Verantwoording externe inhuur over meer dan een jaar in het jaarverslag

Gestart door Rense, donderdag 11 februari 2021, 14:13:56

Rense

Beste lezer, 

De casus betreft externe inhuur vanaf 2018 tot een
deel van 2020 waarbij de facturering als geheel heeft plaatsgevonden in het
jaar 2020.



Als gevolg hiervan is in de jaren 2018 en 2019 wel
de naam van betrokkene opgenomen in het jaarverslag, echter zonder bedragen.
 



Nu alles gefactureerd is wil ik alle jaren
verantwoorden in 2020.



Er is bovendien inmiddels aansluitend in 2020
sprake van een regulier dienstverband (functie als topfunctionaris).



Voor
de toets aan het bezoldigingsmaximum voor interim topfunctionarissen zijn
relevant de vergoedingen die door de WNT-instelling worden betaald aan de derde
die de topfunctionaris ter beschikking heeft gesteld. Niet het salaris dat
daadwerkelijk aan de interim topfunctionaris is of wordt betaald door de
WNT-instelling.



Ik denk te begrijpen dat alleen voor de eerste 12
maanden inhuur de hoge norm geldt en daarna het algemene WNT-maximum terwijl er
dan nog wel sprake is van externe inhuur. Is dit de juiste redenering?



Ik ben ook niet bekend met de manier van
verantwoorden: kan ik elke regel die betrekking heeft op de externe inhuur per
jaar verantwoorden zodat duidelijk is welk jaar bedoeld wordt in de
verantwoording of is het voldoende om de periode externe inhuur als één geheel
aan te merken en pas onderscheid te maken vanaf het moment dat er geen sprake
meer is van inhuur?



HelpdeskWNT

Voordat wij
uw vragen beantwoorden, merken wij als eerste op dat de bezoldiging in zijn
geheel in boekjaar 2020 (het jaar van uitbetaling) moet worden verantwoord (artikel
3, eerste lid, Uitvoeringsregeling WNT). Op basis van artikel 3, tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT kan echter voor de toetsing aan het toepasselijk
bezoldigingsmaximum een component van de bezoldiging die betrekking heeft op
een eerder kalenderjaar dan waarin deze in de salarisadministratie wordt
verwerkt, onderscheidenlijk ten laste van het resultaat van de rechtspersoon of
instelling komt, toegerekend worden aan het kalenderjaar waarop deze betrekking
heeft, voor zover in dat jaar nog ruimte in de norm resteert. Dit zou
kunnen gelden voor de over 2018 en 2019 nabetaalde vergoedingen en dus kunnen
die mogelijk aan die eerdere kalenderjaren worden toegerekend.





Hierbij moet
rekening worden gehouden met het feit dat in één boekjaar sprake kan zijn van twee
of meer toepasselijke normeringen, namelijk:



  • de normering van de eerste twaalf kalendermaanden van de
    functievervulling anders dan op grond van dienstbetrekking (artikel 4
    Uitvoeringsbesluit WNT), en/of
  • de normering vanaf de dertiende kalendermaand van de
    functievervulling anders dan op grond van dienstbetrekking (artikel 2.1, vierde
    lid, WNT in combinatie met artikelen 2.3, 2.4, 2.5, 2.6, 2.7 of 2.8 WNT), en/of
  • de normering van de functievervulling op grond van
    dienstbetrekking (artikel 2.1, eerste lid, in combinatie met artikelen 2.3,
    2.4, 2.5, 2.6, 2.7 of 2.8 WNT).




Gedurende de
eerste twaalf kalendermaanden van de functievervulling anders dan op grond van
dienstbetrekking geldt inderdaad een hoger bezoldigingsmaximum dan vanaf de
dertiende kalendermaand of bij functievervulling op grond van dienstbetrekking.
Zie voor meer informatie deze Q&A op de website: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-is-het-bezoldigingsmaximum-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-v.a.-2016" title="Link: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-is-het-bezoldigingsmaximum-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-v.a.-2016">https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-is-het-bezoldigingsmaximum-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-v.a.-2016.



Als de
overgang van de ene naar de andere normering binnen één boekjaar plaatsvindt,
dan moet gescheiden van elkaar worden getoetst aan de toepasselijke norm én
idem dito worden verantwoord: enerzijds
de bezoldiging over de eerste tot en met twaalfde kalendermaand van de
functievervulling anders dan op grond van dienstbetrekking (o.b.v. inhuur),
voor zover in dat boekjaar gelegen, en anderzijds
de bezoldiging vanaf de dertiende kalendermaand van de functievervulling anders
dan op grond van dienstbetrekking, voor zover gelegen in dat boekjaar. De
bezoldiging over de periode dat de functie op grond van dienstbetrekking wordt
vervuld, moet vervolgens weer gescheiden van de bezoldiging vanaf de dertiende
kalendermaand van de functievervulling anders dan op grond van dienstbetrekking
worden getoetst én verantwoord, voor zover de overgang van de ene naar de
andere normering in één boekjaar plaatsvindt. Als er sprake is van drie
verschillende normeringen in één boekjaar (tot en met twaalf kalendermaanden
zonder dienstbetrekking; vanaf dertiende kalendermaand zonder dienstbetrekking;
en met dienstbetrekking), dan moeten de betreffende perioden in de
WNT-verantwoording apart worden verantwoord (deels in andere tabellen) én
getoetst aan het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum.




Hieronder een
voorbeeld van hoe de WNT-verantwoording in een dergelijke situatie ingedeeld zou
moeten worden:


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 


 

WNT-toetsing en -verantwoording

 

 


 

 

WNT-toetsing en -verantwoording

 

 


 

 

2018


 

 

Normering 1e
  t/m 12e kalendermaand: laatste drie maanden van 2018 (tabel 1.b.
  Verantwoordingsmodel)

 

 


 

 

2019


 

 

Normering 1e
  t/m 12e kalendermaand: eerste negen maanden van 2019 (tabel 1.b)


 

 

Normering vanaf
  13e kalendermaand: laatste drie maanden van 2019 (tabel 1.a, o.v.v.
  "dienstbetrekking: nee")


 

 

2020


 

 

Normering vanaf
  13e kalendermaand: eerste tien maanden van 2020 (tabel 1.a, o.v.v.
  "dienstbetrekking: nee")

 

 


 

 

Reguliere
  normering in dienstbetrekking: laatste twee maanden van 2020 (tabel 1.a,
  o.v.v. "dienstbetrekking: ja")


 
De
verantwoording van de bezoldiging kan (en moet ook) in zijn geheel in de
WNT-verantwoording van boekjaar 2020 plaatsvinden, met foutherstel ten aanzien
van de eerdere verantwoordingen. Het is niet nodig eerdere verantwoordingen
opnieuw, gecorrigeerd, te publiceren. Het kan door de vergelijkende gegevens te
corrigeren of door de gecorrigeerde WNT-verantwoording volledig opnieuw op te
nemen in de WNT-verantwoording van boekjaar 2020. Zie artikel 5b
Uitvoeringsregeling WNT en deze Q&A op de website: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-moet-een-wnt-instelling-doen-als-fouten-worden-geconstateerd-in-de-wnt-verantwoording-na-vaststelling-van-de-jaarrekening" title="Link: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-moet-een-wnt-instelling-doen-als-fouten-worden-geconstateerd-in-de-wnt-verantwoording-na-vaststelling-van-de-jaarrekening">https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-moet-een-wnt-instelling-doen-als-fouten-worden-geconstateerd-in-de-wnt-verantwoording-na-vaststelling-van-de-jaarrekening.