Verjaringstermijn WNT

Gestart door KScholtz, woensdag 06 mei 2026, 20:02:24

KScholtz

Bij de controle van de jaarrekening van een BV welke valt onder de WNT is vastgesteld dat zij in 2025 een entiteit heeft aangekocht welke, ten onrechte, geen WNT-verantwoording heeft opgesteld over de jaren 2024 en eerder.

Het standpunt is ingenomen dat er sprake is van een verjaring van de WNT-vordering van 5 jaren.
In casu is er sprake van overschrijding van de WNT-norm door de voormalige werkmaatschappij d.m.v. betalingen aan de voormalige holding voor de managementfee.

Kan de klant in haar jaarrekening 2025 volstaan met het verwerken van de WNT-verantwoording per 1 april 2021 (5 jaar na bekend worden verplichting WNT c.q. overschrijding maximum) of is er sprake van verplichte publicatie c.q. foutherstel over alle jaren vanaf ingangsdatum WNT. 

HelpdeskWNT

De Helpdesk WNT van het ministerie van BZK geeft op het Forum uitvoering Wet normering topinkomens algemene wetsuitleg over de toepassing van de WNT. Wij geven geen casusbeoordelingen af of toestemming (impliciet of expliciet) voor afspraken of voor WNT-verantwoordingen. Wel kan in algemene zin vanuit wetsuitleg het volgende worden opgemerkt.

In artikel 5.5, vierde lid, WNT is bepaald dat de voor de handhaving van de WNT bevoegde minister geen onverschuldigde betaling opeist als de vordering uit onverschuldigde betaling is verjaard. Voor de verjaring van de onverschuldigde betaling gelden de termijnen van artikel 309 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, dat wil zeggen dat de vordering verjaart vijf jaar nadat de schuldeiser (de WNT-instelling of, zoals in het geval van uw vraagstelling, de rechtsopvolger daarvan) met zowel het bestaan van de vordering als de persoon van de ontvanger bekend is geworden en in ieder geval twintig jaar nadat de vordering is ontstaan. Voor zover de onverschuldigde betaling of betalingen bekend zijn geworden bij het opstellen en controleren van de WNT-verantwoording over 2025, is dat het moment waarop de verjaringstermijn is gaan lopen en niet eerder. Een andere uitleg van de WNT, namelijk dat de vorderingen over 2024 en eerdere jaren mogelijk reeds zouden zijn verjaard voor zover ze ouder dan vijf jaar zijn, omdat de verkregen entiteit de WNT niet correct heeft toegepast, is in strijd met doel en strekking van de WNT en zou misbruik en ontwijking (mogelijk zelfs doelbewust) van die wet opleveren.

Voor topfunctionarissen (ook zonder dienstbetrekking) en niet-topfunctionarissen geldt dat een overschrijding van het geldend bezoldigingsmaximum altijd in de jaarrekening moet worden gemotiveerd.
Zie hiervoor ook de forumvraag: Wanneer en hoe dient een overschrijding van de maximale bezoldiging gemotiveerd te worden? | Topinkomens

Foutherstel is geregeld in artikel 5d Uitvoeringsregeling WNT. Als sprake is van een fout in de WNT-verantwoording dient die te worden hersteld. Zie hiervoor ook de volgende Q&A op topinkomens.nl: Wat moet een WNT-instelling doen als fouten worden geconstateerd in de WNT-verantwoording na vaststelling van het financieel verslaggevingsdocument? | Topinkomens

Artikel 5d, eerste lid, Uitvoeringsregeling bepaalt dat de verantwoordelijke (WNT-instelling) een fout herstelt in de gegevens die op grond van de artikelen 5 en 5a van de Uitvoeringsregeling openbaar moeten worden gemaakt die na vaststelling van het financieel verslaggevingsdocument over het betreffende boekjaar worden geconstateerd, voor zover het een fout betreft:

a.    in een verantwoorde bezoldiging of uitkering wegens beëindiging van het dienstverband over het voorafgaande boekjaar, groter dan € 5.000;

b.    inhoudende het onterecht niet vermelden in de WNT-verantwoording over het voorafgaande boekjaar van (gegevens van) een topfunctionaris;

c.    inhoudende het onterecht vermelden in de verantwoording over het voorafgaande boekjaar van de in artikel 5 bedoelde gegevens die betrekking hebben op een functionaris die geen topfunctionaris is;

d.    die leidt tot (wijzigingen in) een onverschuldigde betaling in enig boekjaar.

In artikel 5d, tweede lid, Uitvoeringsregeling is bepaald dat de verantwoordelijke (WNT-instelling) de in het eerste lid bedoelde fout corrigeert in het eerstvolgende financieel verslaggevingsdocument en licht de verschillen met het eerder vastgestelde financieel verslaggevingsdocument alsmede de oorzaak van de fout toe.
In het geval de fout niet leidt tot (wijzigingen in) een onverschuldigde betaling vermeldt de verantwoordelijke dat in de in de toelichting van het verslaggevingsdocument (artikel 5d, derde lid, Uitvoeringsregeling).
Leidt de fout tot (wijzigingen in) een onverschuldigde betaling dan vermeldt de verantwoordelijke (WNT-instelling) de op het moment van vaststellen van het verantwoordingsdocument de nog niet aan de instelling terugbetaalde bedragen, of, indien op het moment van vaststellen van het financieel verslaggevingsdocument volledige terugbetaling aan de instelling heeft plaatsgevonden, het feit dat deze terugbetaling volledig heeft plaatsgevonden. In het geval de fout leidt tot een verlaging van een onverschuldigde betaling mag een nadere toelichting achterwege blijven (artikel 5d, vierde lid, Uitvoeringsregeling).

Op grond van artikel 5d Uitvoeringsregeling WNT zijn een WNT-instelling en de controlerende accountant verplicht om bij door hen geconstateerde fouten t.a.v. de openbaar te maken gegevens (maximaal) één jaar terug te gaan bij het WNT-foutherstel, tenzij sprake is van een onverschuldigde betaling; foutherstel moet bij een onverschuldigde betaling altijd plaatsvinden, ongeacht in welk boekjaar deze heeft plaatsgevonden. Artikel 5d laat echter onverlet dat de verantwoordelijke WNT-toezichthouder een WNT-instelling kan verplichten een ontbrekende, onvolledige of onjuiste WNT-verantwoording openbaar te maken, ongeacht het boekjaar waar deze betrekking op heeft. De voor de handhaving van de WNT verantwoordelijke minister is op grond van artikel 5.6 WNT immers bevoegd WNT-gegevens openbaar te maken via de Staatscourant, als een WNT-instelling dat nalaat. Als een minder vergaand alternatief kan de instelling verplicht worden een ontbrekende WNT-verantwoording alsnog op te stellen en openbaar te maken, buiten de reguliere verantwoording via de jaarrekening om. Met andere woorden, WNT-instellingen die de openbaarmakingsplicht niet hebben nageleefd, kunnen openbaarmaking niet weigeren met een beroep op de afbakening en termijnen van onderhavige procedure voor foutherstel. Als vuistregel voor foutherstel over eerdere boekjaren kan in de meeste gevallen een termijn van maximaal zeven jaar terug worden aangehouden. Zeven jaar is immers de wettelijke bewaartermijn van de administratie van de instelling (privaatrechtelijk (artikel 10, derde lid, Boek 2 BW) en fiscaalrechtelijk (a Artikel 52, vierde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen en §20, lid 1, Besluit Fiscaal Bestuursrecht (Stcrt. 2023, 31898, blz. 6)). Echter, in uitzonderlijke gevallen (evidente, opzettelijke en bewuste kwaadwillendheid of ernstige verwijtbaarheid van de kant van de rechtspersoon of instelling) is het mogelijk dat de handhavende minister voor het foutherstel een langere termijn dan deze zeven jaar oplegt in het kader van foutherstel. Dit staat ter overweging en beslissing van de handhavende minister.