De WNT verstaat onder bezoldiging, indien een functie wordt
vervuld anders dan op grond van een dienstbetrekking, de som van de
vergoedingen voor het vervullen van de functie, met uitzondering van de
vergoedingen die bij een functievervulling op grond van een dienstbetrekking
onbelast zouden zijn, en met uitzondering van de omzetbelasting (artikel 1.1,
onderdeel e, WNT). In artikel 2a Uitvoeringsregeling WNT is nader bepaald welke
componenten in ieder geval tot de bezoldiging moeten worden geregeld (eerste
lid) en welke in ieder geval niet (tweede lid). Vergoedingen die bij een
functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn,
tellen niet mee als bezoldiging. Of daarvan in uw geval sprake is, kan niet in
algemene zin worden beantwoord. Dat hangt af van de feiten en omstandigheden.
Fiscaal belaste scholingsuitgaven worden wel tot het loon en dus tot de
bezoldiging van functionarissen in dienstbetrekking gerekend. De Wet op de
loonbelasting 1964 (hierna: Wet LB) kent een ruim loonbegrip. Fiscaal loon is
"al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking is
genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het
kader van de dienstbetrekking". Scholingsuitgaven kunnen echter, onder
voorwaarden, als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid,
onderdeel f, van de Wet LB zijn aangewezen. Daaronder vallen onder meer de
gerichte vrijstellingen, bedoeld in bedoeld in de artikelen 3.7, 3.9 en 3.10 van
de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 (werkkostenregeling), vallen. Op
grond van artikel 2a, tweede lid, onderdeel b, Uitvoeringsregeling WNT is dan
geen sprake van bezoldiging in de zin van de WNT.