Per 1 januari 2022 is de (aanpassings) Wet Toetreding
Zorgaanbieders ((a)WTZa) inwerking getreden. Vanaf
dat moment is de WTZi-toelating vervallen en is er een stelsel van meldingen en
vergunningen geïntroduceerd. Omdat de toepasselijkheid van de WNT gekoppeld was
aan de WTZi-toelating is als gevolg van voorgenoemde wijziging de
toepasselijkheid van de WNT per 1 januari 2022 gekoppeld aan het
instellingsbegrip uit de WTZi. Bij de wijziging is
aangegeven (zie onder meer nieuwsbericht van het Ministerie van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 28 oktober 2021) dat deze wetswijziging
redactioneel van aard is en geen wijziging in de reikwijdte met zich brengt en
dat dit dus betekent dat de instellingen die nu reeds onder de WNT vallen ook
na 1 januari 2022 onder de WNT blijven vallen en dat er geen nieuwe groepen
zorgaanbieders onder de WNT worden gebracht.
Nieuw onder de (a)Wtza is dat, als een instelling
(onderaannemer) wordt ingeschakeld door een andere instelling (hoofdaannemer)
die zelf geen enkele zorg verleent maar alle zorg heeft uitbesteed (een
zogenoemde "lege huls"), de vergunningplicht per 1 januari 2024 ook van
toepassing is op deze onderaannemer.
Deze onderaannemer viel onder de oude regels niet
onder de WNT en omdat er is aangegeven dat er als gevolg van de invoering van
de (a)Wtza geen nieuwe groepen zorgaanbieders onder de WNT zouden worden gebracht,
gaan wij ervan uit dat een dergelijke onderaannemer ook na 1 januari 2024 niet
onder de WNT valt. Graag zouden wij u willen vragen om dit te bevestigen.