De WNT normeert de
bezoldiging van de topfunctionaris. Dit, zowel bij functievervulling op grond
van een dienstbetrekking als bij functievervulling anders dan op grond van een
dienstbetrekking. Uit de vraagstelling wordt niet duidelijk op welke titel de
topfunctionaris zijn of haar werkzaamÂheden verricht. Dat onderscheid kan
relevant zijn voor het antwoord op de vraag.
Bij een functievervulling
op grond van een dienstbetrekking staat de afboeking van een schuld van de BV
aan de stichting op het resultaat van de stichting los van (ofwel buiten) de
arbeidsÂverhouding tussen de stichting en de topfunctionaris, en valt die
buiten de bezoldiging in de zin van de WNT. Er is volgens de vraagstelling
immers geen sprake van een persoonlijke schuld van de topfunctionaris jegens de
stichting, die met de eventuele beloning (het brutoloon) verrekend zou kunnen
worden (als negatief loon). De schuld rust op de BV, die weliswaar in eigendom
is van de topfunctionaris, maar het vermogen van de BV is in rechte gescheiden
van het persoonlijke vermogen van de topfunctionaris.
Bij een functievervulling
anders dan op grond van een dienstbetrekking kan de afboeking van bedoelde
schuld relevant zijn, namelijk voor zover die wordt verrekend met de vergoeding
aan de BV voor de door de topfunctionaris verrichte werkzaamheden. Aldus zou de
bezoldiging in de zin van de WNT daarmee kunnen worden verlaagd (vergelijkbaar
met de verrekening van negatief loon met brutoloon bij een dienstbetrekking).
Echter, afgaande op de vraagstelling is de afboeking van bedoelde schuld niet
met een eventuele vergoeding voor arbeid verrekend, maar ten laste van het
resultaat van de stichting gebracht. Het resultaat van de stichting is in het
kader van de WNT niet relevant, want is geen onderdeel van de bezoldiging.
Wellicht ten overvloede (namelijk
voor zover er sprake zou zijn van een onverschuldigde betaling aan de
topfunctionaris in de zin van de WNT) merken wij nog op dat op grond van
artikel 1.6, vierde lid, WNT ieder beding tussen partijen houdende
kwijtschelding van een onverschuldigde betaling of een schenking die met de onverschuldigde
betaling wordt verrekend, nietig is. Op basis van de vraagstelling kunnen wij
niet beoordelen of dat in dit geval aan de orde is of zou kunnen zijn.