Een topfunctionaris heeft op eigen verzoek zijn dienstverband
beëindigd. De raad van toezicht heeft besloten een beëindigingsvergoeding uit
te keren ter compensatie van een lagere bezoldiging als gevolg van de
klasseindeling onderwijs.
Kwalificeert deze uitkering in het geval van ontslag op
eigen verzoek van de topfunctionaris als beëindigingsvergoeding of als bezoldigingscomponent
volgens artikel 2.1.m (tantièmes, bonussen, winstdeling of andere incidentele
(variabele) beloningen) volgens de Regeling bezoldigingscomponenten WNT?
Om te kunnen beoordelen
of de vergoeding door de Raad van Toezicht (RvT) als beëindigingsvergoeding of
als bezoldigingscomponent kwalificeert, zijn enerzijds de reden of grond en
anderzijds de aard en de strekking van die vergoeding van belang. Niet
doorslaggevend is welke omschrijving partijen er zelf aan geven of hebben
gegeven, maar wat de vergoeding naar aard en strekking feitelijk inhoudt. Dat
moet door partijen zelf worden beoordeeld op basis van de afspraken, de feiten
en de omstandigheden van het geval. De HelpdeskWNT van BZK kan en zal daar geen
uitspraak over doen. Wij geven immers geen casusbeoordelingen af. Wij kunnen
wel algemene wetsuitleg geven. Wij vertrouwen erop dat u op basis daarvan
voldoende geïnformeerd zult zijn.
Indien de RvT de
vergoeding aan de topfunctionaris uitkeert wegens beëindiging van het
dienstverband en de reden of grond voor de toekenning en uitbetaling dus
formeel of feitelijk in de beëindiging van het dienstverband en (compensatie
van) de daaruit voortvloeiende inkomensgevolgen voor de topfunctionaris ligt,
dan kwalificeert de vergoeding in beginsel als een uitkering wegens beëindiging
van het dienstverband. Deze uitkering moet dan worden getoetst aan het maximum
van artikel 2.10 WNT. Dit geldt niet alleen bij tussen partijen overeengekomen
uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband zoals bedoeld in artikel
4, eerste lid, onder a, Uitvoeringsregeling WNT maar ook bij eenzijdig door de
WNT-instelling uit eigen beweging aan of ten behoeve van de topfunctionaris
uitbetaalde uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband voor zover
deze door de topfunctionaris dan wel door een derde namens of ten behoeve van
de topfunctionaris zijn ontvangen en aanvaard. Dit laatste volgt uit de
formulering "Betalingen die dat bedrag overschrijden, zijn onverschuldigd
betaald" in artikel 1.6, tweede lid, tweede volzin, WNT.
(Volledigheidshalve
merken wij nog op dat het bij ontslag op eigen verzoek van de werknemer niet
gebruikelijk is dat er een beëindigingsvergoeding wordt uitgekeerd. In principe
bestaat er namelijk geen wettelijk recht op een uitkering wegens beëindiging
van het dienstverband indien een werknemer zelf ontslag neemt. Dit is anders
bij ontslag door of op initiatief van de werkgever of bij ontslag met
wederzijds goedvinden).
Indien de topfunctionaris
naar het oordeel van de RvT recht of aanspraak heeft op uit- of nabetaling van
bezoldiging uit hoofde van zijn of haar (tegenwoordige of voormalige) dienstverband
en dat recht of die aanspraak ook aangetoond kan worden met bewijsstukken, dan
zou deze vergoeding bezoldiging voor de WNT kunnen vormen (ongeacht de gekozen
omschrijving). Het uitbetaalde bedrag zou in dat geval als beloning of
vergoeding voor de uitvoering van de aan de topfunctionaris opgedragen taken
kunnen worden beschouwd. Voor de kwalificatie als bezoldiging is het
uitbetalingsmoment niet doorslaggevend. Ook een na ontslag uitbetaald bedrag kan als bezoldiging worden aangemerkt,
bijvoorbeeld als het een nabetaling betreft van bezoldiging waarop uit hoofde
van het dienstverband recht of aanspraak bestond en die nog niet eerder is of
kon worden uitbetaald. Denk aan een belastbare onkostenvergoeding die
maandelijks achteraf wordt betaald of een salarisverhoging op basis van een met
terugwerkende kracht overeengekomen cao.
Ingeval de vergoeding als
bezoldiging zou moeten of kunnen worden aangemerkt, zal de bezoldiging
inclusief deze bezoldigingscomponent moeten worden getoetst aan het individueel
toepasselijke bezoldigingsmaximum van betrokkene in het kalenderjaar waarin
deze is betaald dan wel het kalenderjaar waarop deze bezoldigingscomponent
betrekking heeft (overeenkomstig artikel 3, eerste respectievelijk tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT). Als er binnen het individueel toepasselijke maximum
in enig kalenderjaar geen of onvoldoende ruimte bestaat en er ook geen
rechtvaardigingsgrond bestaat voor de overschrijding van dat maximum
(bijvoorbeeld: overgangsrecht WNT), dan is deze bezoldiging geheel of
gedeeltelijk onverschuldigd betaald.