Twee stichtingen zijn gefuseerd per 01-01-2024 waarbij stichting A is opgegaan in stichting B. Bij stichting A was voorafgaand aan de fusie sprake van een topfunctionaris zonder dienstbetrekking vanaf 08-05-2023 tot 31-12-2023. Dit betekent dat deze functionaris is verantwoord in tabel 1b voor een periode van 8 maanden in 2023. Per 01-01-2024 heeft de betreffende topfunctionaris een nieuwe overeenkomst met de gefuseerde stichting (stichting B ). Dient dit in het kader van de WNT te worden gezien als een doorlopend dienstverband waarbij de eerste 4 maanden dus nog in tabel 1b worden verantwoord en de overige maanden in tabel 1a met vanzelfsprekend een anders bezoldigingsmaximum of kan de overeenkomst bij de gefuseerde instelling als nieuwe overeenkomst worden beschouwd waarbij de eerste 12 maanden derhalve in tabel 1b worden verantwoord?
Wij gaan ervan uit dat er sprake is een
juridische fusie waarbij Stichting B als verkrijgende stichting als
rechtsopvolger de vermogensbestanddelen, rechten en verplichtingen heeft
verkregen of overgenomen van de verdwijnende Stichting A(waaronder de
contractuele verplichtingen die met de topfunctionaris zijn aangegaan door
A). In dat geval is er sprake van een doorlopend dienstverband en dus niet
van een nieuw dienstverband. Het feit dat er een nieuwe overeenkomst is
gesloten doet daar niet aan af. Het maakt ook niet uit of die nieuwe
overeenkomst bedoeld is als herbevestiging van de oorspronkelijke overeenkomst
dan wel als verlenging van de oorspronkelijke opdracht. Uw conclusie dat er nog
vier maanden moeten worden verantwoord in tabel 1b en de overige maanden in
tabel 1a is juist.
NB: Mocht er sprake zijn van een
bedrijfsfusie en niet van een juridische fusie, zou dat eventueel tot een
andere conclusie kunnen leiden, omdat in die situatie niet alle rechten en
verplichtingen en dus ook overeenkomsten per definitie op de verkrijgende
stichting overgaan of zijn overgegaan. Uit de formulering in de vraagstelling
zien wij echter onvoldoende aanleiding om daar van uit te gaan.