Verantwoording gelieerde instellingen

Gestart door NtB, vrijdag 17 april 2020, 16:48:48

NtB



Graag leg ik een aantal vragen inzake gelieerdheid aan u
voor, uitgaande van de volgende situatieschets: 



Er is sprake van een 'holding' stichting (hierna: holding)
en verschillende met deze holding in een groep verbonden andere stichtingen
(hierna: dochters). Sommige van deze dochters zijn WNT-instellingen en vallen
onder de regeling normering topinkomens OCW-sectoren (regeling onderwijs). De
holding is geen WNT-instelling, maar geldt ten aanzien van twee dochters die
onder de regeling onderwijs vallen als gelieerde instelling. De bestuurders
zijn in dienst van de holding. De bestuurders van de holding zijn tevens
topfunctionaris bij alle dochters. De dochters en de holding waar sprake is van
gelieerdheid mogen geen bezoldiging overeenkomen die gezamenlijk meer bedraagt
dan het toepasselijk bezoldigingsmaximum op basis van de regeling onderwijs.
Bij de dochters ontvangen de bestuurders feitelijk geen bezoldiging. De
bezoldiging betreft de interne doorbelasting.  



Wij hebben de volgende vragen:

1.
 
Hoe moet worden omgegaan
     met onverschuldigde betalingen bij de holding? De holding valt immers niet
     onder de WNT en kan als zodanig ook geen
     verplichtingen vanuit de WNT opgelegd krijgen.




 Bij de Evaluatiewet WNT is
terloops aangegeven dat de gelieerde rechtspersoon onder de definitie van
'partijen' in de WNT zou vallen en dat daarom de verplichting tot terugbetaling
zich ook zou uitstrekken tot – in dit voorbeeld – de holding. Deze opmerking is
ons inziens om meerdere redenen onjuist. Een gelieerde instelling is per
definitie geen WNT-instelling en kan alleen al daarom niet onder de definitie
van partijen in de zin van de WNT vallen. In
de ontwerp toelichting bij de Wet tegengaan ontduiking WNT (tot 18 juli 2019
ter consultatie gelegen) is bovendien expliciet benoemd dat de gelieerde
rechtspersonen niet onder de WNT vallen.



2. Welk bedrag moet worden
     verantwoord in tabel 1 E van het
     verantwoordingsmodel bij de WNT-instelling? Betreft dit de betaling
     aan de bestuurder (welke betaling niet door de WNT-instelling wordt gedaan
     maar door de holding) of betreft het de doorbelasting of betreft het beide
     bedragen (waardoor een dubbeltelling plaatsvindt).


3. In hoeverre dient
     überhaupt over 2019 verantwoording plaats te vinden van de bezoldiging bij de gelieerde rechtspersoon, nu de
     Uitvoeringsregeling op dit punt eerst per 2020 is aangepast.

De vraag rijst of openbaarmaking
niet in strijd is met de AVG, en het (grondwettelijke)recht op bescherming van
de privésfeer van de topfunctionaris, nu er geen wettelijke grondslag voor de
openbaarmaking van de bezoldiging bij de gelieerde rechtspersoon is.



 




HelpdeskWNT

Opmerking
vooraf



Wij kunnen niet beoordelen of de holding
aangemerkt kan of zal worden als gelieerde rechts­persoon van de
WNT-instellingen in de zin van de WNT. Gelieerdheid in de zin van de WNT werkt
in de regel "top down", maar kan ook "bottom up" werken als er sprake is van
een "moeder" die (mede) door de "dochters" (waaronder de WNT-instellingen) is
opgericht of als de "dochters" invloed van betekenis hebben op beleid en beheer
van de "moeder". Als we veronderstellen of voor waar aannemen dat daarvan in
dit geval sprake is en er dus sprake is van gelieerdheid in de zin van de WNT,
dan luiden de antwoorden op uw vragen als volgt.





Antwoord
op de vragen



De Helpdesk WNT geeft geen oordeel over
concrete casus maar beperkt zich tot het geven van wetsuitleg.





Ad vraag 1



Op grond van artikel 2.1, vijfde lid, WNT mag
het totaal van de bezoldiging(en) bij de WNT-instelling(en) en de bezoldiging
bij de gelieerde rechtspersoon niet hoger zijn dan het algemene
bezoldigingsmaximum van artikel 2.3 WNT dan wel, indien op grond van het zesde
lid van die bepaling een afwijkend bedrag geldt, dat afwijkende bedrag.





Voor zover sprake is van een topfunctionarissen
van een WNT-instelling die zijn of haar functie vervult anders dan op grond van
dienstbetrekking met die WNT-instelling, vormt de som van de vergoedingen voor
het vervullen van de functie, met uitzondering van de vergoedingen die bij een
functievervulling op grond van een dienstbetrekking onbelast zouden zijn, en
met uitzondering van de omzetbelasting, de bezoldiging bij de WNT-instelling. Dat
geldt ook ingeval de topfunctionaris door de gelieerde rechtspersoon ter
beschikking is gesteld (bijvoorbeeld in de vorm van detachering binnen de groep
van rechtspersonen). Indien er geen vergoeding aan de ter beschikking stellende
derde wordt betaald door de WNT-instelling en de WNT-instelling ook niet aan de
topfunctionaris zelf betalingen verricht, is de bezoldiging bij de
WNT-instelling feitelijk nul.





Indien er echter wel een vergoeding wordt
betaald door de WNT-instelling aan de ter beschikking stellende derde én het
totaal van die bezoldiging en de bezoldiging bij de gelieerde rechtspersoon het
vorenbedoelde bezoldigingsmaximum overstijgt, dan is het meerdere
onverschuldigd betaald op grond van artikel 1.6, eerste lid, WNT. Onverschuldigde
betaling in de zin van de WNT kan alleen aan de orde zijn bij de WNT-instelling
en dus niet bij de gelieerde rechtspersoon, omdat de WNT geen verplichtingen of
normen aan gelieerde rechtspersonen oplegt. De onverschuldigde betaling moet
derhalve ongedaan worden gemaakt op de bezoldiging bij de WNT-instelling. Bij
een topfunctionaris die anders dan op grond van dienstbetrekking werkzaam is
bij de WNT-instelling, komt dit erop neer dat een deel of mogelijk zelfs het
geheel van de aan de ter beschikking stellende derde betaalde vergoedingen zal
moeten worden teruggevorderd (van de ter beschikking stellende derde, dan wel
de topfunctionaris) door de WNT-instelling.





Ad vraag 2



Indien de gelieerde rechtspersoon de bedoelde
ter beschikking stellende derde is, zou het bij elkaar optellen van de
bezoldiging bij de WNT-instelling en de bezoldiging bij de gelieerde
rechtspersoon de door u bedoelde dubbeltelling van bezoldiging en als gevolg
daarvan een onverschuldigde betaling (kunnen) opleveren. De bezoldiging bij de
WNT-instelling bestaat dan immers uit (het deel van) de bezoldiging bij de
gelieerde rechtspersoon die bij de WNT-instelling in rekening wordt of is
gebracht. De dubbeltelling is in deze situatie onbedoeld en onwenselijk, omdat
de topfunctionaris in een dergelijk geval feitelijk slechts één keer
bezoldiging ontvangt, namelijk van de gelieerde rechtspersoon. Om deze
dubbeltelling en daarmee een eventuele onverschuldigde betaling te voorkomen,
dient de dubbel­telling in een voorkomend geval ongedaan gemaakt te worden in
de WNT-verantwoording (in tabel 1.e). De aan de WNT-instelling doorbelaste
kosten voor de functievervulling kunnen daartoe in mindering worden gebracht op
de te verantwoorden bezoldiging van de topfunctionaris uit hoofde van de
dienstbetrekking met de gelieerde rechtspersoon. Dit zal in tabel 1.e van het
(momenteel in voorbereiding zijnde) Verantwoordingsmodel WNT 2020 worden
opgenomen en worden toegelicht in de invulinstructie bij die tabel.





Ad vraag 3



Deze
verantwoording hoeft niet over 2019 en eerdere jaren plaats te vinden. Het
betreffende onderdeel i is per 1 januari 2020 in artikel 5, eerste lid,
Uitvoeringsregeling WNT ingevoegd, zonder terugwerkende kracht naar eerdere
jaren, en geldt derhalve niet eerder dan vanaf 1 januari 2020. Hiermee geven
wij antwoord op uw derde vraag.