Via dit forum heeft de HelpdeskWNT van BZK eerder uitgelegd
dat functionarissen die (tijdelijk) een functie van een topfunctionaris
waarnemen, alleen als topfunctionaris voor de WNT worden aangemerkt als die
waarneming berust op een formeel benoemings- of aanstellingsbesluit. Deze
uitleg betreft concreet de in artikel 1.1, onder b, sub 2°, WNT opgenomen
topfunctionarissen, namelijk: de secretarissen bij de provincies, de gemeenten
en de waterschappen en de griffiers bij de provincies en de gemeenten. Zie ook
deze Q&A: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wordt-bij-waarneming-van-de-functie-van-een-topfunctionaris-bij-gemeenten-of-provincies-de-waarnemend-functionaris-als-topfunctionaris.
Deze uitleg geldt echter ook ten aanzien van de in artikel
1.1, onder b, sub 1°, WNT genoemde topfunctionarissen bij instellingen op
Rijksniveau (de leden van de topmanagementgroep (TMG) bij het Rijk en de
hoogste militairen van de krijgsmacht). Daarnaast geldt deze uitleg ten aanzien van de in artikel
1.1, onder b, sub 3° genoemde topfunctionarissen bij openbare lichamen voor
beroep en bedrijf (denk aan de KNB, de NBA, de NOvA, Orde van
Octrooigemachtigden en de SER).
Voor de toepassing van de WNT worden functionarissen die op
basis van formele aanwijzing of een formeel besluit de functie van
topfunctionaris op Rijksniveau of bij een provincie, een gemeente, een
waterschap of openbaar lichaam voor beroep of bedrijf waarnemen, voor de duur
van die functievervulling, aangemerkt als topfunctionaris in de zin van de WNT.
Zie artikel 4, eerste lid, Beleidsregels WNT 2023 (hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0047418/2023-01-01).
Bovenstaande uitleg kan deels ook gelden voor een publiekrechtelijk
zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) met of zonder eigen rechtspersoonlijkheid,
maar dat kan per ZBO verschillen. Bijvoorbeeld: voor de formeel benoemde leden
van een ZBO (die tezamen het ZBO vormen) zal de bovenstaande uitleg meestal
wel gelden en zullen waarnemers uitsluitend kwalificeren als topfunctionaris
voor zover ook zij formeel benoemd of aangesteld zijn in de functie, maar voor
de hoogste ondergeschikte(n) als bedoeld in artikel 1.1, onder b, sub 1° of 4°,
WNT zal meestal naar de formele en de feitelijke situatie moeten worden gekeken
en zal dus moeten worden beoordeeld of de waarnemer daadwerkelijk leiding geeft
aan de gehele organisatie van het ZBO. Dat is meer vergelijkbaar met de hierna
beschreven situatie bij privaatrechtelijke rechtspersonen die kwalificeren als
WNT-instelling.