De WNT- instelling betreft een stichting. De stichting heeft
een topfunctionaris op de loonlijst staan. Deze topfunctionaris heeft ook een
eigen holding waarvan de topfunctionaris de bestuurder is.
De holding heeft in het verleden een auto aangeschaft en bij
de bestuurder wordt in de holding ook bijtelling ingehouden.
Echter de holding factureert maandelijks aan de stichting
een lease-vergoeding voor de afschrijving, brandstof- en verzekeringskosten. Moeten
deze maandelijkse vergoedingen betaald door de stichting aan de holding worden
meegenomen als bezoldigingscomponent voor de WNT- verantwoording over boekjaar
2022?
Allereerst merken wij op dat wij op het Forum geen
casusbeoordelingen doen, maar ons beperken tot (algemene) wetsuitleg.
Volgens de vraagstelling vervult de topfunctionaris zijn of
haar functie als topfunctionaris van de WNT-instelling op grond van een
dienstbetrekking met die WNT-instelling.
Voor de bezoldiging dient dan ook in eerste instantie te
worden gekeken naar de definitie van bezoldiging in artikel 1.1, onderdeel e,
WNT in combinatie met artikel 2, eerste en tweede lid, Uitvoeringsregeling WNT.
In dit laatste artikel staat een niet limitatief bedoelde opsomming van
componenten die in ieder geval tot de bezoldiging behoren (eerste lid) dan wel
in ieder geval niet tot de bezoldiging behoren (tweede lid) bij
functievervulling op grond van dienstbetrekking.
Het gaat om componenten die op grond van een tegenwoordig of
vroeger dienstverband worden betaald aan de topfunctionaris of ten behoeve van
de topfunctionaris aan een derde. Dit zullen in de regel componenten zijn die
aan de topfunctionaris zelf worden betaald of vergoed uit hoofde van de
dienstbetrekking, maar is daartoe niet per se beperkt. Er is immers in de WNT
of in de Uitvoeringsregeling WNT geen sprake van een limitatieve invulling en
opsomming van het begrip bezoldiging. Ook als de WNT-instelling aan
bijvoorbeeld een derde een belastbare kostenvergoeding betaalt die de
topfunctionaris anders zelf uit zijn of haar loon of salaris had moeten betalen
(dus: voor of namens de topfunctionaris), kan sprake zijn van bezoldiging in de
zin van de WNT, namelijk voor zover de betaling door de WNT-instelling
voortvloeit uit de dienstbetrekking met de topfunctionaris of uit een
onderlinge afspraak met die topfunctionaris. Er is dan sprake van een op geld
waardeerbaar voordeel dat de topfunctionaris geniet uit hoofde van zijn of haar
dienstbetrekking. Om ontwijking of ontduiking van de WNT te voorkomen, kan en
moet een dergelijke betaling tot de bezoldiging worden gerekend en dus als
onderdeel van de bezoldiging enerzijds aan het individueel toepasselijk
bezoldigingsmaximum worden getoetst en anderzijds openbaar worden gemaakt.
Uit de vraagstelling maken wij op dat de topfunctionaris
voor (zakelijk) vervoer uit hoofde van deze functie gebruik maakt van een
leaseauto die door zijn eigen holding is aangeschaft in plaats van door de
WNT-instelling. De WNT-instelling betaalt maandelijks wel een vergoeding aan de
holding voor de afschrijving, brandstof- en verzekeringskosten van deze
leaseauto. Deze vergoeding wordt aan de holding betaalt, niet aan de
topfunctionaris in zijn of haar hoedanigheid als topfunctionaris van de
WNT-instelling. De vraag is of deze betaling door de WNT-instelling aan de
holding kan of moet worden aangemerkt als bezoldiging in de zin van de WNT, in
de hiervoor genoemde ruime interpretatie van dat begrip. Wij kunnen die
vraag echter niet beantwoorden. Het antwoord daarop hangt namelijk af van de
feiten en omstandigheden van het geval, zoals de precieze afspraken die gemaakt
zijn tussen de WNT-instelling en de holding, tussen de WNT-instelling en de
topfunctionaris, tussen de holding en de topfunctionaris dan wel tussen de drie
partijen gezamenlijk over de ter beschikking stelling, het gebruik en de
bekostiging van de leaseauto. Dat staat ter beoordeling en controle door de
accountant.
Op grond van artikel 2,
eerste lid, onderdeel k, Uitvoeringsregeling WNT behoort daarnaast ook de fiscale
bijtelling voor (kort gezegd) een leaseauto of auto van de zaak in beginsel tot
de bezoldiging van een topfunctionaris met dienstbetrekking. In dit geval lijkt
deze bepaling echter niet van toepassing te zijn, omdat het hier volgens de
vraagstelling niet gaat om een door de WNT-instelling (direct of indirect) ter
beschikking gestelde leaseauto of auto van de zaak. Het is echter ook niet
uitgesloten dat dit toch het geval is. Uit de vraagstelling blijkt dit niet,
maar voor zover de WNT-instelling in de vergoeding aan de holding ook
compensatie zou geven voor de fiscale bijtelling die bij de holding wordt
ingehouden bij de bestuurder (de topfunctionaris in die andere hoedanigheid),
dan zou dat wellicht als bezoldiging van de topfunctionaris in de zin van de
WNT kunnen worden aangemerkt. Zonder de feiten en omstandigheden van dit geval
en in het bijzonder de onderlinge afspraken tussen WNT-instelling, holding en
topfunctionaris te kennen, kunnen wij daar echter verder geen sluitende
uitspraken over doen. Ook dit staat derhalve ter beoordeling en controle door
de accountant.