De HelpdeskWNT van het
ministerie van BZK doet geen uitspraken over concrete, individuele casus. Wij
geven uitsluitend algemene wetsuitleg over de WNT. Wij gaan daarbij uit van de
informatie in de vraagstelling. Onvolledige of onjuiste informatie betekent dat
deze wetsuitleg mogelijk niet klopt of niet geldt. Het eindoordeel over een
casus ligt bij de bevoegde toezichthouder op de WNT, die zijn oordeel op alle
relevante feiten, omstandigheden en afspraken kan baseren.
Voor een topfunctionaris
zonder dienstbetrekking geldt vanaf de dertiende kalendermaand de reguliere
normering van de WNT op grond van artikel 2.1, vierde lid, eerste en tweede
volzin, WNT in combinatie artikel 2.1, eerste, tweede en derde lid, van die wet.
Vanaf de dertiende kalendermaand wordt het individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum bepaald, waarbij moet worden gecorrigeerd voor de werkelijke
omvang en duur van het dienstverband. Het tweede en derde lid van artikel 2.1
WNT zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Afgaande op de beschrijving van
dit geval, ligt het daarbij voor de hand om uit te gaan van artikel 2.1, derde
lid, WNT (correctie van de duur van het dienstverband). Het derde lid van
artikel 2.1 WNT bepaalt het volgende: in geval van een dienstverband met een
kortere duur dan een kalenderjaar, komen partijen geen bezoldiging overeen die
meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 WNT,
vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop het dienstverband betrekking heeft
en gedeeld door 365. Hiervoor moet het aantal kalenderdagen (niet: werkdagen)
vanaf aanvang t/m einde van de functievervulling, in het kalenderjaar, worden
gebruikt. Als de functievervulling daadwerkelijk is gestopt vóór de formele
einddatum van de overeenkomst van opdracht, moet voor de WNT worden uitgegaan
van de laatste dag waarop gewerkt is. Als dat 15 september is, zoals u in uw
vraag poneert, dan zal dat vermoedelijk de datum van einde functievervulling
zijn en niet de formele einddatum van de overeenkomst van opdracht.