Forum uitvoering Wet normering topinkomens

Alle categorieen => Bezoldiging => Topic gestart door: HansVerborg op donderdag 30 juli 2020, 09:26:54

Titel: Bepaling deeltijdfactor overige functionarissen bij vitaliteitsregeling
Bericht door: HansVerborg op donderdag 30 juli 2020, 09:26:54

Om te
bepalen of de gegevens van overige functionarissen (niet-topfunctionarissen) openbaar
gemaakt moet worden moet de omvang van het dienstverband bepaald worden.



De Cao
Nederlandse Universiteiten kent (Hoofdstuk 6, paragraaf 3, jo Bijlage F) een
vorm van buitengewoon verlof op grond van de Regeling Vitaliteitspact. De
aanstelling blijft ongewijzigd (pensioenopbouw blijft ook 100%) maar de
werkweek kan verkort worden met buitengewoon verlof tegen een gedeeltelijke
inlevering van bruto salaris en het afstand doen van alle bovenwettelijke
vakantie-uren.

Mag er
voor de grondslag van de deeltijdfactor aangesloten worden bij het standpunt
zoals door HelpdeskWNT gegeven is in juni 2017 (Forum/Bezoldiging/Hoe moet de inkoop van
vakantie uren worden verwerkt in de bezoldiging en de deeltijdfactor?) dat de
deeltijdfactor ongewijzigd blijft. Ook hier betreft het een krachtens cao
toegankelijke (bijzondere) verlofregeling die door de tegenprestaties – het
inleveren van salaris en verlofrechten- dezelfde essenties kent als inkoop
van verlof. (Dit standpunt voorkomt een extra administratieve last bij de toetsing aan het drempelbedrag)

Of moet worden aangesloten bij het standpunt zoals door HelpdeskWNT gegeven is op 22 juni dat de deeltijdfactor wel
moet aangepast. Zie -Forum/Bezoldiging/Onbetaald verlof en berekening
deeltijdfactor/5 juni-22 juni.




Titel: Re: Bepaling deeltijdfactor overige functionarissen bij vitaliteitsregeling
Bericht door: HelpdeskWNT op woensdag 19 augustus 2020, 17:01:13

De door uw benoemde antwoorden zien op situaties die niet
hetzelfde zijn als (of in ieder geval niet vergelijkbaar zijn met) de door u
voorgelegde situaties, te weten:





  1. De
    inkoop van vakantiedagen ten laste van het bruto loon (art. 2.1, tweede lid,
    van de WNT).
  2. Het
    opnemen van onbetaald verlof (art. 2.1, derde lid, van de WNT).




De betreffende Forumvragen en de antwoorden daarop zijn
derhalve niet direct toepasbaar. In de door u voorgelegde situatie is sprake
van een (gedeeltelijk) doorbetaald buitengewoon verlof. Wel is een a-contrario
redenering mogelijk op basis van die vragen en antwoorden, alsook op basis van
deze twee Q&A's op de website: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/hoe-wordt-de-deeltijdfactor-voor-een-topfunctionaris-in-dienstbetrekking-bepaald,
en https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/telt-de-doorbetaling-bij-een-sabbatical-vrijwillige-non-activiteit-tijdens-het-dienstverband-mee-voor-het-bezoldigingsmaximum.





Voor zover de aanstelling en daarmee de deeltijdfactor
formeel ongewijzigd blijven, én het ongewijzigd blijven van de aanstelling en
de deeltijdfactor vloeit rechtstreeks, dwingend en eenduidig voort uit een algemene
bepaling van een cao, uit een andere met vakbonden afgesproken collectieve
regeling of uit een wettelijk voorschrift (waaronder mede begrepen een
publiekrechtelijke rechtspositieregeling voor ambtenaren), is een correctie van
de omvang van het dienstverband niet aan de orde. In dat geval is een correctie
van het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum met toepassing van artikel
2.1, derde lid, WNT derhalve niet aan de orde.





Voor zover er evenwel sprake is van een aanpassing van de
aanstelling en de deeltijdfactor op grond van een algemene bepaling van een cao
etc., is een correctie van de omvang van het dienstverband wel aan de orde. In
dit specifieke geval lijkt daarvan op het eerste gezicht sprake te zijn. Immers,
gelet op artikel 6.13, derde of vierde lid, en Bijlage F van de CAO Nederlandse
Universiteiten, versie 1 januari tot en met 31 december 2020, vindt een
aanpassing van de werkweek van de betrokken werknemer plaats in de vorm van een
verlaging van de deeltijdfactor. Een meer diepgaande analyse en beoordeling van
deze CAO-bepaling is echter nodig om hierover meer definitieve uitspraken te
kunnen doen. Een dergelijke beoordeling is niet aan de minister van BZK als
verantwoordelijke minister voor de WNT, maar dient door de betrokken cao-partijen
zelf te worden uitgevoerd. Zij zijn namelijk wettelijk verantwoordelijk voor de
uitleg en toepassing van hun cao.





Volledigheidshalve merken
wij nog op dat voor het bepalen van de omvang van het dienstverband van belang
is vast te stellen of er feitelijk minder (uren) gewerkt wordt dan formeel op
basis van de aanstelling.