Wij begrijpen uw vraag zo
dat sprake is van een op 1 juli 2021 tussen de gemeente A en de betrokken
functionaris gesloten arbeidsovereenkomst op grond waarvan de desbetreffende
functionaris vanaf de datum waarop de herindeling van de gemeenten van kracht wordt
en de gemeente A als herindelingsgemeente doorgaat, de functie van griffier van
de herindelingsgemeente zal gaan vervullen. Tot laatstbedoelde datum is geen
sprake van functievervulling als griffier van de gemeente A (die functie wordt
waargenomen door de plaatsvervangend griffier) en evenmin van betaling van
bezoldiging door de gemeente A aan de desbetreffende functionaris/toekomstige
griffier.
Op grond
van artikel 1.2, eerste lid, onderdeel c, WNT zijn gemeenten aangewezen als
WNT-instellingen. Iedere gemeente vormt een aparte WNT-instelling. De entiteit
die na een herindeling waarbij twee of meer gemeenten worden samengevoegd, van
start gaat of doorgaat als de nieuwe gemeente (ofwel de herindelingsgemeente),
vormt vanaf de datum van het van kracht worden van de herindeling de
WNT-instelling. De nieuwe gemeente is als rechtsopvolger verantwoordelijk voor
de naleving van de WNT, met inbegrip van de WNT-verantwoording ten aanzien van
de heringedeelde, niet meer zelfstandig bestaande gemeenten. Dit betekent onder
meer dat de herindelingsgemeente de WNT-verantwoording van het voorgaande
kalenderjaar (en eventueel foutherstel betreffende eerdere kalenderjaren) ten
aanzien van de topfunctionarissen en niet-topfunctionarissen met een
bezoldiging boven het zogenaamde grensbedrag van artikel 2.3 WNT van de
heringedeelde, niet meer zelfstandig bestaande gemeenten moet verzorgen. Dit
omvat ook, in voorkomend geval, topfunctionarissen die op grond van artikel
1.1, onderdeel b, sub 6°, WNT
zijn aangemerkt als topfunctionarissen. Dit laatste kan bijvoorbeeld aan de
orde zijn voor zover topfunctionarissen van de heringedeelde, niet meer
zelfstandig bestaande gemeenten een functie als niet-topfunctionaris hebben
verkregen bij de herindelingsgemeente. In dat geval is sprake van het behouden
van een dienstverband bij de WNT-instelling, omdat sprake is van
rechtsopvolging van de oude door de nieuwe gemeente. Of dit bij gemeente A aan
de orde is of niet kunnen wij niet beoordelen op basis van de vraag, maar we
geven het volledigheidshalve mee.
Zoals in artikel 4,
eerste lid, Beleidsregels WNT 2021 is vermeld, bepaalt de WNT zelf wie
topfunctionaris is van publiekrechtelijke rechtspersonen, zoals gemeenten. In
artikel 1.1, onderdeel b, sub 2°, WNT
zijn de secretarissen en de griffiers bij de gemeenten aangewezen als
topfunctionarissen van de gemeenten. Het gaat dan om de functionarissen die in een van deze
twee functies zijn benoemd.
Voor de toepassing hiervan worden functionarissen die op basis van
formele aanwijzing of een formeel besluit de functie van topfunctionaris bij
een van deze instellingen waarnemen, voor de duur van die functievervulling,
eveneens aangemerkt als topfunctionaris in de zin van de WNT.
Als een (andere) functionaris (bv. de plaatsvervangend c.q.
waarnemend secretaris) de functie van secretaris of griffier volgens officieel
benoemingsbesluit, aanstellingsbesluit of andere overeenkomst waarneemt, is
(ook) die functionaris topfunctionaris gedurende de periode van waarneming. In
die periode is de WNT van toepassing op deze functionaris (inclusief de
normering van nevenwerkzaamheden, een eventuele bijtelling van bezoldiging
bij een gelieerde rechtspersoon en de
openbaarmakingsverplichtingen).
Indien in deze situatie twee secretarissen of griffiers de functie
feitelijk gelijktijdig bekleden, dan zijn er meerdere topfunctionarissen bij
dezelfde WNT-instelling en dient dit verantwoord te worden.
Zie ook deze Q&A op de website topinkomens.nl: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wordt-bij-waarneming-van-de-functie-van-een-topfunctionaris-bij-gemeenten-of-provincies-de-waarnemend-functionaris-als-topfunctionaris-aangemerkt.
Artikel 1.1, onderdeel d, WNT verstaat onder dienstverband:
aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan de
topfunctionaris tegen betaling zijn opgedragen taken vervult. Sinds de
inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren op 1 januari
2020 zijn griffiers van de gemeenten ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet
2017. Op grond van artikel 3 Ambtenarenwet 2017 vervullen zij hun functie op
grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Wij gaan ervan uit dat
de in uw vraag bedoelde gemeente A een arbeidsovereenkomst met de
desbetreffende griffier heeft gesloten op 1 juli 2021. Voor de WNT vangt het
dienstverband als topfunctionaris aan vanaf de dag waarop feitelijk de functie
wordt vervuld op grond van de arbeidsovereenkomst. Dat kan dus een latere datum
zijn dan de datum waarop de arbeidsovereenkomst is gesloten. Voor de
kwalificatie als topfunctionaris in de zin van de WNT is derhalve niet de datum
van sluiting van de arbeidsovereenkomst bepalend, maar de datum van aanvang van
de functievervulling.
Voor de WNT moet derhalve als topfunctionaris worden verantwoord
de functionaris die een dienstverband als topfunctionaris van de WNT-instelling
heeft, bijvoorbeeld griffier van de gemeente, vanaf de datum waarop de
vervulling van die topfunctie daadwerkelijk is aangevangen. Dat kan dezelfde
datum zijn als de datum waarop de arbeidsovereenkomst is gesloten, maar het kan
(zoals kennelijk in uw geval) ook een latere datum zijn.
Voor zover de functie van topfunctionaris van de gemeente A echter
feitelijk nog niet wordt vervuld in die zin dat er nog geen werkzaamheden
worden verricht als griffier, maar er wél (al) sprake is van betaling van bezoldiging,
moet de betaalde bezoldiging wel worden verantwoord voor de WNT. De
WNT-verantwoording moet in dit geval worden opgesteld door:
·
de gemeente A
voor zover deze gemeente zelf (d.w.z. rechtstreeks en niet als doorgeefluik van
de andere gemeente) bezoldiging betaalt aan betrokkene, want dan is er
kennelijk toch al sprake van een dienstverband vanaf 1 juli 2021 met de
gemeente A; of
·
de andere
gemeente voor zover deze andere gemeente zelf, rechtstreeks of via de gemeente
A als doorgeefluik, bezoldiging betaalt aan betrokkene op grond van het actuele
dan wel voormalige dienstverband van betrokkene als griffier van die andere
gemeente, op grond waarvan betrokkene kwalificeert als topfunctionaris van die
andere gemeente op grond van artikel 1.1, onderdeel b, sub 2° respectievelijk
sub 6°, WNT.
In dit geval kan er sprake zijn van onverschuldigd betaalde bezoldiging
op grond van artikel 2.1, tweede lid, WNT, voor zover het individueel
toepasselijk bezoldigingsmaximum vanwege het feitelijk niet vervullen van de
functie € 0 is of in ieder geval lager dan de betaalde bezoldiging.
In artikel 2.1, tweede lid, WNT is immers bepaald dat partijen in
geval van een dienstverband met een kleinere omvang dan het bij de
verantwoordelijke gebruikelijk voltijdse dienstverband geen bezoldiging
overeenkomen die per kalenderjaar meer bedraagt dan de maximale bezoldiging,
bedoeld in artikel 2.3 WNT, vermenigvuldigd met het aantal uren waarop het
dienstverband betrekking heeft en gedeeld door het aantal uren van een voltijds
dienstverband. Voor de omvang van het dienstverband wordt uitgegaan van de
formele omvang die is vastgelegd bij de aanstelling, maar uren waarop de
functie feitelijk niet wordt vervuld moeten daarop in mindering worden
gebracht, behoudens vakantieuren, niet gewerkte uren vanwege ziekte of
arbeidsongeschiktheid en formele schorsing als ordemaatregel.
Zie ook deze Q&A op de website topinkomens.nl: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/hoe-wordt-de-deeltijdfactor-voor-een-topfunctionaris-in-dienstbetrekking-bepaald.
Volledigheidshalve merken wij nog op dat voor zover wél sprake is
van bezoldiging ten aanzien van de desbetreffende topfunctionaris van de gemeente
A die voor rekening van de gemeente A komt terwijl die topfunctionaris ook nog
in dienstbetrekking als leidinggevende topfunctionaris van de andere gemeente
werkzaam is tegen betaling voor rekening van die andere gemeente, ook toepassing
van artikel 1.6a WNT (anticumulatiebepaling) aan de orde kan zijn. Zie voor
meer uitleg over de anticumulatiebepaling deze Q&A's op de website
topinkomens.nl: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/moet-met-ingang-van-1-januari-2018-voor-toetsing-van-de-bezoldiging-van-een-topfunctionaris-aan-het-bezoldigingsmaximum-de-bezoldiging-uit-de-functie-als-topfunctionaris-bij-de-andere-wnt-instellingen-worden-opgeteld-anticumulatiebepaling,