Forum uitvoering Wet normering topinkomens

Alle categorieen => Overig => Topic gestart door: Tanja op maandag 02 december 2024, 16:16:30

Titel: afkoop WW rechten bij mobiliteitsdienstverband
Bericht door: Tanja op maandag 02 december 2024, 16:16:30
Gezien uw bericht uit november '23: 'Voor de WNT kwalificeren betalingen aan een (mobiliteits)bureau dat het dienstverband van een topfunctionaris overneemt van een WNT-instelling, niet als uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband van die topfunctionaris, voor zover de betalingen aan dat bureau in totaliteit niet hoger zijn dan de uitkeringsaanspraken die op het moment van de contractovername voorbetrokkene bij
onvrijwillig ontslag rechtstreeks, dwingend en eenduidig zouden voortvloeien uit een wettelijk voorschrift, een algemene bepaling van een voor werknemers geldende collectieve arbeidsovereenkomst of andere met vakbonden van werknemers overeengekomen collectieve regeling (artikel 10a Beleidsregels WNT 2023).'

Betekent dit ook dat het deel voor afkoop van de wettelijke WW niet voor 30% (art 10c lid4), maar voor 100% (van het maximale wettelijke) WW uitkeringsrecht mag worden betaald aan het mobiliteitsbureau?
Titel: Re: afkoop WW rechten bij mobiliteitsdienstverband
Bericht door: HelpdeskWNT op dinsdag 03 december 2024, 11:53:38
Het korte antwoord op uw vraag is neen. Artikel 10a
Beleidsregels WNT 2024 betreft de betaling van een bedrag ineens of in
termijnen aan een mobiliteitsbureau uit hoofde van contractovername ter
vervanging van uitkeringen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de
Uitvoeringsregeling WNT. Afkoop van uitkeringsrechten (artikel 10c
Beleidsregels WNT 2024) geschiedt in de regel ook in de vorm van betaling van
een bedrag ineens, maar afkoop van uitkeringsrechten wordt voor de WNT niet
aangemerkt als betaling van een bedrag ineens aan een mobiliteitsbureau als
bedoeld in artikel 10a. De beide betalingen hebben een geheel verschillend doel
en strekking. Bij een mobiliteitsdienstverband betaalt de werkgever het bedrag
aan het mobiliteitsbureau waarbij de werknemer in de regel in dienst treedt bij
dat mobiliteitsbureau, zodat onvrijwillige werkloosheid wordt voorkomen. Afkoop
van uitkeringsrechten is meestal niet gericht op het voorkomen van
onvrijwillige werkloosheid. Bij afkoop van uitkeringsrechten vindt de betaling
aan de betrokken werknemer zelf plaats, niet aan een mobiliteitsbureau. De
werknemer is vervolgens vrij in de besteding van het betreffende bedrag. Daarnaast
worden betalingen aan een mobiliteitsbureau uit hoofde van contractovername ter
vervanging van uitkeringen niet als uitkering wegens beëindiging van het
dienstverband aangemerkt voor zover deze vervangende uitkeringen in totaliteit
niet hoger zijn dan de aanspraken die in totaliteit zouden bestaan bij
onvrijwillige beëindiging van het dienstverband. Bij afkoop van
uitkeringsrechten wordt een afkooppercentage dat boven de 50 procent uitgaat, juist
wel beschouwd als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die
genormeerd is op grond van de WNT (artikel 10c, vijfde lid, Beleidsregels WNT
2024).

Titel: Re: afkoop WW rechten bij mobiliteitsdienstverband
Bericht door: Tanja op dinsdag 03 december 2024, 19:56:46

Gezien het gegeven antwoord is mijn indruk dat ik
de vraag niet duidelijk heb gesteld. Ter verduidelijking het volgende.



 Betalingen aan een mobiliteitsbureau worden niet
aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband, voor zover
uitkeringen in totaliteit niet hoger zijn dan de aanspraken die bij
onvrijwillige beëindiging in totaliteit dwingend en eenduidig zouden
voortvloeien uit een wettelijk voorschrift, een collectieve arbeidsovereenkomst
of andere collectieve regeling (art. 10a Beleidsregels WNT). Onder dergelijke
dwingende en eenduidige aanspraken vallen ook (indien sprake is van
eigenrisicodragerschap) uitkeringen uit hoofde van de wettelijke WW-uitkering.
Artikel 10c Beleidsregels WNT bepaalt dat als een uitkering rechtstreeks,
dwingend en eenduidig voortvloeit uit een wettelijk voorschrift, zoals in dit
voorbeeld de wettelijke WW-uitkering, de afkoop van die uitkeringsrechten tegen
een gebruikelijke afkoopwaarde (30%) eveneens wordt geacht rechtstreeks,
dwingend en eenduidig voort te vloeien uit een wettelijk voorschrift.



 Uit het voorgaande vloeit voort dat als partijen
afspreken dat (1) de wettelijke WW-uitkering wordt afgekocht tegen 30%
afkoopwaarde en (2) die afkoopsom wordt aangewend om betalingen te verrichten
aan een mobiliteitsbureau, de betalingen aan het mobiliteitsbureau niet worden
aangemerkt als uitkeringen wegens beëindiging van het dienstverband.



 Mijn vraag is nu: kan alleen de afkoopwaarde van
30% worden aangewend voor betalingen aan het mobiliteitsbureau, zonder dat deze
betalingen worden aangemerkt als uitkeringen wegens beëindiging van het
dienstverband? Of kan worden afgesproken dat de volledige waarde van de
wettelijke WW-uitkering (dus 100% van de totale uitkeringsrechten) wordt
aangewend voor betalingen aan het mobiliteitsbureau? In het laatste geval zou
de topfunctionaris dus geen betalingen ontvangen uit hoofde van zijn recht op
WW-uitkering, maar uitsluitend betalingen ontvangen van het mobiliteitsbureau
dat het contract heeft overgenomen. De kosten die anders door de instelling
zouden worden gemaakt voor de betaling van de WW-uitkering worden aangewend
voor uitkeringen aan het mobiliteitsbureau.



 Omdat artikel 10a Beleidsregels WNT spreekt over
vervangende uitkeringen die in totaliteit niet hoger zijn dan de aanspraken die
in totaliteit zouden bestaan bij onvrijwillige beëindiging van het
dienstverband, lijkt mij dat de totale uitkeringsrechten kunnen worden
vervangen door betalingen aan het mobiliteitsbureau.


Titel: Re: afkoop WW rechten bij mobiliteitsdienstverband
Bericht door: HelpdeskWNT op woensdag 04 december 2024, 09:33:27

We blijven bij ons antwoord dat afkoop van
uitkeringsrechten formeel en feitelijk iets anders is dan betaling van een
bedrag ineens of in termijnen aan een mobiliteitsbureau ter vervanging van
uitkeringsrechten. Het een kan niet voor het ander worden gebruikt. Beide
vormen van afspraak en betaling hebben een verschillend doel en toepassing en worden
in het kader van de WNT verschillend behandeld.

De betaling aan een mobiliteitsbureau mag in de vorm
van betaling van een bedrag ineens ter vervanging van de in die bepaling
omschreven uitkeringsrechten. Wellicht bedoelt u met de term afkoop niet afkoop
in de zin van artikel 10c Beleidsregels WNT 2024 maar de betaling van een
bedrag ineens ter vervanging van uitkeringsrechten. In dat geval is het beter
om de term afkoop te vermijden omdat die tot misverstand kan leiden bij de
toets aan artikel 10a Beleidsregels WNT 2024.



Dat de bekostiging van contractovername door een
mobiliteitsbureau formeel en feitelijk niet kan plaatsvinden door afkoop van
uitkeringsrechten, blijkt uit de toelichting op de invoering van artikel 10a (Stcrt.
2016, 13373, blz. 2). In de toelichting is er het volgende over gezegd, waarbij
wij de relevante passages hebben geaccentueerd:
"In de praktijk komt het
voor dat werkgevers mobiliteitsbureaus inzetten als HRM-instrument om
medewerkers elders aan het werk te helpen. Hiermee wordt onvrijwillige
beëindiging
van het dienstverband en de daaraan verbonden
uitkeringsaanspraken voorkomen
. De medewerker neemt vrijwillig ontslag
en treedt in dienst bij het mobiliteitsbureau (in de praktijk contractovername
genoemd). De arbeidsrelatie van de medewerker wordt in feite overgenomen voor
een aantal jaren met behoud van bestaande arbeidsvoorwaarden en pensioenopbouw.
Gedurende de contractperiode begeleidt het bureau de kandidaat naar een andere
functie. Na afloop van de contractperiode heeft de voormalige werkgever geen
enkele verplichting meer aan de kandidaat. De voormalige werkgever betaalt
in plaats van de uitkeringen waarop aanspraak zou ontstaan bij onvrijwillig
ontslag het mobiliteitsbureau (meestal vooraf) de totale bezoldiging voor de
duur van de contractovername, plus eventuele opslagpercentages, opleidingskosten
en jaarlijkse vaste kosten i.v.m. de contractovername.
De wettelijke aanspraken ontstaan bij onvrijwillig
ontslag worden voor de toepassing van de WNT niet als uitkering wegens
beëindiging van het dienstverband aangemerkt. Het ligt in de rede de kosten
(exclusief BTW) voor een mobiliteitsbureau, als zijnde een alternatief voor
de door de werkgever te bekostigen wettelijke aanspraken ontstaan bij
onvrijwillig ontslag
, evenmin als uitkering wegens beëindiging van het
dienstverband aan te merken, voor zover deze niet hoger zijn dan de aanspraken
die een medewerker heeft bij ontslag, die voortvloeien uit een algemeen
verbindend verklaarde cao of wettelijk voorschrift."

De crux hiervan is dat bij afkoop sprake is van
onvrijwillig ontslag. De daaraan verbonden uitkering wordt afgekocht en dus
niet vermeden.



De door u
genoemde afkoop van een wettelijke WW-uitkering is overigens formeel en
feitelijk niet mogelijk en valt buiten artikel 10c Beleidsregels WNT 2024. Artikel
10c ziet volgens de toelichting op die bepaling (Stcrt. 2021, 46521, blz. 9-10)
op de afkoop van bovenwettelijke, na-wettelijke en niet-wettelijke
werkloosheidsuitkeringen, wachtgelden en wachtgelduitkeringen. De Werkloosheidswet
biedt zelf geen afkoopmogelijkheid. Ons zijn geen cao's bekend waarin die
afkoopmogelijkheid wel wordt geboden. U bedoelt wellicht dat partijen willen
afspreken dat de topfunctionaris afziet van het aanvragen en ontvangen van een wettelijke
WW-uitkering in ruil voor betaling van een bedrag ineens ter vervanging van die
WW-uitkering (WW-vervangende uitkering). De afspraak en de betaling van een
dergelijke WW-vervangende uitkering (inclusief de afkoop daarvan) is genormeerd
door de WNT als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en valt niet
onder artikel 10a Beleidsregels WNT 2024, tenzij de
WW-vervangende uitkering (en de afkoop daarvan) rechtstreeks, dwingend en
eenduidig voortvloeit uit een algemene bepaling van een cao of van een van
toepassing zijnde collectieve regeling die is overeengekomen met verenigingen
van werknemers of ambtenaren die bevoegd zijn afspraken te maken over
arbeidsvoorwaarden.