Dienstverband 4 gelieerde entiteiten o.b.v. inschatting

Gestart door HeZ, dinsdag 05 december 2023, 18:21:55

HeZ

De organisatie bestaat uit 4 gelieerde entiteiten (een gemeenschappelijke regeling, een BV en 2 stichtingen. De WNT-verantwoording wordt voor de directeur die als top-functionaris is aangemerkt bij alle 4 de entiteiten afzonderlijk in de jaarstukken opgenomen naar rato van het dienstverband. Dit is gebaseerd op een inschatting, maar hier ligt geen onderbouwing zoals een urenregistratie aan ten grondslag.

Op totaalniveau is er geen sprake van een overschrijding van het WNT-maximum. De doorbelasting is echter niet toetsbaar door het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing van het dienstverband per entiteit.

Vragen:
1. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de accountantscontrole en het oordeel?
2. Is het ook toegestaan om in het vervolg de WNT-verantwoording alleen in de jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling op te nemen, waar wel een doorbelasting van de werkelijke directie kosten plaatsvindt vanuit de gemeenschappelijke regeling naar de andere 3 entiteiten? Waarbij verder bij deze 3 entiteiten voor de WNT-verantwoording een verwijzing wordt gemaakt naar de jaarstukken van de gemeenschappelijke regeling?

HelpdeskWNT

Uit de vraagstelling
begrijpt de HelpdeskWNT van BZK dat er sprake is van vier losse rechts­personen
of instellingen waarop de WNT van toepassing is, die wel met elkaar verbonden
zijn maar geen groep van rechtspersonen in de zin van artikel 24b van Boek 2 BW
vormen. Voor zover de gemeenschappelijke regeling publiekrechtelijke
rechtspersoonlijkheid heeft (in de vorm van een openbaar lichaam of een
bedrijfsvoeringsorganisatie), is het formeel ook niet mogelijk dat deze
onderdeel is van een groep van rechtspersonen. Immers, uitsluitend
privaatrechtelijke rechtspersonen kunnen tezamen een groep in de zin van dat
BW-artikel vormen.



Verder begrijpen wij uit
de vraagstelling dat de betreffende functionaris (directeur) werkzaam is als
topfunctionaris bij en als zodanig wordt verantwoord door elk van de vier
WNT-instellingen afzonderlijk.



Vanuit één van de vier
WNT-instellingen (de gemeenschappelijke regeling) vindt doorbelasting van de
werkelijke "directie kosten" naar de andere drie WNT-instellingen plaats, maar
de vraagstelling omschrijft niet wat onder "directie kosten" wordt begrepen en
ook niet of deze doorbelasting geschiedt door middel van facturering dan wel op
andere wijze (bijvoorbeeld via een rekening-­courant verhouding tussen de
rechtspersonen).



Uit de vraagstelling
blijkt verder niet expliciet op grond van welke titel de topfunctionaris
werkzaam is bij de vier WNT-instellingen. Voor het bezoldigingsbegrip, de toets
van de bezoldiging aan het bezoldigingsmaximum en de verantwoording van de
WNT-gegevens maakt het groot verschil of sprake is van functievervulling als
topfunctionaris op grond van dienstbetrekking dan wel anders dan op
grond van dienstbetrekking. Wij nemen aan, gelet op de doorbelasting die vanuit
de gemeenschappelijke regeling plaatsvindt naar de andere drie WNT-instellingen
toe, dat de topfunctionaris waarschijnlijk in dienstbetrekking werkzaam is bij
de gemeenschappelijke regeling en door deze WNT-instelling ter beschikking
wordt gesteld aan de andere drie WNT-instellingen om daar de functie van
topfunctionaris anders dan op grond van dienstbetrekking te vervullen. Daarvan
uitgaande, zal de WNT-instelling waar de topfunctionaris in dienstbetrekking
werkzaam is, de kosten van de topfunctionaris aan de andere drie
WNT-instellingen doorbelasten met toepassing van het bezoldigingsbegrip van
artikel 2a Uitvoeringsregeling WNT (bezoldiging van een topfunctionaris zonder
dienstbetrekking). Wij zullen antwoord op uw vragen geven op basis van deze
aannames. Als deze aannames onjuist zijn, horen wij dat graag in reactie op het
antwoord.



Wij zullen eerst antwoord
geven op vraag 2 en daarna op vraag 1.



Antwoord op vraag 2



Op grond van artikel 4.1,
eerste lid, WNT rust de verplichting tot openbaarmaking van de in artikel 5
Uitvoeringsregeling WNT omschreven WNT-gegevens van een topfunctionaris op de
WNT-instelling. De WNT-gegevens moeten worden opgenomen in het financieel verslaggevingsdocument
van de WNT-instelling. Bovendien moet elke WNT-instelling zelf de
WNT-verantwoording online publiceren op de eigen website.



Alleen bij een groep van
rechtspersonen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 BW is het op grond van
artikel 5c, derde lid, Uitvoeringsregeling WNT toegestaan om de WNT-gegevens,
bedoeld in de artikelen 5 en 5a Uitvoeringsregeling WNT, op te nemen in de
geconsolideerde jaarrekening, in de enkelvoudige jaarrekening van de
betreffende rechtspersoon of in de enkelvoudige jaarrekening van een van de
andere rechtspersonen in de groep, voor zover dit op grond van andere op de
rechtspersonen van toepassing zijnde regelgeving is toegestaan. In deze Q&A
op de website topinkomens.nl wordt nader uitgelegd aan welke voorwaarden en
eisen de WNT-verantwoording in een dergelijke situatie moet voldoen: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/moeten-van-de-wnt-instellingen-van-wie-de-financiele-gegevens-worden-opgenomen-in-de-geconsolideerde-jaarrekening-van-de-moederorganisatie-of-in-de-enkelvoudige-jaarrekening-van-een-andere-rechtspersoon-binnen-de-groep-de-wnt-gegevens-afzonderlijk-openbaar-worden-gemaakt-en-gemeld" title="Link: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/moeten-van-de-wnt-instellingen-van-wie-de-financiele-gegevens-worden-opgenomen-in-de-geconsolideerde-jaarrekening-van-de-moederorganisatie-of-in-de-enkelvoudige-jaarrekening-van-een-andere-rechtspersoon-binnen-de-groep-de-wnt-gegevens-afzonderlijk-openbaar-worden-gemaakt-en-gemeld">https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/moeten-van-de-wnt-instellingen-van-wie-de-financiele-gegevens-worden-opgenomen-in-de-geconsolideerde-jaarrekening-van-de-moederorganisatie-of-in-de-enkelvoudige-jaarrekening-van-een-andere-rechtspersoon-binnen-de-groep-de-wnt-gegevens-afzonderlijk-openbaar-worden-gemaakt-en-gemeld.



Wij nemen echter aan (zie
hiervoor) dat in dit geval geen sprake is van een groep van rechts­personen
maar van vier formeel-juridisch afzonderlijke WNT-instellingen. Het antwoord op
vraag 2 is dan ook nee, tenzij alsnog sprake is van een groep van
rechtspersonen als hiervoor bedoeld.





Antwoord op vraag 1



Alvorens antwoord te
geven op vraag 1, lijkt het ons nuttig om eerst algemene wetsuitleg te geven
over de bepaling en verantwoording van de omvang van het dienstverband en het
daarmee verband houdende individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum, alsook
over het toepasselijke bezoldigingsbegrip.



De WNT-instelling waar de
topfunctionaris in dienstbetrekking werkzaam is, verantwoordt de bezoldiging
die is overeengekomen met en is betaald aan deze topfunctionaris op basis van
de omvang en duur van de dienstbetrekking met die WNT-instelling (met
toepassing van het in artikel 2 Uitvoeringsregeling WNT vervatte
bezoldigingsbegrip). Zie artikel 5, eerste en tweede lid, Uitvoeringsregeling
WNT voor de WNT-gegevens die in dit geval verantwoord moeten worden door deze
WNT-instelling. De bezoldiging van de topfunctionaris met dienstbetrekking
wordt getoetst aan het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (d.w.z. het
voor de instelling geldende bezoldigingsmaximum, gecorrigeerd voor de omvang en
duur van de dienstbetrekking als bedoeld in artikel 2.1, tweede respectievelijk
derde lid, WNT). De omvang van het dienstverband wordt uitgedrukt als
deeltijdfactor, met een minimum van 0,025 fte en een maximum van 1,0 fte.



De WNT-instellingen waar
de topfunctionaris zonder dienstbetrekking werkzaam is, verantwoorden de aan de
ter beschikking stellende WNT-instelling vergoede bezoldiging voor de inzet van
de topfunctionaris (met toepassing van het in artikel 2a Uitvoeringsregeling
WNT vervatte bezoldigingsbegrip). Zie artikel 5, eerste en tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT voor de WNT-gegevens die in dit geval verantwoord
moeten worden door elke WNT-instelling vanaf de dertiende kalendermaand van de
functievervulling zonder dienstbetrekking. De WNT-instellingen moeten in dat
kader, ieder voor zich, de omvang van het dienstverband, uitgedrukt als
deeltijdfactor met een minimum van 0,025 fte en een maximum van 1,0 fte,
verantwoorden.



In afwijking van het
voorgaande zijn in artikel 5, vierde lid, Uitvoeringsregeling WNT de
WNT-gegevens vermeld die verantwoord moeten worden in de eerste twaalf maanden
van de functievervulling zonder dienstbetrekking. De eerste twaalf
kalendermaanden moet de omvang van het dienstverband in uren worden verantwoord
door elke WNT-instelling afzonderlijk.



Voor de vaststelling van
de omvang van het dienstverband bij functievervulling anders dan op grond van
dienstbetrekking moet dus worden uitgegaan van de werkelijke omvang van
het dienstverband, uitgedrukt in de deeltijdfactor (vanaf de dertiende
kalendermaand) of in uren (eerste twaalf kalendermaand). Op grond van de WNT is
de WNT-instelling verplicht om de bezoldiging die aan deze instelling in
rekening wordt gebracht voor de ter beschikking stelling van de topfunctionaris
door een derde (inclusief een verbonden WNT-instelling waar de topfunctionaris
in dienstbetrekking werkzaam is) te toetsen aan het voor de werkelijke omvang
en duur van het dienstverband gecorrigeerde bezoldigingsmaximum. Om dat te
kunnen doen, dient de WNT-instelling bij te houden en te verantwoorden hoeveel
uren de topfunctionaris werkt of gewerkt heeft voor de WNT-instelling.



In deze Q&A op
topinkomens.nl is een stappenplan opgenomen voor het geval dat de ureninzet van
de topfunctionaris niet is vastgelegd of bijgehouden: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/stappenplan-indien-de-deeltijdfactor-niet-is-vastgelegd-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-kalenderjaar-2020" title="Link: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/stappenplan-indien-de-deeltijdfactor-niet-is-vastgelegd-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-kalenderjaar-2020">https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/stappenplan-indien-de-deeltijdfactor-niet-is-vastgelegd-voor-een-topfunctionaris-zonder-dienstbetrekking-vanaf-kalenderjaar-2020. Met behulp van dit stappenplan kan de
WNT-instelling de deeltijdfactor bepalen. Dit stappenplan kan alleen worden
gebruikt vanaf de dertiende kalendermaand van de functievervulling zonder dienstbetrekking.
Dit stappenplan is primair bedoeld voor en toegeschreven op de situatie waarin
de kosten van de topfunctionaris door de ter beschikking stellende derde worden
gefactureerd of anderszins (bijvoorbeeld via een rekening-courant verhouding) in
rekening gebracht aan de WNT-instelling.



De
door de accountant te verrichten controlewerkzaamheden met betrekking tot de
omvang van het dienstverband van de topfunctionaris zijn voor situaties met
groepen van rechtspersonen nader omschreven in de punten 9, 10 en 17 van
paragraaf 2.2.3 Controleprotocol WNT 2022. Deze bepalingen zijn weliswaar in
dit geval niet rechtstreeks of formeel van toepassing, omdat er geen sprake is
van een formeel groepsverband als hiervoor bedoeld, maar dat neemt niet weg dat
in dit geval wel naar analogie van deze bepalingen kan en mag worden gehandeld
door de accountant. Als de WNT-instelling waar de topfunctionaris zonder
dienstbetrekking werkzaam is de omvang van het dienstverband niet heeft
vastgelegd of bijgehouden en ook niet heeft vastgesteld aan de hand van het
vorengenoemde stappenplan, mag de accountant voor de controle van de omvang van
dat dienstverband uitgaan van de tussen de betreffende WNT-instellingen
gemaakte afspraken over tijdsbesteding, de registratie van de tijdbesteding
en/of het percentage van de loonkosten dat voor de betreffende functionaris aan
de WNT-instelling(en) wordt doorbelast (zie de tweede volzin van het
vorengenoemd punt 10). Met behulp van deze methode is het in veel gevallen
mogelijk om een controleverklaring te kunnen afgeven. Ingeval ook deze methode
geen soelaas biedt, zal de accountant een oordeels­onthouding moeten afgeven
omdat dit onderdeel van de WNT-verantwoording dan niet kan worden
gecontroleerd.