Een
topfunctionaris meldt zich op enig moment ziek. De bedrijfsarts oordeelt in de
terugkoppeling dat de klachten van de topfunctionaris niet kunnen worden
aangemerkt als ziekte of gebrek die leiden tot medische beperkingen. De
bedrijfsarts geeft aan dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding en
situatieve arbeidsongeschiktheid. Partijen hebben kort na dit oordeel een
vaststellingsovereenkomst gesloten waarmee de arbeidsovereenkomst met
wederzijds goedvinden is geëindigd. Bij het bepalen van de einddatum is een
opzegtermijn gehanteerd die langer is dan de geldende opzegtermijn.
Hierover
bestaan de volgende vragen:
Ad 1. Artikel 10, tweede
lid, onderdeel d, Beleidsregels WNT 2024 heeft betrekking op ziekte of
arbeidsongeschiktheid op grond waarvan de werknemer wettelijk recht heeft op
loondoorbetaling op grond van artikel 629, eerste lid, Boek 7 BW. Ofwel door de
bedrijfsarts of UWV-arts vastgestelde, ziekte of medische arbeidsongeschiktheid.
Bij situatieve of situationele arbeidsongeschiktheid (bijvoorbeeld ontstaan of
veroorzaakt door een arbeidsconflict) bestaat alleen recht op loondoorbetaling
op grond van dat BW-artikel voor zover de medische (lichamelijke of
geestelijke) klachten of aandoeningen zodanig verslechteren dat de bedrijfsarts
of UWV-arts (ook) ziekte of medische arbeidsongeschiktheid heeft vastgesteld. Of
daarvan sprake is, staat ter beoordeling aan de bedrijfsarts of UWV-arts. Het
antwoord op vraag 1 luidt dan ook: nee, tenzij er volgens de bedrijfsarts of
UWV-arts (ook) sprake is van medische ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dit
betekent dat de bezoldiging die gedurende enkele/zuivere situatieve
arbeidsongeschiktheid wordt doorbetaald voorafgaande aan de beëindiging van het
dienstverband, voor de WNT moet worden aangemerkt als uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband en niet als bezoldiging.
Ad 2. Nee, situatieve
arbeidsongeschiktheid wordt niet genoemd in en dus ook niet bestreken door
artikel 10, eerste of tweede lid, Beleidsregels WNT 2024. Het eerste lid ziet,
kortgezegd, op de periode waarin een topfunctionaris formeel is geschorst
vooruitlopende op de beslissing van de werkgever over al dan niet beëindigen
van het dienstverband (ongeacht of de topfunctionaris wel of niet situatief
arbeidsongeschikt is). Wat het tweede lid betreft: bij situatieve
arbeidsongeschiktheid heeft de werknemer op grond van artikel 628, eerste lid,
Boek 7 BW in beginsel recht op loondoorbetaling, tenzij het geheel of
gedeeltelijk niet verrichten van de overeengekomen arbeid in redelijkheid voor
rekening van de werknemer behoort te komen. Of deze "tenzij" van toepassing is,
wordt bepaald door de feiten en omstandigheden, de uitlatingen en gedragingen
van partijen in het concrete geval. Daardoor is per definitie geen sprake van
een recht op doorbetaling van bezoldiging dat rechtstreeks, dwingend en
eenduidig voortvloeit uit een wettelijk voorschrift (artikel 628, eerste lid,
Boek 7 BW). De accountant die in een concreet geval hiermee wordt
geconfronteerd, dient dit als (potentiële) overtreding van de WNT te melden aan
de verantwoordelijke WNT-toezichthouder, die vervolgens onderzoek daarnaar kan
doen en zo nodig handhavend kan optreden.
Ad 3. Gelet op artikel
2.10, derde lid, WNT moet de bezoldiging gedurende een periode waarin de
topfunctionaris zijn of haar werkzaamheden niet meer verricht, worden
aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband (zie voor de
eventuele uitzonderingen daarop de antwoorden op de vorige vragen) en moet de
datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt worden aangemerkt
als datum waarop het dienstverband is geëindigd. Het kan zijn dat die datum
samenvalt met de datum van ondertekening van een vaststellingsovereenkomst,
maar dat hoeft niet per se het geval te zijn en zal ook niet altijd het geval
zijn.