De HelpdeskWNT van het ministerie van BZK geeft geen
casusbeoordeling af en geeft ook geen antwoord op vragen over concrete casus.
Wij geven uitsluitend algemene wetsuitleg.
In artikel 2.10, derde lid, WNT is het volgende bepaald: voor
de toepassing van deze wet wordt bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris
vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult,
aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en wordt de
datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt
aangemerkt als datum waarop het dienstverband is geëindigd. Het laatste
betekent dat als het derde lid van toepassing is én bijvoorbeeld 31 augustus
2024 daadwerkelijk de laatste dag is waarop de topfunctionaris diens
werkzaamheden nog verricht of heeft verricht, die datum voor de WNT geldt als
de datum waarop het dienstverband als topfunctionaris is (of, beter gezegd,
wordt geacht te zijn) geëindigd.
De bezoldiging over de periode waarin de topfunctionaris
diens werkzaamheden niet meer heeft verricht, telt op grond van artikel 2.10,
derde lid, WNT mee bij de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband
voor de toets aan het maximum van artikel 2.10, eerste lid, WNT en moet dus
worden verantwoord (in Tabel 2 van het Verantwoordingsmodel WNT 2024, voor
zover dat model wordt gebruikt).
Op de regel van artikel 2.10, derde lid, WNT gelden enkele
uitzonderingen die zijn gebundeld in artikel 10 Beleidsregels WNT 2025. Als een
van deze uitzonderingen van toepassing is, blijft de bezoldiging in een periode
van non-activiteit – vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband -
aangemerkt als bezoldiging. Het dienstverband eindigt voor de WNT dan op de
formele datum van de beëindiging en niet op de laatste dag dat nog
werkzaamheden werden verricht.