Bezoldigingsafspraken die gemaakt zijn voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT (WNT-2), te weten
1 januari 2015, worden door het overgangsrecht WNT beschermd gedurende vier
jaren (de behoudperiode). Het overgangsrecht heeft betrekking op
bezoldigingsafspraken die zijn gemaakt, niet op overschrijdingen. Dit betekent
dat het overgangsrecht in dit geval begint te lopen na de inwerkingtreding van
de WNT-2. Vier jaar daarna zou de afbouw van de bezoldiging starten, ware het
niet dat blijkens de vraagstelling sprake is van beëindiging van het
dienstverband per 1 februari 2017. Als een overschrijding van de bezoldiging
voortvloeit uit een bezoldigingsafspraak die vóór de inwerkingtreding van de
WNT-2 is gemaakt maar feitelijk pas optreedt na de inwerkingtreding van de
WNT-2 – zoals bijvoorbeeld in 2017 als gevolg van een belaste ambtsjubileumgratificatie
die rechtstreeks, dwingend en eenduidig voortvloeit uit (een wijziging van) een
algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van
toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen
van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over
arbeidsvoorwaarden, of uit een wettelijk voorschrift, die voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de WNT-2 van toepassing is geworden – dan mag die
bezoldigingscomponent onder het overgangsrecht worden uitbetaald gedurende de
behoudperiode. Zie ook deze Q&A's op de website: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-is-bepalend-voor-het-van-toepassing-worden-van-het-overgangsrecht-de-datum-van-de-afspraak-of-de-begindatum-van-het-dienstverband
en https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wanneer-begint-de-termijn-van-4-jaar-van-het-overgangsrecht-te-lopen-op-het-moment-van-overschrijding-of-op-het-moment-dat-de-wet-van-toepassing-wordt-of-inwerking-treedt.