In 2022 wordt er een nieuwe Stichting A opgericht met als
doel om per 1-1-2023 de volledige activiteiten van Stichting B over te nemen en
gedeeltelijk de activiteiten van gemeentelijke instantie C over te nemen.
Op 1 januari 2023 fuseert Stichting A met Stichting B
(waarna Stichting B ophoudt te bestaan) en worden de desbetreffende activiteiten
van gemeentelijke instantie C overgenomen.
De nieuwe Stichting A kent een besluitvormingsstructuur
waarbinnen enkel de bestuurder en toezichthouders kwalificeren als
topfunctionaris. De groep hoogste ondergeschikten (tweede echelon) is niet
belast met de dagelijkse leiding van de gehele rechtspersoon.
Voormalig topfunctionaris van Stichting B aanvaardt per 1
januari 2023 een nieuwe positie bij Stichting A en maakt per die datum onderdeel uit van het tweede echelon en kwalificeert als zodanig niet als topfunctionaris.
De vraag is of voormalig topfunctionaris van Stichting B
over 2023 en latere jaren door Stichting A onder de WNT verantwoord moet worden.
Hierbij gelden de voorwaarden zoals opgenomen onder Artikel
4a van Beleidsregels WNT 2023:
Artikel 4a. Topfunctionaris na neerleggen van de functie als
topfunctionaris als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel b,
onder 6°, van de WNT
a. De functie als
topfunctionaris
§ –op of na 1 januari
2018 is ingegaan (formele startdatum van de functie) of
§ –vóór 1 januari 2018
is ingegaan (formele startdatum van de functie) en op of na 1 januari 2018
is verlengd, én
o b. De functionaris de functie
als topfunctionaris voor een periode van ten minste twaalf kalendermaanden
aaneengesloten heeft vervuld, én
o c. De functionaris na het
neerleggen van zijn functie als topfunctionaris bij dezelfde rechtspersoon een
dienstverband bekleedt anders dan een functie als topfunctionaris
2.Van een dienstverband zoals bedoeld in het eerste lid, onderdeel
c, is sprake indien dit dienstverband aanvangt binnen twaalf kalendermaanden na
beëindiging van de functie als topfunctionaris.
Voor de voormalig topfunctionaris wordt niet voldaan
aan 1 sub c, deze bekleedt per 1-1-2023 namelijk niet aansluitend na het
neerleggen van zijn functie bij dezelfde rechtspersoon een dienstverband
anders dan een functie als topfunctionaris. Stichting A is namelijk niet
dezelfde rechtspersoon als Stichting B. Stichting A verschilt wat betreft omvang (zowel
opbrengsten als balanstotaal) en kenmerken (andere RvT, andere bestuurder,
andere MT leden) ook significant van Stichting B. Omdat niet aan 1 sub c wordt
voldaan, is de conclusie dat Stichting A vanaf kalenderjaar 2023 in het kader van de WNT niet over deze voormalig topfunctionaris gerapporteerd hoeft te worden.
Klopt bovenstaande conclusie?
De bovenstaande conclusie
is niet juist voor zover sprake is (of is geweest) van een juridische fusie van
Stichting A met Stichting B ofwel een fusie waarbij Stichting A alle
vermogensbestanddelen en rechten en verplichtingen heeft overgenomen van
Stichting B. In dat geval moet Stichting A namelijk worden beschouwd als de
rechtsopvolger van Stichting B en is dus bij de bedoelde topfunctionaris sprake
van het behouden van een dienstverband bij dezelfde rechtspersoon of
instelling. In dit geval is dus sprake van nawerking van het geweest zijn van
topfunctionaris van Stichting B en dus van toepassing van artikel 1.1, onder b,
sub 6°, WNT. Dat de functie die
vervuld wordt tot de tweede echelon wordt gerekend en op zichzelf niet
kwalificeert als functie als topfunctionaris is niet relevant voor deze
bepaling. Wel relevant is dat er ook aan de overige in artikel 4a Beleidsregels
WNT 2023 genoemde voorwaarden moet worden voldaan voordat sprake kan zijn van
het van toepassing zijn van artikel 1.1, onder b, sub 6°,WNT.
Zie ook het antwoord op
deze eerdere, vergelijkbare Forumvraag: https://forum.topinkomens.nl/discussion/comment/711#Comment_711.