Casus:
Topfunctionaris
zonder dienstverband (hierna: interim-bestuurder) is een overeenkomst aangegaan
met de instelling waarin een opzegtermijn van één maand is opgenomen.
Desbetreffende
interim-bestuurder wordt na twee maanden uit functie gezet. De interim-bestuurder
factureert, conform contractuele overeenkomst, nog aanvullend één maand.
NB:
Op basis van de feiten en omstandigheden is er geen sprake van 'onvrijwillige
non-activiteit' (o.b.v. art. 10 van de beleidsregels WNT).
NB:
De vergoeding in de periode van non-activiteit is lager dan EUR 75.000 en
tevens lager dan de vergoeding in voorgaande 12 maanden als geheel.
Vraag:
De
laatste maand (waarin er sprake is van non-activiteit) zou regulier worden
onderkend als een beëindigingsvergoeding, is dit ook toegestaan bij
topfunctionarissen zonder dienstverband?
O.b.v.
art. 2.10 lid 5 van de WNT blijkt dat een beëindigingsvergoeding (rekening
houdend met de deeltijdfactor) is toegestaan voor toezichthoudende
functionarissen. Naar analogie van dit artikel zou ik veronderstellen dat de
beëindigingsvergoeding daarmee ook is toegestaan voor topfunctionarissen zonder
dienstverband, echter kan ik hiertoe geen expliciete uitspraak vinden.
De Helpdesk WNT BZK heeft vastgesteld dat het oorspronkelijke
antwoord op deze vraag onjuistheden bevat en daardoor niet de juiste wetsuitleg
van de WNT geeft inzake de uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband
van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. Dit heeft geleid tot
onderstaande rectificatie van het eerdere
antwoord op de betreffende Forumvraag.
De rectificatie betreft het gecursiveerde deel van de tekst.
BZK geeft geen oordeel vooraf over casus, ook niet via het Forum. Evenmin
beantwoordt BZK specifieke vragen over casus. Uw vraag heeft betrekking op de
toepassing van artikel 2.10 WNT ten aanzien van een topfunctionaris zonder
dienstbetrekking. Wat dat onderwerp betreft, hanteert BZK de volgende algemene
wetsuitleg van de WNT.
Artikel 2.10, eerste lid, WNT normeert en maximeert de uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband, waaronder op grond van het derde lid
mede wordt verstaan de bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris
vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult,
die een WNT-instelling met een topfunctionaris mag overeenkomen.
De WNT verstaat onder dienstverband: aanstelling,
arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan de topfunctionaris tegen
betaling zijn opgedragen taken vervult (artikel 1.1, onder d, WNT). De term
dienstverband is ruimer dan het in artikel 1.1, onder g, WNT opgenomen begrip dienstbetrekking
en omvat ook de functievervulling anders dan op grond van dienstbetrekking,
zoals bijvoorbeeld die op grond van een overeenkomst van opdracht, een
uitzendovereenkomst, een payrollovereenkomst of een detacheringsovereenkomst.
Artikel 2.10, eerste en derde lid, WNT normeert en maximeert derhalve ook
de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband van een topfunctionaris
die zijn of haar functie bij een WNT-instelling anders dan op grond van
dienstbetrekking verricht. Daarbij maakt
het voor de toepassing van deze bepaling niet uit op grond van wat voor titel precies
de functievervulling heeft plaatsgevonden.
De uitkering
wegens beëindiging van het dienstverband mag niet hoger zijn dan de som van de
bezoldiging (exclusief belastbare onkostenvergoedingen) over de twaalf maanden
voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband, tot ten hoogste € 75 000.
In geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij de
verantwoordelijke gebruikelijk voltijdse dienstverband bedragen de uitkeringen
ten hoogste € 75 000, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het
dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds
dienstverband. Hierbij merkt de Helpdesk WNT BZK op dat formeel gezien in
artikel 2.10, eerste lid, WNT niet wordt gesproken over "bezoldiging exclusief
belastbare onkostenvergoeding" maar over "beloning en voorzieningen voor
beloningen betaalbaar op termijn". Omdat in deze bepaling echter wordt
uitgegaan van beëindiging van het dienstverband en niet van de
dienstbetrekking, beschouwt de Helpdesk WNT BZK dit als een verschrijving dan
wel omissie van de wetgever en om die reden legt de Helpdesk WNT BZK het
bezoldigingsbegrip in het kader van deze bepaling ruimer uit, dat wil zeggen op
basis van componenten die aan de orde zijn bij functievervulling op grond van
dienstverband en niet alleen op grond van dienstbetrekking. Daarbij worden,
gelet op de formulering van artikel 2.10, eerste lid, WNT de belastbare
onkostenvergoedingen buiten beschouwing gelaten in de norm.