Forum uitvoering Wet normering topinkomens

Alle categorieen => Bezoldiging => Topic gestart door: NLa op dinsdag 16 maart 2021, 23:27:57

Titel: Beëindigingsdatum topfunctionaris
Bericht door: NLa op dinsdag 16 maart 2021, 23:27:57
Een topfunctionaris in het onderwijs legt per 1 april 2020 zijn taken neer als bestuurder en neemt tot de de beëindiging van zijn dienstverband per 1 mei 2021 als volgt verlof op:
a) Van 1 april tot en met 1 oktober 2020 zijn gespaarde spaarverlofuren. Deze spaarverlofuren zijn ontstaan en opgebouwd op grond van het van toepassing zijnde CAO.
b) Vanaf 1 oktober 2020 tot en met 1 mei 2021 neemt de topfunctionaris onbetaald verlof op in het kader levensloopregeling op. Dit verlof is in het verleden via de wettelijke levensloopregeling gespaard en de uitkeringen volgen vanaf 1 oktober 2020 vanuit de entiteit waar de levensloopregeling is (af)gefinancierd.

Vragen:
1) Conform artikel 2.10 vierde lid WNT is de beëindigingsdatum van de topfunctionaris voor de WNT 1 mei 2021.
Immers de topfunctionaris vervult in de periode vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband, geen taken meer
op grond van een algemene bepaling van een collectieve
arbeidsovereenkomst en een wettelijk voorschrift. De spaarverlofregeling en levensloopregeling kunnen immers hieronder worden geclassificeerd.
Deelt u deze mening dat de wetgeving op deze wijze moet worden geïnterpreteerd ?
2) De periode 1-4-2020 tm 31-12-2020 wordt voor de WNT niet als een non-activiteitsperiode aangemerkt conform artikel 2.10 vierde lid WNT, waardoor de bezoldiging voor de gehele periode 1.1.2020 tm 31.12 2020 moet worden opgenomen in categorie 1a van de de WNT-verantwoording.
Deelt u deze mening dat de wetgeving op deze wijze moet worden geïnterpreteerd ?

Titel: Re: Beëindigingsdatum topfunctionaris
Bericht door: HelpdeskWNT op donderdag 18 maart 2021, 11:41:58

Uw vraag houdt een verzoek om casusbeoordeling in. Aan
verzoeken om casusbeoordeling wordt niet voldaan en kan ook niet worden
voldaan. BZK beperkt zich op het forum tot het geven van wetsuitleg. Uit deze
wetsuitleg zou u de antwoorden op uw vragen moeten kunnen destilleren. In dit
geval wijkt uw interpretatie van de WNT zodanig af van de wetsuitleg van BZK
dat wij ervoor hebben gekozen om, bij wijze van uitzondering, een reactie te
geven op de door u voorgestelde antwoorden op uw vragen.





In artikel 2.10,
derde lid, eerste volzin, WNT
is bepaald dat bezoldiging over een periode
waarin de topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband
geen taken meer vervult, aangemerkt wordt als uitkering wegens beëindiging van
het dienstverband.





De datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn
taken beëindigt, wordt op grond van artikel
2.10, derde lid, tweede volzin, WNT
aangemerkt als datum waarop het
dienstverband is geëindigd.





Op grond van artikel
2.10, vierde lid, WNT
is artikel
2.10, derde lid, WNT
niet van toepassing indien de topfunctionaris, in de
periode vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband, geen taken meer
vervult op grond van een algemene bepaling van een collectieve
arbeidsovereenkomst, een van toepassing zijnde collectieve regeling die is
overeengekomen met verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn
afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, of een wettelijk voorschrift.





Het vierde lid is
bij de Evaluatiewet WNT toegevoegd aan artikel
2.10 WNT
. Volgens de wetsgeschiedenis van deze bepaling is het doel hiervan
te bereiken dat, indien de vergoeding in het geval van non-activiteit het
gevolg is van een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst,
een sociaal plan of andere collectieve regeling of een wettelijk voorschrift,
de bezoldiging voor de toepassing van de WNT niet als ontslagvergoeding wordt
aangemerkt. Artikel 2.10 beoogt de
individuele, tussen werkgever en werknemer afgesproken ontslagvergoeding te
normeren. Die normering ziet ook op de situatie waarin wordt afgesproken dat
vooruitlopend op een beëindiging van een dienstverband geen werkzaamheden meer
worden verricht, maar wel bezoldiging wordt betaald. Redelijke uitleg van de
wet brengt met zich mee dat als de non-activiteit onderdeel is van een
toepasselijk van-werk-naar-werktraject
welke voortvloeit uit een wettelijk voorschrift, collectieve
arbeidsovereenkomst of collectieve regeling, de bezoldiging voor de toepassing
van de WNT niet als ontslaguitkering wordt aangemerkt. Het derde lid van artikel 2.10
vindt hier met andere woorden geen toepassing. Deze uitleg was reeds neergelegd
in artikel 10 van de Beleidsregels WNT
2016
en is door de toevoeging van het vierde lid aan artikel 2.10 WNT ook in de wet vastgelegd. De bezoldiging die de
topfunctionaris gedurende het van-werk-naar-werktraject ontvangt wordt
weliswaar niet als ontslaguitkering aangemerkt, maar is nog wel genormeerd als
bezoldiging.



Zie voor de wetsgeschiedenis: Tweede Kamer vergaderjaar
2016-2017, 34654, nr. 3, paragraaf 4.3 van het algemeen deel van de toelichting
en de artikelsgewijze toelichting op artikel I, onderdeel P (hier te vinden: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34654-3.html).





Artikel 2.10, vierde
lid, WNT
is met andere woorden bedoeld voor bezoldiging gedurende een van-werk-naar-werktraject (of een
andere daarmee vergelijkbare op re-integratie, herplaatsing of werkhervatting
gerichte voorziening en maatregel) op grond van een algemene bepaling van een
collectieve arbeidsovereenkomst, een sociaal plan of andere collectieve
regeling of een wettelijk voorschrift. Deze bepaling is niet bedoeld voor en
dus niet van toepassing bij doorbetaald verlof, ongeacht of dat gebaseerd is op
een regeling als hiervoor bedoeld dan wel op een individuele afspraak.





Volgens staand beleid en bestendige wetsuitleg van de WNT is
artikel 2.10, derde lid, WNT niet van toepassing indien
sprake is van:



a. een schorsing als ordemaatregel, hangende een onderzoek;



b. het opnemen van
resterende vakantiedagen vóór de beëindiging van het dienstverband
(dit
zijn verlofdagen die zijn opgebouwd terwijl de functionaris zijn taken
uitoefende); of



c. onvrijwillige non-activiteit als bedoeld in artikel 10 Beleidsregels WNT 2021.





De onder b
bedoelde uitzondering (opgenomen
vakantie- of verlofdagen
) kan, afgaande op uw vraagstelling, hier aan de
orde zijn. Dit, voor zover het de periode van 1 april tot 1 oktober 2020 betreft. Voor zover daadwerkelijk sprake
is geweest in deze periode van het opnemen van resterende vakantiedagen of van
opgebouwde (spaar)verlofdagen, dan is artikel
2.10, derde lid, eerste en tweede volzin, WNT
niet van toepassing op deze
periode. De in deze periode doorbetaalde bezoldiging vormt bezoldiging in de
zin van de WNT, is derhalve genormeerd en moet openbaar gemaakt worden als
bezoldiging.





Wat de in uw vraagstelling genoemde periode van 1 oktober 2020 tot 1 mei 2021 betreft,
kunnen wij het volgende opmerken. Voor zover in die periode sprake is van het
afkopen of opnemen van opgebouwd levenslooptegoed als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel c,
Uitvoeringsregeling WNT
, wordt die afkoopsom van of die opname van het
levenslooptegoed niet tot de bezoldiging gerekend. Deze is derhalve niet
genormeerd door de WNT en hoeft ook niet openbaar gemaakt te worden. Voor zover
er in deze periode geen sprake is, was of is geweest van betaling van andere
componenten die wel tot de bezoldiging (moeten) worden gerekend, is artikel 2.10, derde lid, eerste en
tweede volzin, WNT
niet van toepassing gedurende deze periode. Uit de informatie
in uw vraagstelling kunnen wij echter niet opmaken of afleiden dat er van
dergelijke andere bezoldigingscomponenten sprake is, was of is geweest in deze
periode.



Conclusie



De datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn
taken beëindigt, tevens de datum waarop het dienstverband wordt beëindigd, zal
aldus, uitgaande van de informatie in uw vraagstelling, in dit geval inderdaad
1 mei 2021 zijn. Dit, voor zover er tot die datum daadwerkelijk sprake is of
zal zijn van opgenomen resterende vakantiedagen of opgebouwde
(spaar)verlofdagen en van onbezoldigde functievervulling. Dat betekent dus dat
deze persoon tot die datum moet worden verantwoord als topfunctionaris in de
zin van de WNT.
Dit is niet gebaseerd (zoals u veronderstelt) op artikel 2.10, vierde lid, WNT, want die
bepaling is hier, voor zover wij kunnen beoordelen, niet van toepassing. Er is
immers geen sprake van een van-werk-naar-werktraject als bedoeld in die
bepaling. De conclusie ten aanzien van de vorengenoemde datum is daarentegen
gebaseerd deels op staand beleid en bestendige wetsuitleg van de WNT en deels
op een geregelde uitzondering op het begrip bezoldiging van de WNT, zoals
hiervoor uiteengezet.





In de periode van 1 april tot 1 oktober 2020 zou, uitgaande
van de informatie in uw vraagstelling, sprake zijn van genormeerde en openbaar
te maken bezoldiging in de zin van de WNT.
In de periode van 1 oktober 2020 tot 1 mei 2021 zou, wederom
uitgaande van de informatie in uw vraagstelling, geen sprake zijn bezoldiging
in de zin van de WNT.





Indien gebruik wordt gemaakt van het Verantwoordingsmodel
WNT op de website topinkomens.nl, moeten de gegevens van de betreffende
functionaris van het boekjaar 2020 in tabel 1.a van dat model worden opgenomen.
De gegevens van boekjaar 2021 moeten, uiteraard, in de WNT-verantwoording over
boekjaar 2021 worden opgenomen.





Disclaimer



De voorgaande wetsuitleg en daaruit voortvloeiende
beantwoording van uw vragen is, zoals gezegd, gebaseerd op de informatie in uw
vraagstelling. Deze is dan ook niet geldig indien de informatie in uw
vraagstelling onjuist of onvolledig blijkt te zijn.



Bij gebrek aan meer
informatie over eventuele andere relevante feiten en omstandigheden van dit
geval, zoals bijvoorbeeld of sprake is van een uitkering wegens beëindiging van
het dienstverband, van eventuele nevenwerkzaamheden als niet-topfunctionaris
bij dezelfde WNT-instelling, van werkzaamheden bij een gelieerde rechtspersoon
of van een gelijktijdige dienstbetrekking als leidinggevende topfunctionaris
bij een andere WNT-instelling, kunnen wij niet beoordelen of ook andere
tabellen van het Verantwoordingsmodel ingevuld zouden moeten worden. Daarover
doen wij dan ook geen uitspraken.