Forum uitvoering Wet normering topinkomens

Alle categorieen => Ontslag => Topic gestart door: NLa op woensdag 14 juli 2021, 22:18:43

Titel: Beëindigingsvergoeding
Bericht door: NLa op woensdag 14 juli 2021, 22:18:43

Een
onderwijsorganisatie is bezig met een (arbeidsrechtelijke) ontvlechting van de
positie van een bestuurder.



Deze
positie van de bestuurder valt onder de Wet Normering Topinkomens (WNT). Op de
positie is de CAO bestuurders VO van toepassing. In artikel 6.3 van deze CAO is
een bovenwettelijke WW-uitkering opgenomen, een suppletieregeling als
aanvulling op een eventuele WW-uitkering. In de CAO is het volgende
geformuleerd:

a. Aanvullende-uitkering:

Bij
gehele of gedeeltelijke werkloosheid heeft de (gewezen) werknemer aanspraak op
een uitkering ingevolge de WW indien hij voldoet aan de bepalingen van de WW.
De WW-uitkering wordt gedurende de eerste 6 maanden per dag aangevuld tot 75%
en vervolgens gedurende maximaal nog 18 maanden tot 70% van de ongemaximeerde
berekeningsgrondslag. Voor zover na de bovengenoemde 18 maanden de werknemer
recht op WW-uitkering maakt de (gewezen) werknemer aanspraak op aanvulling op
de WW-uitkering gemaximeerd op 70% van het maximum van schaal 14 inclusief
vakantietoeslag en eindejaarsuitkering

b. Reparatie-uitkering:



De
werknemer wiens WW-uitkering is toegekend voor een kortere duur dan zou hebben
gegolden op grond van de WW zoals die luidde op 31 december 2015, heeft op een
reparatie-uitkering. De reparatie-uitkering gaat in zodra het einde van de duur
van de WW-uitkering is bereikt. De duur van de reparatie-uitkering is gelijk
aan het verschil tussen de duur van de WW-uitkering volgens de WW zoals die
luidde op 31 december 2015, en de toegekende duur van de WW-uitkering. De
uitkering is maximaal 70% van het maximum van schaal 14 inclusief
vakantietoeslag en eindejaarsuitkering.



c. Aansluitende uitkering:

De
werknemer die ten tijde van het arbeidsurenverlies uit zijn dienstbetrekking de
leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, heeft recht op een aansluitende uitkering
op de WW-uitkering of de reparatie-uitkering. De hoogte van de uitkering
bedraagt ten hoogste 186% van het minimumloon.



 d. Beëindigingsvergoeding:

De
bovengenoemde uitkeringen eindigen in elk geval bij het bereiken van het
AOW-gerechtigde leeftijd.





De
vraag is nu of, als die regeling onderdeel zou uitmaken van een minnelijke
regeling (of daarvan het gevolg is) tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst
met wederzijds goedvinden, deze suppletiebedragen al onder die door de WNT
gestelde norm vallen. Mede op basis van de Memorie van Toelichting op de
evaluatiewet WNT gaat de discussie dan over de vraag of een dergelijke
collectieve regeling, die er normaal niet onder de normering van de WNT valt,
er nu wel onder kan vallen omdat het dan gaat om een CAO die alleen op topfunctionarissen
(WNT) van toepassing is (zoals deze CAO VO voor bestuurders).

Titel: Re: Beëindigingsvergoeding
Bericht door: HelpdeskWNT op dinsdag 27 juli 2021, 16:47:54

Artikel 1.1, onderdeel i, WNT verstaat onder
uitkeringen wegens beëindiging van het dienst­verband: de som van uitkeringen
bij beëindiging van het dienstverband en beloningen betaalbaar op termijn die
betrekking hebben op de beëindiging van het dienstverband, met uitzondering van uitkeringen die voortvloeien uit een algemene
bepaling
van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een van toepassing
zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen van
werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over
arbeidsvoorwaarden
, of uit een wettelijk voorschrift
.



Niet genormeerd zijn, kortweg, de uitkeringen
wegens beëindiging van het dienstverband die voortvloeien uit collectieve
regelingen die buiten de invloedssfeer van de individuele topfunctionaris tot
stand zijn gekomen. De in artikel 1.1, onderdeel i, WNT gebezigde formulering
"een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst of van een
collectieve regeling" is ingevoerd bij de Evaluatiewet WNT (Stb. 2017, 151). De
aanleiding, achtergrond, doel en strekking van deze formulering zijn uitvoering
toegelicht in de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Evaluatiewet WNT
(zie Tweede Kamer, vergaderjaar 2016–2017, 34 654, nr. 3, paragrafen 4.1 en
4.2, blz. 6 – 8, en artikelsgewijze toelichting op Artikel I, onderdeel A, blz.
22). Gelet op de aangehaalde formulering is alleen een uitzondering op de
normering van de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband (in artikel
2.10 WNT) toegestaan voor zover de ontslag­uitkeringsregeling (zoals
bijvoorbeeld een bovenwettelijke WW-regeling) voor werknemers
(niet-topfunctionarissen) van de WNT-instelling ook van toepassing is op de
topfunctionaris(sen) van de WNT-instelling. Niet toegestaan is dat er speciaal
voor topfunctionarissen via een aparte cao of een apart sociaal plan een eigen
ontslaguitkeringsregeling wordt overeengekomen. Een algemene bepaling geldt in
principe voor een ieder die een dienstbetrekking heeft bij een rechts­persoon
of instelling. Indien een bepaling slechts van toepassing is op
topfunctionarissen kan niet worden gesproken van een algemene bepaling. In de
arbeidsovereenkomst overeenkomen dat de ontslag­uitkeringsregeling uit de cao
van toepassing is, is nadrukkelijk wél een individuele afspraak waarop de
topfunctionaris invloed heeft. Door de formulering van artikel 1.1, onderdeel
i, WNT blijven ontslagvergoedingen die langs die weg tot stand komen,
genormeerd. In het geval er binnen een sector voor bestuurders een specifieke
cao is afgesloten (zoals bijvoorbeeld in het voortgezet onderwijs het geval
is), valt de ontslaguitkeringsregeling die daarin is opgenomen onder de werking
van deze bepaling voor zover deze inhoudelijk volstrekt gelijk is aan die voor
de andere werknemers, bijvoorbeeld door in de specifieke cao voor bestuurders
te verwijzen naar de algemene cao die voor overige werknemers geldt. Dan is er
immers sprake van een algemene bepaling die voor alle werknemers geldt en
tevens heeft de individuele topfunctionaris dan geen invloed kunnen uitoefenen
op de ontslaguitkeringsregeling. In artikel 6.3 CAO Bestuurders VO is die
koppeling echter niet gelegd. Daarenboven moet de cao of collectieve regeling
zijn overeen­gekomen met de verenigingen van werknemers of ambtenaren die
bevoegd zijn afspraken over arbeidsvoorwaarden te maken. Daartoe behoren niet
de verenigingen van uitsluitend of hoofd­zakelijk (leidinggevende of
toezichthoudende) topfunctionarissen. De ontslaguitkeringsregeling op grond van
artikel 6.3 CAO Bestuurders VO is derhalve genormeerd als uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband op grond van artikel 2.10, eerste lid,
WNT. 





Maar
ook al zou de ontslaguitkeringsregeling op grond van artikel 6.3 CAO
Bestuurders VO wél voldoen aan de voorwaarden om te worden uitgezonderd van de
normering op grond van de WNT, dan betekent dat nog steeds niet dat een in een
minnelijke regeling opgenomen ontslaguitkerings­regeling overeenkomstig of
conform artikel 6.3 CAO Bestuurders VO eveneens, automatisch, uitgezonderd is
van normering op grond van de WNT. In artikel 4, tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT is immers nader bepaald dat tot de uitkeringen wegens
beëindiging van het dienstverband niet
wordt gerekend de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die
voortvloeit uit een algemene bepaling van een collectieve arbeidsovereenkomst
of van een van toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met
verenigingen van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken
over arbeidsvoorwaarden, of uit een wettelijk voorschrift, doch slechts voor zover de uitkering rechtstreeks, dwingend en
eenduidig daaruit voortvloeit
. Ingeval van een minnelijke regeling (op
basis van wederzijds goedvinden) is sprake van een overeen­gekomen uitkering
wegens beëindiging van het dienstverband als bedoeld in artikel 2.10, eerste
lid, WNT en is er geen sprake van dat deze uitkering rechtstreeks, dwingend en
eenduidig voortvloeit uit de cao etc., etc.