Vanuit het Ministerie van BZK is in een eerder stadium aangegeven dat voor de berekening van het bezoldigingsmaximum onder het overgangsrecht niet altijd hoeft te worden uitgegaan van de gewerkte dagen maar ook mag worden gerekend met de gewerkte maanden. Dit om onbedoelde onverschuldigde betalingen te voorkomen.
Een simpel voorbeeld
Voor de afbouwfase binnen het overgangsrecht is hier nog geen eenduidig antwoord op gegeven maar gezien de achtergrond van de goedkeuring komen wij tot de conclusie dat deze systematiek ook tijdens de afbouwperiode kan worden gehanteerd.
Graag vernemen wij of het Ministerie van BZK deze mening onderschrijft?
De door u beschreven berekening van het bezoldigingsmaximum onder
het overgangsrecht is niet de correcte wijze van berekening. De WNT bepaalt dat
het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum naar rato dient te worden
berekend. In de Beleidsregels WNT wordt ter verduidelijking uitgewerkt hoe deze
berekening dient plaats te vinden. Hierbij is het aantal kalenderdagen vanaf
aanvang tot en met het einde van de functievervulling wél het uitgangspunt en
zodoende leidend. Deze berekeningswijze geldt tijdens de functievervulling,
tijdens de behoudperiode onder het overgangsrecht én tijdens de afbouwperiode.