Verantwoording topfunctionaris zonder dienstverband

Gestart door Shira, woensdag 04 maart 2020, 10:46:32

Shira

Hoe moet een topfunctionaris zonder dienstverband opgenomen worden in de verantwoording van 2019 indien deze in 2018 actief was en in 2019 niet meer actief was?

Uit het verantwoordingsmodel haal ik dat 2019 leeg kan blijven en bij de vergelijkende gegevens 2018 de totale bezoldiging van 2018 ingevuld moet worden in tabel 1a. Graag een bevestiging hierop, want de eerste 12 maanden liepen over de kalenderjaren 2017 en 2018 waardoor er in 2018 een verantwoording in zowel tabel 1a als in tabel 1b is opgenomen. In de vergelijkende gegevens 2018 laat je dan als ik de instructie goed begrijp 2017 los en neem je alles in 1 tabel op.

Alvast hartelijk dank voor de reactie.



HelpdeskWNT

Als een topfunctionaris geen dienstverband meer heeft met de
WNT-instelling in het hele boekjaar 2019 dan hoeft er geen WNT-verantwoording
plaats te vinden voor het boekjaar 2019 m.b.t. die voormalige topfunctionaris.
Dus ook geen vergelijkende gegevens over 2018. Uitzondering hierop is als er
nog betalingen van bezoldiging of van uitkering wegens beëindiging van het
dienstverband in 2019 plaatsvinden.



Mocht er in 2019 of later nog een uitkering wegens
beëindiging dienstverband worden gedaan in verband met de beëindiging van het
dienstverband van de betreffende topfunctionaris in 2018 dan dient deze nog wel
te worden verantwoord.



Voor zover er in 2019 sprake is van (na)betaling van
bezoldiging voor werkzaamheden die in 2018 of eerder zijn verricht uit hoofde
van het (destijds nog geldige) dienstverband van de topfunctionaris, dient deze
bezoldiging altijd te worden verantwoord voor de WNT. De reden voor de
(na)betaling is dat vroegere dienstverband. De (na)betaling wordt aangemerkt
als bezoldiging, niet als een uitkering wegens de beëindiging van het dienstverband,
omdat de reden voor de (na)betaling niet die beëindiging van dat dienstverband
is, maar de verrichte arbeid.



Voor het jaar waarin deze (na) betaalde bezoldiging voor de
WNT moet worden verantwoord, is ingeval van functievervulling op grond van een dienstbetrekking
de kalendermaand van (na)betaling relevant dan wel, ingeval van
functievervulling anders dan op grond van een dienstbetrekking, de
factuurdatum.



Als, bij een (vroegere) dienstbetrekking, de (na)betaling
plaatsvindt in de kalendermaand januari van het kalenderjaar (in casu 2019)
volgend op het kalenderjaar waarin het dienstverband is beëindigd (in casu 2018),
kan de bezoldiging nog worden meegenomen in de WNT-verantwoording van het
kalenderjaar waarin het dienstverband is beëindigd (in casu 2018). De precieze
sluitingsdatum hangt af van het softwarepakket dat voor de loonaangifte wordt
gebruikt.



Als, bij een (vroegere) dienstbetrekking, de (na)betaling
plaatsvindt in of na de kalendermaand februari van het kalenderjaar volgend op
het kalenderjaar waarin het dienstverband is beëindigd, wordt de bezoldiging
meegenomen in de WNT-verantwoording van het kalenderjaar waarin de (na)betaling
heeft plaatsgevonden (in casu 2019).



Ingeval van (voormalige) functievervulling anders dan op
grond van een dienstbetrekking, moet de bezoldiging worden verantwoord in het
jaar waarin de component ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of
instelling komt (artikel 3, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling WNT).



Dat het dienst­verband is beëindigd en er in het
kalenderjaar van (na)betaling geen dienstverband meer bestaat met de
topfunctionaris, doet daaraan niet af. Voor zover het om bezoldiging voor
werkzaamheden gaat die verricht zijn uit hoofde van het (voormalige)
dienstverband van de topfunctionaris, ligt het op basis van een redelijke
wetsuitleg van de WNT voor de hand dat die bezoldiging op grond van de WNT moet
worden verantwoord, ook na de beëindiging van het dienstverband. Dus ook in
deze situatie kan er een WNT-verantwoording 2019 moeten worden opgesteld.



Doordat er in 2019 (in casu) niet gewerkt is door de
topfunctionaris en er geen duur van het dienstverband is, zal het individueel
toepasselijk bezoldigingsmaximum in 2019 nul zijn.



Zowel
voor de situatie waarbij de topfunctionaris in dienstbetrekking werkzaam was
als ook in de situatie waarin de topfunctionaris niet in dienstbetrekking
werkzaam was geldt het volgende. De in 2019 (na)betaalde bezoldiging die niet
in boekjaar 2018 kan of mag worden verantwoord en derhalve in 2019 moet worden
verantwoord, kan voor de toets aan het bezoldigingsmaximum van de WNT met
toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling WNT worden
toegerekend aan 2018, zijnde het jaar waarin de werkzaamheden zijn verricht
waarvoor de (na)betaling plaatsvindt. Dit kan uitsluitend als er bij  de toetsing van de bezoldiging aan de norm van
2018 nog voldoende ruimte is om de bezoldiging aan 2018 toe te rekenen zonder
dat daarbij een onverschuldigde betaling ontstaat.