Geachte
heer/mevrouw,
Graag
leggen wij een aantal vragen aan u voor ter zake van de toepassing van de
deeltijdfactor bij de overname van opgebouwde verlofuren in de vorm van het
Levensfasebudget (hierna: LFB-uren) van een topfunctionaris. Voordat wij ingaan
op de vragen, schetsen wij eerst de relevante feiten en omstandigheden, gevolgd
door het wettelijk kader.
Casus
Bij
Stichting X is een nieuwe bestuurder in dienst getreden.
De bestuurder heeft in een eerdere functie als niet-topfunctionaris bij zijn vorige
werkgever circa 300-400 LFB-uren opgebouwd op basis van de van toepassing
zijnde CAO. Hij wenst deze uren in te zetten om vervroegd met pensioen te
kunnen gaan. De LFB-uren zijn niet uitbetaald bij uitdiensttreding bij de
vorige werkgever, maar 'meegenomen' naar de nieuwe werkgever.
Voor
de WNT geldt dat een component pas als bezoldiging wordt aangemerkt zodra deze
daadwerkelijk genoten wordt (het 'genietingsmoment'). In beginsel telt de
toekenning van extra verlofrechten, zoals LFB-uren, (nog) niet mee voor de
bezoldiging in de zin van de WNT. Pas wanneer de bestuurder de LFB-uren
daadwerkelijk opneemt wordt de loondoorbetaling (inclusief beloningen
betaalbaar op termijn etc.) aangemerkt als WNT-bezoldiging. De afkoop van
LFB-uren kwalificeert in beginsel ook als WNT bezoldiging.
De
WNT maximeert in beginsel niet het aantal vakantiedagen dat mag worden overeengekomen
met en verleend wordt aan een topfunctionaris. Indien echter meer verlofdagen
worden toegekend dan gebruikelijk, moet worden beoordeeld of de deeltijdfactor
moet worden aangepast. Indien door de toekenning van de extra verlofrechten
namelijk niet meer fulltime gewerkt wordt in relatie tot de WNT, dient het
salaris c.q. de bezoldiging ook naar rato aangepast te worden.
In
een vraag
en antwoord op het forum Topinkomens wordt toegelicht dat, als met de
topfunctionaris meer (doorbetaalde) vakantiedagen zijn overeengekomen dan op
grond van een collectieve arbeidsovereenkomst, een andere collectieve
regeling of een wettelijk voorschrift is toegestaan, de WNT bepaalt dat de
kalenderdagen van deze doorbetaalde periode – waarin geen sprake is van
functievervulling – in mindering moet worden gebracht op het totaal aantal
kalenderdagen van het dienstverband in dat kalenderjaar. Dit leidt tot een
lager individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum. Het voorkomt ook dat het
bezoldigingsmaximum indirect wordt omzeild door het toekennen van extra
verlofdagen.
Onze vragen
Naar
aanleiding van bovenstaande leggen wij graag de volgende vragen aan u voor:
Wij
stellen uw reactie zeer op prijs en vernemen het graag indien u nog vragen
heeft naar aanleiding van onze vraagstelling.
Wij behandelen vraag 1 en
2 in combinatie vanwege de onderlinge samenhang, en geven apart antwoord op
vraag 3.
Ad vragen 1 en 2
Het antwoord op vraag 1
is neen. Verlofuren zoals LFB-uren kunnen contractueel of rechtspositioneel opgebouwd
zijn in een periode waarin een bepaalde cao rechtstreeks, dwingend en eenduidig
op de werknemer van toepassing was en ze kunnen op grond van een bepaling van
die cao overdraagbaar zijn op een opvolgende werkgever, maar als de werknemer in
diens nieuwe functie als topfunctionaris bij de opvolgende werkgever niet
rechtstreeks, dwingend en eenduidig onder de betreffende cao valt, leidt opname
van de LFB-uren tijdens de uitoefening van de functie als topfunctionaris tot
correctie van de omvang of duur van het dienstverband en dus tot een lager
individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum voor de WNT, en kwalificeert de
eventuele uitbetaling van de afkoopsom van LFB-uren gedurende het
dienstverband dan wel bij beëindiging van het dienstverband als topfunctionaris
als bezoldiging voor de WNT.
In antwoord op vraag 2, nog
het volgende. De toekenning van de LFB-uren op zich hoeft niet tot correctie
van de deeltijdfactor te leiden, dat is pas bij opname van die uren aan de
orde. De deeltijdfactor moet namelijk bij opname van de LFB-uren gedurende het
dienstverband als topfunctionaris worden gecorrigeerd door de LFB-uren in
mindering te brengen op de uren van het dienstverband als topfunctionaris (zie
artikel 2.1, tweede lid, WNT in combinatie met artikel 7 Beleidsregels WNT
2025).
Volledigheidshalve merken
wij nog op dat het door u aangehaalde artikel 4, tweede lid,
Uitvoeringsregeling WNT hier niet van toepassing is, aangezien hier geen sprake
is van een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband zoals bedoeld in
die bepaling.
Ad vraag 3
Uitbetaalde verlofuren, zoals uitbetaalde LFB-uren, mogen voor de toets aan
het bezoldigingsmaximum op grond van artikel 3, tweede lid, Uitvoeringsregeling
WNT worden toegerekend aan een eerder kalenderjaar of aan eerdere
kalenderjaren, voor zover deze: