Vraag 1. Mogen de kosten van een mobiliteitsdienstverband
niet hoger zijn dan de rechten op de na- en bovenwettelijke ww voorziening?
Ad 1: Uit artikel 10a Beleidsregels WNT 2020 volgt dat bij
de toepassing van artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling WNT tot de
uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband voor de WNT niet worden
gerekend: uitkeringen in de vorm van betalingen van een bedrag ineens of in
termijnen aan een mobiliteitsbureau uit hoofde van contractovername ter
vervanging van uitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de
Uitvoeringsregeling WNT, voor zover deze vervangende uitkeringen in totaliteit
niet hoger zijn dan de aanspraken die in totaliteit zouden bestaan bij
onvrijwillige beëindiging van het dienstverband. Zie ook deze Q&A op de
website: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/zijn-betalingen-aan-een-mobiliteits--bureau-dat-het-dienstverband-overneemt-uitkeringen-wegens-beeindiging-van-het-dienstverband.
Als de kosten van het mobiliteitsdienstverband hoger zijn dan de boven- en
nawettelijke WW-uitkering, dan geldt het meerdere als uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband in de zin van de WNT. Op grond van artikel
2.10, eerste lid, WNT geldt een maximum aan de uitkering wegens beëindiging van
het dienstverband. Bij overschrijding van dat maximum, bedraagt de uitkering
van rechtswege de maximaal toegestane uitkering en is wat daar boven op is
uitbetaald onverschuldigd betaald (zie artikel 1.6, tweede lid, WNT).
Vraag 2: Doet de keuze van een extern mobiliteitstraject de
bijbehorende kosten deze boven- en na wettelijke ww rechten vervallen?