FEITENPATROON
Situatie: In 2015 komen de
instelling en betrokkene het volgende overeen:
"A Betrokkene treedt op 1 juli 2015 voor onbepaalde tijd als niet-topfunctionaris
in dienst bij de instelling;
B Met ingang van 1 juli 2015 wordt betrokkene in aanvulling op diens functie benoemd tot topfunctionaris
voor de bepaalde
tijd van vier jaar met de mogelijkheid tot verlenging met een tweede
periode van vier jaar."
NB:
- Betrokkene kwalificeert als topfunctionaris in de zin van de WNT.
- Gedurende benoeming tot topfunctionaris is conform
arbeidsovereenkomst een hogere
bezoldiging overeengekomen dan voor de benoeming als
niet-topfunctionaris.
- Partijen zijn voornemens om de benoeming
tot topfunctionaris per 1 juli 2019 te verlengen voor een periode van vier jaar.
VRAAG
Behoudt
betrokkene in geval van herbenoeming per 1 juli 2019 WNT-overgangsrecht
voor de bezoldiging die betrokkene als topfunctionaris ontvangt?
RELEVANTE
REGELGEVING
Artikel
12 lid 1 Beleidsregels WNT 2019 luidt:
Bij
herbenoeming vervalt in beginsel het overgangsrecht. Een uitzondering geldt
uitsluitend in het geval waarin:
a.
sprake is van een arbeidsovereenkomst of aanstelling voor onbepaalde tijd of met een looptijd
tot na de herbenoeming, en
b.
de bezoldiging en de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband niet worden verhoogd. In dat geval blijft
het overgangsrecht van toepassing.
Artikel
12 lid 3 Beleidsregels WNT 2019 luidt:
Als
de arbeidsovereenkomst of aanstelling wordt verlengd of een nieuwe
arbeidsovereenkomst of aanstelling wordt aangegaan, vervalt het overgangsrecht,
ook als daarin de eerdere afspraken over de bezoldiging of de uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband ongewijzigd blijven.
ANALYSE
EN TOETSING
Bovenstaande
beleidsregels noemen in totaal drie criteria waaraan moet worden voldaan:
1.
Er is sprake van een arbeidsovereenkomst of aanstelling voor onbepaalde tijd of met een looptijd
tot na de herbenoeming (zie artikel
12 lid 1 sub a Beleidsregels WNT 2019); en
2.
De bezoldiging en de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband mogen niet worden verhoogd (zie artikel 12 lid 1 sub b Beleidsregels WNT 2019); en
3.
Bij verlenging van de arbeidsovereenkomst of aanstelling of als een nieuwe
arbeidsovereenkomst of aanstelling wordt aangegaan, vervalt het overgangsrecht (zie artikel 12 lid 3 Beleidsregels WNT 2019).
Aan
criterium 1 wordt voldaan: per 1 juli 2015 is sprake van een
arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.
Aan
criterium 2 wordt voldaan: de bezoldiging en de uitkering wegens beëindiging
van het dienstverband worden niet verhoogd.
Aan
criterium 3 wordt voldaan: in casu is sprake van een arbeidsovereenkomst en
geen aanstelling, omdat het hier een privaatrechtelijke dienstbetrekking (en
niet een publiekrechtelijke dienstbetrekking) met de instelling betreft. Nu de
arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd en er geen nieuwe arbeidsovereenkomst
wordt aangegaan, wordt aan dit criterium voldaan.
TOELICHTING
De
gesloten schriftelijke overeenkomst bevat een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd als niet-topfunctionaris en een benoeming tot topfunctionaris en
bestuurder (een topfunctie onder de WNT) voor een periode van vier jaar met de
mogelijkheid tot verlenging met vier jaar. Het overgangsrecht heeft uitsluitend
betrekking op de topfunctie aangezien de WNT de bezoldiging van een
niet-topfunctie niet normeert en derhalve daarvoor ook geen overgangsrecht
nodig is.
De
topfunctie eindigt op grond van de gesloten overeenkomst in beginsel na vier
jaar. Herbenoeming in die topfunctie voor een tweede periode van vier jaar is
een verlenging van de topfunctie waarbij op grond van artikel 12 lid 3 Beleidsregels WNT 2019 de vraag ontstaat
of ook WNT-overgangsrecht van toepassing is op die tweede periode van vier jaar. Deze
vraag ontstaat niet als betrokkene vanaf 1 juli 2019 de topfunctie neerlegt en
de niet-topfunctie gaat uitoefenen. Partijen hebben immers afgesproken dat betrokkene
voor het vervullen van de niet-topfunctie wordt beloond conform de van
toepassing zijnde cao. Nu betrokkene vanaf 1 juli 2019 de functie als topfunctionaris
blijft vervullen, is het logisch dat ook de oorspronkelijke bezoldigingsafspraken
voor die topfunctie in stand blijven (en dat niet de bezoldigingsafspraken voor
de niet-topfunctie in werking treden).
ALTERNATIEVE
INTERPRETATIE
In
een alternatieve en zeer beperkte uitleg van artikel 12 lid 3 Beleidsregels kan
worden gesteld dat het WNT- overgangsrecht vervalt op het moment dat de eerste
periode van vier jaar van de topfunctie wordt verlengd met een tweede periode
van vier jaar door herbenoeming in die topfunctie.
Naar
onze mening is deze uitleg echter niet de juiste uitleg, omdat – zoals
hierboven opgemerkt – gedurende de herbenoeming de arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd in stand blijft. Nu de arbeidsovereenkomst niet wordt verlengd
en ook geen nieuwe arbeidsovereenkomst wordt aangegaan (en geen sprake is van
een aanstelling gezien de privaatrechtelijke aard van de dienstbetrekking),
behoudt betrokkene ook na de herbenoeming per 1 juli 2019 recht op de
bezoldiging die partijen overeen zijn gekomen voor het vervullen van de
topfunctie.
CONCLUSIE
Aan
de voorwaarden van artikel 12 Beleidsregels WNT wordt voldaan, waardoor betrokkene
het WNT-overgangsrecht per 1 juli 2019 behoudt. Dit betekent dat betrokkene de bezoldiging,
die de instelling met betrokkene specifiek voor de benoeming als topfunctionaris is
overeengekomen, vanaf 1 juli 2019, met inachtneming van het WNT-overgangsrecht,
mag blijven ontvangen totdat betrokkene aftreedt in de functie als topfunctionaris.
Graag
vernemen wij of dit een juiste interpretatie van de wet- en regelgeving
betreft.
Het WNT-overgangsrecht blijft behouden voor zover
er onder de benoeming als topfunctionaris een arbeidsovereenkomst of
(ambtelijke) aanstelling voor onbepaalde tijd ligt en blijft liggen, én de
bezoldiging en de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband niet
worden verhoogd.
Afgaande op de verstrekte
informatie, wordt in dit geval aan deze voorwaarden voldaan:
Voor zover er op basis van de
onderliggende arbeidsovereenkomst ook nog, gelijktijdig, bezoldigde werkzaamheden
worden verricht in een andere functie waarin betrokkene niet kwalificeert als
topfunctionaris, mag de bezoldiging in totaliteit niet hoger zijn dan het voor de
instelling geldende bezoldigingsmaximum (zie artikel 8 van de Beleidsregels WNT
2019).
Er bestaat voor zover de periode van het
overgangsrecht nog loopt uiteraard wel recht op de bezoldiging die vóór de
inwerkingtreding van de WNT of de toepasselijke ministeriële regeling tussen
partijen (WNT-instelling en topfunctionaris) is overeengekomen.
Volledigheidshalve wijzen wij op: