Geachte,
Graag leg ik onderstaande casus aan u voor. Het betreft een vraag over hoeveel punten de organisatie mag toekennen i.v.m. de kennisintensiteit.
Situatie:
BV X is een controleplichtige BV, die een geconsolideerde
jaarrekening (inclusief WNT verantwoording) opstelt. BV X is tevens een WTZi
instelling en moet voldoen aan de WNT. BV X bezit sinds 2019 100% van de
aandelen in BV Y, dat een Instelling voor geestelijke gezondheidszorg is.
Het toegestane bezoldigingsmaximum wordt vastgesteld op
basis van de karakteristieken van een rechtspersoon of instelling (of een groep
van rechtspersonen of instellingen) waaraan de topfunctionaris leiding geeft.
Volgens de het bestuur van BV X, krijgt de instelling op basis van de
kennisintensiteit vier punten toegekend, omdat er een Instelling voor
geestelijke gezondheidszorg deelneemt aan de groep.
Wij twijfelen over de interpretatie van de inhoud van de
Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp, en dan met
name t.a.v. de tekst in artikel 2.1 uit de bijlage bij deze regeling:
"Indien op een rechtspersoon of instelling meerdere
rijen uit de tabel van toepassing zijn en/of indien een rechtspersoon of
instelling meerdere primaire processen kent (die niet in de tabel zijn
opgenomen), mogen de punten niet bij elkaar worden opgeteld. Hetzelfde geldt
uiteraard indien op een rechtspersoon of instelling één rij uit de tabel van
toepassing is en deze daarnaast nog één of meerdere primaire processen kent en
vice versa. In dergelijke gevallen mag het puntenaantal worden gescoord dat
hoort bij de rij of het primaire proces dat het hoogste aantal punten oplevert,
mits de zorg, bedoeld in die rij, of dat primaire proces ten minste 20% van de
totale omzet uitmaakt."
De omzet van deze BV is van beperkte omvang, en komt zeker
niet boven de 20% van de groep uit. Op de groep zijn meerdere rijen van
toepassing, o.a. "Instelling/rechtspersoon voor jeugdhulp", waarvoor de
organisatie 3 punten toegekend krijgt.
Vraag:
De vraag is derhalve of de organisatie 3 of 4 punten kan
toekennen op basis van de kennisintensiteit van de onderneming, omdat het deel
wat betrekking heeft op "Instelling voor geestelijke gezondheidszorg" niet ten
minsten 20% van de totale omzet binnen de groep uitmaakt.