Berekenen deeltijdfactor topfunctionaris zonder dienstbetrekking

Gestart door VioletteMoons, dinsdag 19 april 2022, 08:53:37

VioletteMoons

Op topinkomens.nl staat een stappenplan hoe de deeltijdfactor berekend moet worden voor de topfunctionaris zonder dienstbetrekking als de deeltijdfactor niet is vastgelegd (https://www.topinkomens.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/stappenplan-indien-de-deeltijdfactor-niet-is-vastgelegd-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-boekjaar-2020). 

De berekeningswijze voor dit stappenplan geldt vanaf de 13e kalendermaand. 
Hoe moet de berekening uit het stappenplan worden toegepast als: 
1. de 13e kalendermaand in de loop van het kalenderjaar valt?
Moeten in dat geval alle gefactureerde uren in dat kalenderjaar worden gedeeld door productieve uren die gelden voor dat boekjaar, ook al gold voor de gefactureerde uren voorafgaand aan die 13e kalendermaand een andere normering (art. 4 Uitvoeringsbesluit WNT)?

2. het einde van de interim werkzaamheden in de loop van een kalenderjaar valt? 
Voorbeeld: stel iemand werkt (en factureert) tot en met 23 januari 2022 54 uur. Daarna stoppen de interim werkzaamheden. Volgens het stappenplan leidt dat tot een deeltijdfactor van 54 / 1566 = 0,03. 
Om individueel maximum te berekenen voor die periode geldt dan: € 128.000 (maximum voor onderwijssector) x 0,03x 23 gedeeld door 365 - € 241,97. Dat lijkt mij een onjuiste uitkomst. 
Of moet voor de berekening van de deeltijdfactor het aantal productieve uren op jaarbasis naar rato worden gepakt wanneer de opdracht in de loop van het kalenderjaar eindigt? 


HelpdeskWNT

Ad 1. Nee, vanaf de 13e kalendermaand van het
dienstverband mogen alleen de gefactureerde uren in het resterende deel van het
kalenderjaar worden gedeeld door de productieve uren die gelden voor dat
resterende deel. Als bijvoorbeeld de dertiende kalendermaand aanvangt op 1
april van het kalenderjaar, dan worden de uren vanaf 1 april in beschouwing
genomen (zowel de gefactureerde als de productieve uren). De WNT maakt in zowel
de normering als de verantwoording onderscheid tussen de eerste twaalf
kalendermaanden van een dienstverband van een topfunctionaris zonder
dienstbetrekking en de periode vanaf de dertiende kalendermaand van het
dienstverband. Voor beide periodes geldt een andere normering, met andere
uitgangspunten. Dit betekent onder andere dat arbeidsuren uit de eerst twaalf
kalendermaanden buiten beschouwing (moeten) blijven voor de toets aan de
normering vanaf de dertiende kalendermaand. De periode tot en met de twaalfde
kalendermaand moet, uitgaande van het door het ministerie van BZK ter
beschikking gestelde Verantwoordingsmodel WNT, in een andere tabel van dat
model (te weten tabel 1a) worden verantwoord dan de periode vanaf de dertiende
kalendermaand (te weten tabel 1).





Ad 2. Uw berekening van de deeltijdfactor is inderdaad
onjuist. In uw berekening zet u namelijk de gewerkte uren in een periode van 23
kalenderdagen af tegen de productieve uren volgens het stappenplan op
jaarbasis. Dat levert inderdaad een onjuiste uitkomst op. De productieve uren
moeten daarentegen naar rato van de duur van het dienstverband in kalenderdagen
worden gecorrigeerd. In uw voorbeeld moeten de 1566 productieve uren worden
vermenigvuldigd met 23/365 kalenderdagen, wat resulteert in 98,679 productieve
uren. Afgezet tegen 54 gewerkte uren, levert dit een deeltijdfactor op van
(54/98,679 = ) 0,547 fte.





Het toepasselijke bezoldigingsmaximum wordt vervolgens bepaald
door niet alleen te corrigeren voor de omvang van het dienstverband (de
deeltijdfactor) maar ook voor de duur van het dienstverband. In geval van een
dienstverband met een kortere duur dan een kalenderjaar, komen partijen geen
bezoldiging overeen die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in https://wetten.overheid.nl/BWBR0032249/2022-01-01#Paragraaf2_Artikel2.3">artikel
2.3, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop het dienstverband
betrekking heeft (in uw voorbeeld: 23 kalenderdagen) en gedeeld door 365. Dit
is geregeld in artikel 2.1, derde lid, WNT. Op grond van artikel 2.1, vierde
lid, WNT geldt het derde lid ook voor topfunctionarissen zonder
dienstbetrekking vanaf de dertiende kalendermaand. Zie artikel 7, eerste lid,
Beleidsregels WNT 2022 voor de wijze waarop het individueel toepasselijke
bezoldigingsmaximum moet worden vastgesteld voor een topfunctionaris met
dienstbetrekking en voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking vanaf de
dertiende kalendermaand.



Voor zover een
topfunctionaris zonder dienstbetrekking op enig moment gedurende een
kalenderjaar overstapt naar de WNT-instelling om daar werkzaam te zijn als
topfunctionaris in dienstbetrekking, wordt de periode zonder dienstbetrekking
voor de WNT apart verantwoord van de periode met dienstbetrekking (dit volgt
uit artikel 5, vierde lid, Uitvoeringsregeling WNT).