Topfunctionaris zonder topfunctie (verlenging/herbenoeming)

Gestart door IvB, woensdag 20 augustus 2025, 11:45:21

IvB

In art. 1.1,
onderdeel b, onder 6 WNT is opgenomen dat een topfunctionaris ook na het
neerleggen van zijn/haar functie als topfunctionaris nog voor een periode van
vier jaar als leidinggevende topfunctionaris genormeerd blijft wanneer de
topfunctie ten minste twaalf maanden is verricht en de topfunctionaris vervolgens
een andere niet-topfunctie binnen de instelling gaat vervullen. Hierbij is in
artikel 7.3b WNT verduidelijkt dat dit artikel niet van toepassing is op de
functionaris met een dienstverband als topfunctionaris dat is aangegaan voor
inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT.



In art. 4a
Beleidsregels WNT is nader verduidelijkt dat het gaat om een functie als topfunctionaris
die op of na 1 januari 2018 is aangevangen dan wel die vóór 1 januari 2018 is ingegaan
(formele startdatum van de functie) en die op of na die datum is verlengd.



Wanneer er sprake
is van 'verlenging' is niet geheel duidelijk. Ter illustratie onderstaande
casus:



Een topfunctionaris (statutair bestuurder) is sinds 1 januari 2015
werkzaam bij een WNT-instelling op basis van een arbeidsovereenkomst voor
onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is vervolgens niet meer gewijzigd. Op
grond van de statuten van de WNT-instelling vindt de benoeming van een
statutair bestuurder steeds plaats voor periode van vier jaar en kan vervolgens
herbenoeming plaatsvinden. De topfunctionaris is daarom met ingang van 1 januari
2019 en met ingang van 1 januari 2023 herbenoemd als statutair bestuurder.



In 2025 legt de topfunctionaris zijn functie als statutair bestuurder
neer en gaat hij aansluitend voor een periode van 6 maanden een adviesfunctie
vervullen.



Vraag: in deze
casus is sprake van een verlenging (herbenoeming) van de functie als statutair
bestuurder, maar een ongewijzigde arbeidsovereenkomst. Wat is in een dergelijk
geval leidend voor het bepalen of er sprake is van een 'verlenging' na 1
januari 2018 en daarmee van een topfunctionaris zonder topfunctie? In het
antwoord op een eerdere forumvraag (https://forum.topinkomens.nl/discussion/643/voormalig-topfunctionaris-met-nieuwe-functie-binnen-instelling">Voormalig
topfunctionaris met nieuwe functie binnen instelling — Forum uitvoering Wet)
wordt immers de indruk gewekt dat ook een hernieuwde benoeming als verlenging
moet worden gezien terwijl bij invoering van het artikel juist beoogd is om afspraken
gemaakt vóór 1 januari 2018 niet onder dit artikel te laten vallen. Daarnaast wordt
in art. 7.3b gesproken over een 'dienstverband' en wordt dit in art. 1.1 onder
d WNT aangeduid als 'aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond
waarvan de topfunctionaris tegen betaling zijn opgedragen taken vervult'. De
arbeidsovereenkomst is in bovenstaand voorbeeld de titel op grond waarvan de
werkzaamheden worden verricht en deze is niet verlengd. Bij toezichthoudende
topfunctionarissen is bovenstaande casus niet aan de orde. Zij verrichten hun
werkzaamheden immers op grond van hun benoeming.



HelpdeskWNT

De Helpdesk WNT van het ministerie van
BZK geeft hieronder antwoord op uw vragen in de vorm van algemene wetsuitleg.
Wij geven geen casusbeoordelingen af.



Uw vraag  gaat over wanneer er sprake is van een
verlenging van het dienstverband zodat gelet op grond van artikel 7.3b, tweede
lid WNT mogelijk geen beroep kan worden gedaan op het overgangsrecht op basis
van artikel 7.3b WNT.



Op basis van artikel 1.1, onder b, onder
6 WNT wordt een topfunctionaris die voor een periode van ten minste twaalf
kalendermaanden de functie als topfunctionaris heeft vervult nog vier jaar
aangemerkt als topfunctionaris als deze aansluitend een functie als
niet-topfunctionaris vervult. Het overgangsrecht op basis van artikel 7.3b WNT
houdt kortgezegd in dat de WNT geen nawerking heeft als een topfunctionaris een dienstverband heeft van voor de
inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT. Het begrip topfunctionaris heeft in
dat geval geen nawerking.



Indien een dienstverband wordt verlengd blijft dit
overgangsrecht buiten toepassing na de verlenging (artikel 7.3b, tweede lid,
WNT). In
artikel 12, eerste lid Beleidsregels WNT is hierop een uitzondering
geformuleerd. Bij herbenoeming vervalt ingevolge artikel 12, eerste lid onder a
en b Beleidsregels WNT, destijds de Beleidsregels WNT 2019 en 2023, het
overgangsrecht niet in het geval waarin:



a. sprake is van een arbeidsovereenkomst
of aanstelling voor onbepaalde tijd of met een looptijd tot na de
herbenoeming, en
b. de bezoldiging en de uitkering
wegens beëindiging van het dienstverband niet worden verhoogd.



In het geval de herbenoemingen per 1
januari 2019 en per 1 januari 2023 aan
deze voorwaarden voldoen is er geen nawerking
van de bezoldigingsnorm van artikel 1.1, onderdeel b, onder 6 WNT.