Forum uitvoering Wet normering topinkomens

Alle categorieen => Bezoldiging => Topic gestart door: CindyRabe op woensdag 13 november 2024, 13:21:27

Titel: Nabetaling over periode voor aanstelling als topfunctionaris
Bericht door: CindyRabe op woensdag 13 november 2024, 13:21:27
De instelling heeft een topfunctionaris aangesteld vanaf 1 september 2024 (in loondienst). Deze functionaris had voor de aanstelling als topfunctionaris een andere functie (als werknemer in loondienst) binnen de instelling.

In de periode na 1 september 2024 heeft de instelling een nabetaling gedaan aan de topfunctionaris over de periode 1 januari 2024 t/m 31 augustus 2024. De betaling heeft dus betrekking op de periode voor aanstelling als topfunctionaris maar is verwerkt in de loonadministratie van de periode waarin de medewerker wel is aangesteld als topfunctionaris.

Hierover heb ik 2 vragen:
1. Dient de beloning vermeld te worden in model 1A, immers voor alle componenten wordt inbeginsel gekeken naar het moment van uitbetaling.
2. Indien het antwoord op vraag 1A JA is & de uitbetaling leidt tot een overschrijding van het individuele maximum geldt hiervoor dan dat er sprake is van een optische overschrijding die toegelicht moet worden, maar niet hoeft te worden terug betaald?

Titel: Re: Nabetaling over periode voor aanstelling als topfunctionaris
Bericht door: HelpdeskWNT op donderdag 14 november 2024, 13:54:22

De HelpdeskWNT van het
ministerie van BZK geeft geen casusbeoordeling af en doet ook geen uitspraken
over individuele, concrete casus. Wij beperken ons tot het geven van
wetsuitleg. Op basis daarvan moet het mogelijk zijn dat u zelf het antwoord op
uw vragen kunt bedenken.



Indien een functionaris
niet het gehele kalenderjaar, maar slechts een gedeelte van het kalenderjaar de
functie van topfunctionaris heeft vervuld, hoeft deze topfunctionaris slechts
te worden verantwoord over de periode van functievervulling als
topfunctionaris. Dit volgt uit artikel 2.1, derde lid, WNT, dat bepaalt dat in
geval van een dienstverband met een kortere duur dan een kalenderjaar, partijen
geen bezoldiging overeenkomen die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging,
bedoeld in artikel 2.3, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop het
dienstverband betrekking heeft en gedeeld door 365. Voor de WNT en in de
WNT-verantwoording moet de duur van het dienstverband worden aangeduid met de
aanvangsdatum en einddatum van de functievervulling. De WNT maximeert immers
de bezoldiging uit hoofde van het dienstverband als topfunctionaris en die
bezoldiging moet worden verantwoord.
Hierbij moeten de gegevens worden
ingevuld in tabel 1.a., voor zover gebruik wordt gemaakt van het door BZK ter
beschikking gestelde Verantwoordingsmodel WNT 2024.

De bezoldiging van een niet-topfunctionaris wordt door de WNT niet gemaximeerd,
wel moet deze openbaar worden gemaakt (in tabel 3 van het Verantwoordingsmodel
WNT 2024) voor zover die bezoldiging het grensbedrag van de WNT overschrijdt
(zie artikel 4.1, tweede lid, WNT). De periode als niet-topfunctionaris moet
onderscheiden worden van de WNT-verantwoording als topfunctionaris.

Wat de toerekening van de
bezoldiging betreft, het volgende.



Artikel 3, eerste lid,
Uitvoeringsregeling WNT bepaalt dat een component van de bezoldiging
toegerekend wordt aan de bezoldiging van het kalenderjaar waarin deze component
in de salarisadministratie wordt verwerkt of, indien de component niet in de
salarisadministratie wordt opgenomen, in het jaar waarin de component ten laste
van het resultaat van de rechtspersoon of instelling komt. Dit is de hoofdregel
van toerekening.



Artikel 3, tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT bepaalt dat voor de toetsing aan het toepasselijk
bezoldigingsmaximum, in afwijking van het eerste lid, een component van de
bezoldiging die betrekking heeft op een eerder kalenderjaar dan waarin deze in
de salarisadministratie wordt verwerkt, onderscheidenlijk ten laste van het
resultaat van de rechtspersoon of instelling komt, toegerekend kan worden aan
het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft. Dit kan alleen voor zover er in
het eerdere kalenderjaar nog ruimte in de voor dat jaar geldende norm resteert.
Dit levert in het verantwoordingsjaar dan een optische overschrijding op die
toegelicht moet worden maar er is dan geen sprake van een onverschuldigde
betaling in het verantwoordingsjaar.



Hoewel
dat niet letterlijk in het tweede lid staat vermeld, kan dit tweede lid (gelet
op doel en strekking) op overeenkomstige wijze worden toegepast binnen één
kalenderjaar, voor zover er in dat kalenderjaar een of meer maanden zijn waarin
betrokkene aangemerkt moet of kan worden als niet-topfunctionaris. Het tweede
lid kan met andere woorden ook gelden voor het toerekenen van bezoldiging die
tijdens de periode van functievervulling als topfunctionaris is uitbetaald maar
die kan worden toegerekend aan de periode daarvoor toen betrokkene nog
kwalificeerde als niet-topfunctionaris. In de periode dat betrokkene nog geen
topfunctionaris was, wordt de bezoldiging niet gemaximeerd door de WNT. De
optische overschrijding in de periode van functievervulling als topfunctionaris
moet wel worden toegelicht (omdat de component in die periode is uitbetaald en
voor de WNT dus moet worden verantwoord over die periode), maar levert geen
onverschuldigde betaling op voor zover deze kan worden toegerekend aan de
eerdere periode als niet-topfunctionaris.