Directeur is sinds mei 2018 langdurig arbeidsongeschikt, verwachting is dat hij in 2020 vanwege langdurige arbeidsongeschikt uit dienst zal treden.Hij is niet meer als bestuurder vermeld bij de KvK.
In het jaar 2019 is hij niet werkzaam geweest als bestuurder en volledig arbeidsongeschikt geweest, dient zijn bezoldiging aangemerkt te worden als WNT-vergoeding?
Bij beoordeling van uw vraag zijn drie onder omschreven
situaties van belang.
Ten eerste geldt voor topfunctionarissen in algemene zin dat
zij gedurende perioden van officieel gemelde ziekte en arbeidsongeschiktheid
topfunctionaris zijn en blijven, voor zover zij hun werkzaamheden (geheel of
gedeeltelijk) verrichten en zij hun functie dus niet vrijwillig of gedwongen hebben
neergelegd. Of er sprake is van een officieel gemelde ziekte en
arbeidsongeschiktheid, dient te worden beoordeeld op basis van de voor de
WNT-instelling geldende wettelijke voorschriften (Boek 7 BW, Ziektewet, Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen) en collectieve arbeidsvoorwaardelijke
afspraken en reglementen. Bij gedwongen neerleggen van de functie kan worden
gedacht aan een besluit van de verantwoordelijke van de WNT-instelling waarbij
betrokkene van zijn of haar functie is ontheven.
Aangezien er blijkens de vraagstelling sprake is van beëindiging van het dienstverband, merken
wij ten tweede het volgende op. Voor zover de periode van officieel gemelde ziekte
en arbeidsongeschiktheid eindigt door beëindiging van het dienstverband, kan de
doorbetaling van de bezoldiging gedurende die periode worden aangemerkt als bezoldiging
in plaats van als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband. Er is dan
immers geen sprake van vrijwillige non-activiteit als bedoeld in artikel 2.10,
derde, lid WNT. Daarvoor moet dus wel sprake zijn van een officieel gemelde ziekte
of arbeidsongeschiktheid.