Hoe dient een
(top)functionaris gekwalificeerd te worden, indien ná 1 januari 2018 een
tijdelijke niet-topfunctie wordt vervuld als onderdeel van afspraken in
het kader van de beëindiging van het dienstverband.
·
De
topfunctionaris is reeds sinds invoering van de WNT topfunctionaris;
·
Er is sprake
van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd;
·
Eind 2017
maken partijen afspraken omtrent de beëindiging van het dienstverband;
·
Onderdeel van
deze afspraken is:
-
dat het
dienstverband per 1 januari 2019 komt te eindigen;
-
dat per 1
januari 2018 de topfunctie wordt neergelegd;
-
dat tot het
einde van het dienstverband een daadwerkelijke niet-topfunctie wordt vervuld.
Kwalificeert een
topfunctionaris die ná 1 januari 2018 de topfunctie neerlegt en als onderdeel
van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tijdelijk een niet-topfunctie
gaat vervullen, als overige functionaris of blijft deze aangemerkt als
topfunctionaris.
Zou het antwoord anders
worden indien de topfunctie niet op 1 januari 2018 wordt neergelegd, maar op 1
december 2017 wordt neergelegd, waarbij de overige uitgangspunten gelijk
blijven.
Tot 1 januari 2018 gold onder omstandigheden dat een topfunctionaris na het
neerleggen van zijn taken voor de toepassing van de WNT als topfunctionaris bleef
aangemerkt en niet als gewezen topfunctionaris (artikel 6, tweede lid,
Beleidsregels WNT 2017 bij inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT). Dit gold:
-
in elk geval in de situatie dat de voortzetting van het
dienstverband in een functie als niet-topfunctionaris onderdeel uitmaakte van
de afspraken die met het oog op de beëindiging van het dienstverband als
topfunctionaris waren gemaakt;
-
tevens in de situatie dat een topfunctionaris, die in het
kader van een reorganisatie was aangewezen als herplaatsingskandidaat,
tijdelijk een functie als niet-topfunctionaris vervulde, vooruitlopend op een
definitieve herplaatsing binnen de organisatie dan wel ontslag als herplaatsing
niet mogelijk bleek.
Per 1 januari 2018 is (bij de inwerkingtreding van de Beleidsregels WNT
2018) deze beleidsregel vervallen en geldt deze niet meer. Dit vanwege het van
het nieuwe artikel 1.1, onderdeel b, onder 6⁰, WNT. Er is hierbij niet voorzien
in overgangsrecht, dus kan die bepaling ook niet meer worden toegepast.
Omdat de persoon in de
vraagstelling topfunctionaris was vóór 1 januari 2018, is voor hem artikel 1.1,
onderdeel b, onder 6⁰, WNT niet van toepassing (aldus volgt uit
artikel 7.3b, eerste lid, WNT). Deze blijft dus geen topfunctionaris na 1 januari
2018. Ook blijft deze persoon geen gewezen topfunctionaris, want dat begrip en
alle daarbij behorende regelgeving is, zoals gezegd, vervallen. Betrokkene wordt
dus over het jaar 2018 niet genormeerd in de opvolgende functie.
Indien de topfunctie
niet op 1 januari 2018 maar op 1 december 2017 zou zijn neergelegd, zou artikel
6, tweede lid, Beleidsregels WNT 2017 bij inwerkingtreding van de Evaluatiewet
WNT nog hebben gegolden tot 1 januari 2018. In die maand zou betrokkene nog
aangemerkt zijn als topfunctionaris en dus door de WNT worden genormeerd. Vanaf
1 januari 2018 zou betrokkene ook in dat geval niet meer door de WNT zijn
genormeerd.