Dienstverband

Gestart door ControllerJeugdzorg, woensdag 15 april 2026, 21:38:33

ControllerJeugdzorg

Situatie
Er is een WNT‑instelling (stichting) en een niet‑WNT‑instelling (dochtermaatschappij). De topfunctionaris staat op de loonlijst van de niet‑WNT‑instelling. De bezoldiging tot het WNT‑maximum wordt vanuit de niet‑WNT‑instelling doorbelast aan de WNT‑instelling.

Binnen de niet‑WNT‑instelling vinden slechts zeer beperkte activiteiten plaats. Dit blijkt uit het feit dat de BV slechts een geringe omvang aan direct toerekenbare kosten heeft, geen eigen standplaats of vestiging kent en geen eigen website heeft. De topfunctionaris verricht daar ongeveer 0,5 uur per week aan werkzaamheden, waaronder het autoriseren en betalen van inkoopfacturen. De topfunctionaris is directeur‑bestuurder van de WNT‑instelling (stichting) en werkt daar nagenoeg fulltime.

Er is tussen de topfunctionaris en de niet‑WNT‑instelling een arbeidsovereenkomst gesloten waarin geen afspraken zijn vastgelegd over tijdschrijven of de verdeling van de werktijd. Op de website is beschreven op welke wijze de deeltijdfactor moet worden vastgesteld wanneer er geen afspraken zijn gemaakt over de tijdbesteding van een topfunctionaris zonder dienstbetrekking. Zie Stappenplan indien de deeltijdfactor niet is vastgelegd voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking (vanaf kalenderjaar 2020) | Topinkomens. Op basis van dit stappenplan en de feitelijke situatie van de topfunctionaris komt het aantal productieve uren dat voor de WNT‑instelling is gewerkt uit boven de grens van 1506 uur, die volgens de WNT wordt gebruikt om de deeltijdfactor te bepalen.

Klopt het dat in deze situatie een deeltijdfactor van 1,000 kan worden gehanteerd in de WNT-verantwoording?

HelpdeskWNT

De Helpdesk WNT van het ministerie van BZK geeft op het Forum uitvoering Wet normering topinkomens algemene wetsuitleg over de toepassing van de WNT. Wij geven geen casusbeoordelingen af of toestemming (impliciet of expliciet) voor afspraken of voor WNT-verantwoordingen. Wel kan in algemene zin vanuit wetsuitleg het volgende worden opgemerkt.
 
De in de vraagstelling beschreven relatie tussen de WNT-instelling en de niet-WNT-instelling (dochteronderneming) wijst mogelijk op een relatie met een gelieerde rechtspersoon. Of hiervan sprake is kan beoordeeld worden met behulp van de forumvraag: Wanneer is sprake van een gelieerde rechtspersoon? | Topinkomens
 
Wanneer de niet-WNT-instelling gekwalificeerd kan worden als een gelieerde rechtspersoon betekent dit voor de normering van de topfunctionaris dat de som van de bezoldigingen verkregen bij de WNT-instelling en bij de gelieerde rechtspersoon niet hoger mogen zijn dan de voor de WNT-instelling geldende norm (artikel 2.1, vijfde lid, eerste volzin, WNT in combinatie met het zesde lid). De bijverdiensten van een topfunctionaris bij een gelieerde rechtspersoon tellen dus mee voor de normering. 
 
Als de topfunctionaris de werkzaamheden bij de WNT-instelling verricht anders dan op grond van dienstbetrekking kan het volgende worden opgemerkt. Duurt het dienstverband bij de WNT-instelling langer dan 12 kalendermaanden, dan moet de omvang van het dienstverband voor de toets aan het individueel toepasselijk maximum bij de WNT-instelling worden uitgedrukt in de deeltijdfactor.
Bij een dienstverband van korter dan 12 kalendermaanden moeten de gewerkte uren worden vastgesteld en verantwoord in plaats van de deeltijdfactor (artikel 2.1, vierde lid, derde volzin, WNT in combinatie met artikel 4, tweede lid, Uitvoeringsbesluit WNT).
 
Als de deeltijdfactor niet is vastgelegd in de arbeidsovereenkomst met de dochter en ook niet in een eventuele aparte detacheringsovereenkomst tussen de dochter en de instelling, mag de deeltijdfactor met behulp van het stappenplan uit de Q&A worden vastgesteld: Stappenplan indien de deeltijdfactor niet is vastgelegd voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking (vanaf kalenderjaar 2020) | Topinkomens

De deeltijdfactor kan voor de WNT nooit groter zijn dan 1 fte (artikel 7, tweede lid, Beleidsregels WNT 2026). Het lijkt niet waarschijnlijk dat sprake is van een deeltijdfactor van 1 fte als tegelijkertijd de topfunctionaris voor 0,5 uur per week werkzaam is bij de dochter. De deeltijdfactor, voor zover kleiner dan 1 fte, moet op 3 decimalen worden afgerond (artikel 7, derde lid, Beleidsregels WNT 2026).