Ja, als de verhoging en wijze van berekening voor de
inwerkingtreding van de wet (of indien van toepassing de ministeriële regeling)
eenduidig zijn afgesproken. Daaronder valt ook de verhoging die rechtstreeks,
dwingend en eenduidig voortvloeit uit een wettelijk voorschrift, een
collectieve arbeidsovereenkomst of een andere collectieve regeling die
voorafgaand aan de inwerkingtreding van de wet (dan wel voorafgaand aan de
inwerkingtreding van een ministeriële regeling) van toepassing is geworden.
Wanneer bijvoorbeeld de topfunctionaris bij de aanstelling in trede 8 van een
bepaalde salarisschaal is ingedeeld en het bij die trede behorende beloning
later op grond van een nieuwe wettelijk voorschrift, een collectieve
arbeidsovereenkomst of een andere collectieve regeling die voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de wet (dan wel voorafgaand aan de inwerkingtreding van
een ministeriële regeling) van toepassing is geworden wordt verhoogd, dan is
hierop het overgangsrecht van toepassing.
In de WNT staat onder
Art 7.3 sub
5
Indien een in een klasse als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of 3.4, eerste lid, ingedeelde rechtspersoon of instelling op enig moment op
grond van ongewijzigde criteria is ingedeeld in een klasse waarvoor een lager
bedrag is vastgesteld, gaat die indeling in met ingang van 1 januari van
het daarop volgende kalenderjaar. Een voorafgaande aan de wijziging van de indeling tussen partijen
overeengekomen bezoldiging die meer bedraagt dan het voor de toepasselijke
klasse geldende bedrag is toegestaan voor ten hoogste vier jaar na de wijziging
van de indeling. De bezoldiging, bedoeld in de vorige volzin, wordt slechts
verhoogd, indien deze verhoging en de wijze waarop deze wordt berekend
voorafgaand aan de wijziging van de indeling tussen partijen zijn
overeengekomen. De artikelen 5.4 tot en met 5.6 zijn van toepassing
Art 7.3 sub 8
Indien een in het eerste tot en met het vijfde lid bedoelde
periode van vier jaar is verstreken, wordt de overeengekomen bezoldiging in een
periode van drie jaar teruggebracht tot het voor de rechtspersoon of instelling
geldende maximum. In het eerste jaar bedraagt de verlaging een vierde deel van
het verschil tussen de bezoldiging die op grond van het eerste tot en met het
vierde lid werd genoten en het geldende maximum. In het tweede jaar bedraagt de
verlaging een derde deel van het verschil tussen de bezoldiging uit het eerste
jaar en het geldende maximum. In het derde jaar bedraagt de verlaging een
tweede deel van het verschil tussen de bezoldiging uit het tweede jaar en het
geldende maximum. Een eventuele overeengekomen verhoging als bedoeld in het
eerste tot en met vierde lid, blijft buiten toepassing.
Vraag
Valt de salarisverhoging in 2021 en de toekomstige voorgestelde verhogingen op baisis van de algemene WNT norm zoals deze is toegepast bij de directeur onder de overgangsregeling en artikel 7.3 sub 5 en is de interpretie van deze artikelen juist toegepast?
In artikel 7.3, vijfde lid, derde volzin, WNT 2022 is in
combinatie met artikel 11, eerste lid, Beleidsregels WNT bepaald dat
bezoldiging die is toegestaan op grond van het overgangsrecht gedurende een
periode van vier jaar nadat het overgangsrecht van toepassing is geworden (ofwel
gedurende de behoudperiode) alleen mag worden verhoogd, indien deze verhoging en de wijze waarop deze wordt berekend, is
overeengekomen voorafgaand aan de inwerkingtreding van de WNT (of indien van toepassing: voorafgaand aan de
inwerkingtreding van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT, de wijziging van het Uitvoeringsbesluit WNT per 1 januari 2016, de
ministeriële regeling, de wijziging van de bijlagen bij de WNT, of – zoals in onderhavig
geval – de wijziging van een klasse-indeling). Hetzelfde geldt ingeval de
bezoldiging eerst door de verhoging boven het voor de topfunctionaris geldende
bezoldigingsmaximum uitstijgt. De verhoging en de wijze waarop deze wordt
berekend, moeten wel eenduidig zijn
overeengekomen, dat wil zeggen concreet, expliciet en afdwingbaar. De verhoging
en het bedrag of de omvang ervan mag bijvoorbeeld niet afhankelijk zijn van een
nadere vaststelling of beoordeling.
Of in dit geval sprake is van een door het overgangsrecht
beschermde bezoldiging en van een verhoging die gedurende de behoudperiode van
het overgangsrecht toegestaan is op grond van artikel 7.3, vijfde lid, derde
volzin, WNT 2022 in combinatie met artikel 11, eerste lid, Beleidsregels WNT,
kunnen wij in algemene zin niet beoordelen. Dit hangt af van hetgeen er precies
over de verhoging en de wijze waarop deze wordt berekend is overeengekomen en
vastgelegd in de arbeidsovereenkomst.