Geachte heer/mevrouw,
Bij een cliënt van ons is sprake van de volgende situatie.
Het betreft een holding-werkmaatschappijstructuur, waarbij de holding 100% aandeelhouder is van één enkele werkmaatschappij. De werkmaatschappij valt onder de WNT-regelgeving. Via een managementovereenkomst verricht de directeur uitsluitend werkzaamheden voor de werkmaatschappij . De directeur-grootaandeelhouder (DGA) is volledig in loondienst bij de holding.
De DGA is gedeeltelijk arbeidsongeschikt. De holding is hiervoor verzekerd en ontvangt maandelijks een uitkering. Echter, de holding ontvangt nog steeds dezelfde managementvergoeding als vóór de arbeidsongeschiktheid. Over improductieve uren zijn tussen de holding en de werkmaatschappij geen afspraken vastgelegd.
Onze vraag is welke deeltijdfactor in fte moet worden gehanteerd als basis voor de omvang van het dienstverband. Daarnaast ontvangen wij graag een toelichting op basis van welke artikelen, bijlagen en uitzonderingen van de WNT dit bepaald wordt.
Alvast bedankt voor uw reactie.
Uw vraag behelst een verzoek om casusbeoordeling. Daar kan de
HelpdeskWNT van het ministerie van BZK niet op ingaan. Wij geven uitsluitend
algemene wetsuitleg over de WNT.
Afgaande op de informatie in uw vraagstelling, lijkt sprake
te zijn van een topfunctionaris van de WNT-instelling die zijn of haar functie
anders dan op grond van dienstbetrekking vervult. In een dergelijke situatie is
de interim-normering van de WNT van toepassing, inclusief het
bezoldigingsbegrip bij functievervulling zonder dienstbetrekking (artikel 2a
Uitvoeringsregeling WNT). Zie voor meer informatie ook deze Q&A's op
topinkomens.nl:
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016/wat-is-het-bezoldigingsmaximum-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-v.a.-2016".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/bezoldiging-topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking/wat-wordt-onder-bezoldiging-verstaan-bij-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking".
De interim-normering bestaat uit twee onderdelen:
- De eerste twaalf kalendermaanden van de
functievervulling geldt een bezoldigingsmaximum dat uit twee onderdelen
bestaat: een absoluut maximum per kalendermaand en maximum uurtarief. De eerste
twaalf kalendermaanden wordt niet gewerkt met een deeltijdfactor maar met
feitelijk gewerkte uren. Zie artikel 2.1, vierde lid, derde volzin, WNT in
combinatie met artikel 4, eerste en tweede lid, Uitvoeringsbesluit WNT en
artikel 7a, eerste tot en met derde lid, Beleidsregels WNT 2025. Zie voor meer
informatie ook deze Q&A's op topinkomens.nl:
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016/op-welke-manier-worden-de-maanden-bepaald-bij-de-normering-van-topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016/hoe-werkt-de-twaalf-maanden-termijn-v.a.-2016".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/bezoldigingsmaximum/hoe-wordt-het-individueel-toepasselijk-bezoldigingsmaximum-bepaald".
- Vanaf de dertiende
kalendermaand geldt het toepasselijke bezoldigingsmaximum zoals dat ook voor
een topfunctionaris met (fictieve) dienstbetrekking geldt. Het individueel
toepasselijke bezoldigingsmaximum wordt berekend op basis van de duur en
omvang van het dienstverband (artikel 2.1, vierde lid, eerste en tweede volzin,
WNT in combinatie met artikel 2.1, tweede en derde lid, WNT. Zie ook artikel
7a, vierde lid, in combinatie met artikel 7 Beleidsregels WNT 2025.
Er geldt vanaf de dertiende kalendermaand van de functievervulling zonder
dienstbetrekking niet langer een maximum uurtarief. De omvang van het
dienstverband wordt uitgedrukt met de deeltijdfactor. Indien er bij de
WNT-instelling sprake is van feitelijk minder gewerkte uren dan is vastgelegd
én dat is het gevolg van individuele afspraken (en niet van in de cao, de
rechtspositie of een wettelijk voorschrift geregelde omstandigheden zoals
ongeschiktheid tot werken wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid of opgenomen
vakantiedagen), dan moet de deeltijdfactor voor het betreffende tijdvak worden
vastgesteld op basis van de daadwerkelijk gewerkte uren. Dat moet in voorkomend
geval leiden tot correctie van het individueel toepasselijk
bezoldigingsmaximum. Dat is niet aan de orde als de werkgever van de
topfunctionaris (in dit geval de holding) verplicht is tot loondoorbetaling bij
ziekte op grond van artikel 629 van Boek 7 BW of als sprake is van
arbeidsongeschiktheid op grond van de WAO of de WIA.
Zie voor meer informatie deze Q&A's op topinkomens.nl:
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/topfunctionarissen-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016/hoe-bereken-je-na-twaalf-kalendermaanden-het-individueel-toepasselijke-bezoldigingsmaximum-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-2016".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/bezoldigingsmaximum/hoe-wordt-het-individueel-toepasselijke-bezoldigingsmaximum-berekend-bij-een-dienstverband-in-deeltijd".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/bezoldigingsmaximum/hoe-wordt-de-deeltijdfactor-voor-een-topfunctionaris-in-dienstbetrekking-bepaald".
https://www.topinkomens.nl/vraag-en-antwoord/bezoldigingsmaximum/stappenplan-indien-de-deeltijdfactor-niet-is-vastgelegd-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-kalenderjaar-2020".