Ik heb 2 vragen over de WNT-verantwoording
bij een nieuwe klant sinds boekjaar 2022.
Vraag 1.
De fiscale bijtelling en de
eventuele compensatie voor de fiscale bijtelling in verband met de auto die in
eigendom (geen leaseauto) is van een gemeenschappelijke regeling tellen mee als
bezoldigingscomponent.
De organisatie bestaat uit 4 gelieerde
entiteiten (een gemeenschappelijke regeling, een BV en 2 stichtingen. De WNT-verantwoording
wordt voor deze directeur bij alle 4 de entiteiten in de jaarstukken opgenomen
naar rato van het dienstverband.
De directeur is aangemerkt als
topfunctionaris en maakt gebruik van deze auto. Naar rato van zijn dienstverband
worden alle bezoldigingscomponenten toegerekend naar de juiste entiteit m.u.v.
de fiscale bijtelling. De fiscale bijtelling wordt voor 100% toegerend aan de
gemeenschappelijke regeling. De reden om de fiscale bijtelling van circa € 10K niet
toe te rekenen aan alle 4 de entiteiten is, omdat de auto in eigendom is van de
gemeenschappelijke regeling. Is deze verwerkingswijze van de fiscale bijtelling
juist of had de fiscale bijtelling net als de overige bezoldigingscomponenten
toegerekend moeten worden op basis van rato van het dienstverband?
Vraag 2.
De modelverantwoording in de
jaarstukken 2021 wijkt iets af van het voorgeschreven WNT-verantwoordingsmodel. De WNT stelt het gebruik van het model niet verplicht.
- 2021 en 2020 zijn in 1 tabel opgenomen
en
- bovenin staan de naam en
functiegegevens één keer genoemd.
Wel is het te volgen en de
belangrijkste punten staan in de WNT-verantwoording. Alleen de beloningen betaalbaar op termijn is
verantwoord onder beloning plus onkostenvergoedingen. Totaal bezoldiging blijft
gelijk, dus geen financieel impact.
De klant is voornemens om de
gegevens uit de gecontroleerd jaarstukken 2021 1 op1 over te nemen in de
jaarstukken 2022 en de gegevens over 2022 in het voorgeschreven model over te
nemen. Hierbij zal wel onderscheid worden gemaakt tussen beloningen betaalbaar
op termijn en de beloning plus onkostenvergoedingen. Dient er dan in 2022 toch
een foutenherstel plaats te vinden voor de gegevens uit 2021 of kan dit
achterwege blijven. Mij lijkt een foutenherstel niet van toepassing aangezien het slechts een verschuiving betreft en het totaal aan bezoldiging gelijk blijft.
De HelpdeskWNT van BZK geeft via het Forum uitsluitend algemene wetsuitleg
over de WNT. Casusbeoordelingen vooraf worden niet gegeven, en er wordt geen
antwoord gegeven op vragen over concrete casus. Ook worden er vooraf geen
instructies of aanwijzingen gegeven voor de openbaarmaking van de WNT-gegevens
in een concrete casus.
Antwoord op vraag 1
De HelpdeskWNT van BZK kan geen uitspraken doen over deze casus. Op basis
van de informatie in de vraagstelling kunnen wij ook geen concreet antwoord op
de vraag geven. Het antwoord op de vraag hangt namelijk onder meer af van:
Bij wijze van algemene uitleg kunnen wij, als handreiking, wel het volgende
opmerken.
De rechtspersoon of instelling waarmee de topfunctionaris een
dienstbetrekking is aangegaan, moet de bezoldiging die is afgesproken met en
die wordt betaald aan de topfunctionaris (of ten behoeve van de topfunctionaris
aan een derde) verantwoorden, indien deze rechtspersoon of
instelling onder de WNT valt. Als de topfunctionaris een dienstbetrekking heeft
met twee of meer van de betrokken rechtspersonen of instellingen die ieder voor
zich onder de WNT vallen, moet de bezoldiging naar rato van de omvang en duur
van het dienstverband per WNT-entiteit worden verantwoord. Bovendien kan het zo
zijn dat in dat geval de totale bezoldiging van de topfunctionaris met
dienstbetrekking door de betrokken WNT-entiteiten moet worden getoetst aan het
in artikel 1.6a WNT bepaalde bezoldigingsmaximum (anticumulatiebepaling bij
twee of meer dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij twee of
meer WNT-instellingen).
Indien de rechtspersoon of instelling (ongeacht of deze zelf onder de WNT
valt of niet) de betreffende topfunctionaris ter beschikking stelt aan een
andere rechtspersoon of instelling die (wel of ook) onder de WNT valt, is bij
laatstgenoemde rechtspersoon of instelling sprake van functievervulling anders
dan op grond van dienstbetrekking. In dat geval moet de vergoeding die voor die
ter beschikking stelling in rekening wordt gebracht door de eerstgenoemde
rechtspersoon of instelling aan de als laatstgenoemde rechtspersoon of
instelling voor de WNT worden aangemerkt als bezoldiging "anders dan op grond
van dienstbetrekking" (artikel 1.1, onder e, WNT in combinatie met artikel 2a
Uitvoeringsregeling WNT). Deze doorbelaste bezoldiging moet bij de laatstgenoemde
rechtspersoon of instelling naar rato van de omvang en duur van het
dienstverband aan het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum worden
getoetst.
Als de topfunctionaris aan meerdere onder de WNT vallende rechtspersonen of
instellingen ter beschikking wordt gesteld, wordt voor de toets aan het
individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum per rechtspersoon of instelling
uitgegaan van de bij de betreffende rechtspersoon of instelling in rekening
gebrachte bezoldiging. Als in dat verband een bepaalde bezoldigingscomponent
op basis van onderling gemaakte afspraken geheel aan één onder de WNT vallende
rechtspersoon of instelling wordt doorbelast in plaats van naar rato over alle
betrokken onder de WNT vallende rechtspersonen of instellingen, dan is die
verdeling op zich niet verboden op grond van de WNT. De WNT schrijft niet voor
welke verdeling of verdeelsleutel gehanteerd moet worden voor de toerekening
van bezoldiging in het kader van ter beschikking stelling van een topfunctionaris
aan twee of meer onder de WNT vallende rechtspersonen of instellingen. Een 100%
toerekening van één bezoldigingscomponent aan één rechtspersoon of instelling
in een gelieerd verband kán daarom toegestaan zijn, maar het eindoordeel
daarover kan alleen worden gegeven als alle feiten en omstandigheden van het
geval en alle afspraken tussen partijen in ogenschouw worden genomen. Het in de
vraagstelling beschreven geval waarin 100% van de fiscale bijtelling wordt
toegerekend aan de rechtspersoon of instelling die de betreffende auto ter
beschikking heeft gesteld, zou op het eerste gezicht bezien toelaatbaar kunnen
zijn voor de WNT, maar wij kunnen daar geen sluitende of bindende uitspraken
over doen.
Voor zover een of meer van de betrokken rechtspersonen of instellingen
kwalificeert als gelieerde rechtspersoon in de zin van de WNT, moet de totale
bezoldiging van (of, ingeval van functievervulling op basis van ter beschikking
stelling, de vergoeding voor de inzet van) de topfunctionaris in aanvulling op
de vorengenoemde toetsen bij de WNT-instelling(en) ook worden getoetst aan het
in artikel 2.1, vijfde lid, eerste volzin, WNT genoemde bezoldigingsmaximum en
als zodanig separaat verantwoord door de onder de WNT vallende
rechtsperso(o)n(en) of instelling(en).
Antwoord op vraag 2
Op grond van artikel 4.1, eerste en tweede lid, WNT moeten de in de
artikelen 5 en 5a Uitvoeringsregeling WNT vermelde WNT-gegevens openbaar worden
gemaakt. De instelling is in beginsel vrij in de wijze waarop dat gebeurt, áls
die gegevens maar openbaar worden gemaakt. Zo moet bijvoorbeeld de bezoldiging
van een topfunctionaris met dienstbetrekking worden uitgesplitst naar de
componenten beloning, belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen en
beloningen betaalbaar op termijn. Het gebruik van het WNT-verantwoordingsmodel
op topinkomens.nl is inderdaad niet verplicht. Bij gebruik van dat model staat
echter buiten twijfel dat de WNT-gegevens op de juiste wijze én volledig worden
verantwoord.