Een topfunctionaris die overeenkomstig WNT bezoldiging wordt
beloond neemt ontslag bij de onderwijsinstelling en treedt als
niet-topfunctionaris in dienst van een andere publiekrechtelijke rechtspersoon
die eveneens onderhevig is aan de WNT regelgeving (academisch ziekenhuis).
Sinds 1 januari 2018 moeten voormalige topfunctionarissen na
beëindiging van de functie topfunctionaris
mits het dienstverband bij dezelfde WNT-instelling wordt gecontinueerd nog 48
maanden worden gevolgd en jaarlijks als voormalige topfunctionaris worden
getoetst en gerapporteerd in de WNT-rapportage in hun hoedanigheid als niet-topfunctionaris
en tevens voormalige topfunctionaris.
De casuïstiek betreft de uitdiensttreding (ontslag) van de
topfunctionaris bij de onderwijsinstelling en tegelijkertijd indiensttreding bij
een andere WNT-plichtige rechtspersoon (academisch ziekenhuis) als nieuwe niet-topfunctionaris.
UMC's (academische ziekenhuizen) staan op grond van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WhW) mede ten dienste van het
wetenschappelijk geneeskundig onderwijs en onderzoek van een onderwijsinstelling. UMC's (academische
ziekenhuizen) geven uitvoering aan deze wettelijke taak door middel van
samenwerking met een onderwijsinstelling op het gebied van de studie
Geneeskunde. Voor haar activiteiten in het kader van de samenwerking met de onderwijsinstelling
verkrijgt het UMC (academisch ziekenhuis) een deel van de rijksbijdrage die de onderwijsinstelling
van het ministerie ontvangt voor Geneeskundig onderwijs en onderzoek. Alle
medewerkers van het UMC (academisch ziekenhuis) en daarmee ook de medewerkers
van de voormalige medische faculteit zijn in dienst van de separate WNT-plichtige
rechtspersoon academisch ziekenhuis en uitsluitend de financiering van de
voormalige medische faculteit binnen een UMC vindt plaats door de onderwijsinstelling
op grond van de WhW.
Vraag:
Moet de voormalige topfunctionaris van de
onderwijsinstelling na ontslagdatum en volgtijdige (direct aansluitende) indiensttreding
bij de zelfstandige rechtspersoon academisch ziekenhuis als voormalige
topfunctionaris mogelijk nog 48 maanden in de WNT-rapportage bij de
onderwijsinstelling worden gevolgd? Dit vanwege de financiering van de voormalige
medische faculteit binnen het UMC (niet zijnde dezelfde rechtspersoon in
instelling als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b, sub 6 WNT in combinatie met
artikelen 1.2 en 1.8 (en bijlage op) van de Wet op het hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek).
Of is de volgtermijn van 48 maanden bij de onderwijsinstelling
niet van toepassing omdat het feitelijk ontslag van de topfunctionaris
bij de onderwijsinstelling met aansluitend een nieuw dienstverband bij de geheel
andere WNT-plichtige rechtspersoon academisch ziekenhuis als
niet-topfunctionaris volgt. Hierdoor vindt de toetsing voor de WNT-rapportage als
niet-topfunctionaris bij het academisch ziekenhuis plaats als nieuwe werkgever
en is effectief en feitelijk geen sprake van een volgtermijn van
48 maanden bij de onderwijsinstelling als voormalige werkgever per ontslagdatum.
Immers de voormalige topfunctionaris ontvangt na het ontslag
bij de onderwijsinstelling bij het academisch ziekenhuis Loon uit tegenwoordige
dienstbetrekking in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 (art. 1.1.
onderdeel g, WNT) en valt hiermee rechtspositioneel volledig onder de
aansturende verantwoordelijkheid (loon, gezag en arbeid) van de Raad van
Bestuur van het academisch ziekenhuis.
In uw vraagstelling wordt de functie als topfunctionaris bij
een onderwijsinstelling beëindigd en treedt de betrokkene in een functie als
niet-topfunctionaris (of met andere woorden: in een functie waarin betrokkene
niet kwalificeert als topfunctionaris op grond van artikel 1.1, onder b, sub 1° tot en met 5°, WNT) in dienst bij een
andere instelling, een UMC.
Sinds 1 januari 2018 wordt een functionaris, op grond van
artikel 1.1, onder b, sub 6°,
WNT vanaf de datum waarop deze de functie als topfunctionaris neerlegt nog vier
jaar als leidinggevende topfunctionaris genormeerd. Artikel 1.1, onder b, sub 6°, WNT is alleen van toepassing
op degene die een functie als bedoeld in artikel 1.1, onder 1° tot en met 5°,
WNT voor een periode van ten minste twaalf kalendermaanden heeft vervuld en
daarna bij dezelfde rechtspersoon of instelling een dienstverband
behoudt.
Ervan uitgaande, op basis van uw vraagstelling, dat de
betreffende onderwijsinstelling en het betreffende UMC aparte rechtspersonen of
instellingen zijn en dus geen onderdeel zijn van één en dezelfde rechtspersoon
of instelling, lijkt artikel 1.1, onder b, sub 6°,
WNT niet van toepassing te zijn.
Volledigheidshalve merkt de HelpdeskWNT van BZK op dat de
eerstgenoemde functie op of na 1 januari 2018 moet zijn ingegaan of, ingeval
van een ingangsdatum vóór 1 januari 2018, op of na 1 januari 2018 zijn verlengd
(zie artikel 4a, eerste lid, onder a, Beleidsregels WNT 2023).
Daarnaast merkt de HelpdeskWNT van BZK op dat de wijze waarop
en de bronnen waaruit het UMC in het algemeen en de functie van betrokkene in
het bijzonder wordt gefinancierd, voor de toepassing van deze bepaling niet
relevant is.