrekking. Een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (wettelijke WW-uitkering) vormt voor een topfunctionaris in dienstbetrekking naar inhoud, aard en strekking geen bezoldiging voor de WNT (het is immers geen component die voortvloeit uit het dienstverband ofwel die beloning vormt voor het verrichten van werkzaamheden, maar uit de beëindiging van het dienstverband) en ook geen uitkering wegens beëindiging van het dienstverband als bedoeld in de WNT (d.w.z. voor zover de WW-uitkering rechtstreeks, dwingend en eenduidig uit een wettelijk voorschrift, namelijk de WW, voortvloeit). De WNT maximeert met andere woorden niet de uitkering die op grond van de WW is toegekend. Omdat de wettelijke WW-uitkering zelf niet gemaximeerd is, is het werkgeversdeel pensioenpremie dat over die uitkering wordt berekend zelf ook geen bezoldiging in de zin van de WNT en evenmin een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband.
 
Volledigheidshalve merken wij nog op dat de periode waarover een volledige WW-uitkering wordt ontvangen en er geen sprake (meer) is van het verrichten van werkzaamheden als topfunctionaris in mindering moet worden gebracht op de in artikel 2.1, derde lid, WNT bedoelde duur van het dienstverband (in het kader van het bepalen van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum). De periode waarover een gedeeltelijke WW-uitkering wordt ontvangen naast het in deeltijd (blijven) verrichten van werkzaamheden als topfunctionaris, moet leiden tot een vermindering van de omvang van het dienstverband als bedoeld in artikel 2.1, tweede lid, WNT (wederom in het kader van het bepalen van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum). Als duur of omvang van het dienstverband als topfunctionaris niet zou worden aangepast in verband met het ontvangen van een WW-uitkering, zou dat de mogelijkheid geven om de bezoldiging over de periode waarin (nog wel) sprake is van het verrichten van werkzaamheden als topfunctionaris te verhogen. Dat is niet de bedoeling van de WNT want dat zou de deur openzetten voor ontwijking of ontduiking van het bezoldigingsmaximum.