Per 1-1-2018 komt art. 6 van de Beleidsregels WNT na inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT (gewezen topfunctionaris) te vervallen. Daarvoor in de plaats komt per 1-1-2018 een uitbreiding van de definitie topfunctionaris in de WNT (art. 1.1, lid 1, onderdeel b, ten zesde). Volgens het overgangsrecht (art.7.3b) gaat die nieuwe bepaling niet gelden voor personen die al voor 1-1-2018 van functie wisselden. Klopt het dan dat de gewezen topfunctionaris, die voor 1 januari 2018 zijn functie neerlegde, per 1-1-2018 niet meer onder het regime van de gewezen topfunctionaris valt nu die bepaling komt te vervallen en dus geldt als iedere andere functionaris?
Een topfunctionaris die tenminste twaalf maanden een
topfunctie heeft vervuld en vervolgens een niet-topfunctie gaat
vervullen bij dezelfde instelling blijft nog vier jaar aangemerkt als
topfunctionaris. Het begrip 'gewezen topfunctionaris' vervalt.
WNT-instellingen vermelden gewezen topfunctionarissen voor het laatst in de
WNT-verantwoording over kalenderjaar 2017.
Het klopt dat artikel 1.1, eerste lid,
onderdeel b, onder 6, WNT niet gaat gelden voor iemand die tot en met 31
december 2017 als gewezen topfunctionaris werd aangemerkt. Uit het overgangsrecht
in het nieuwe artikel 7.3b volgt dat de nieuwe bepaling alleen geldt voor
dienstverbanden als topfunctionaris die na inwerkingtreding van de Evaluatiewet
WNT (lees: vanaf 1 januari 2018, de inwerkingtredingsdatum van de bepaling) zijn
aangegaan. Dat is bij iemand die thans nog wordt aangemerkt als gewezen
topfunctionaris per definitie niet het geval. Indien
een dienstverband op enig moment na 1 januari 2018 wordt verlengd, is artikel
1.1, eerste lid, onder 6, van de WNT wel op deze topfunctionaris van toepassing
op grond van het tweede lid van artikel 7.3b. Zijn/haar bezoldiging is wel
genormeerd en blijft ook genormeerd voor een periode van vier jaar, indien de
functie van topfunctionaris is vervuld voor een periode van twaalf maanden of
langer.