Werking artikel 11a Beleidsregels WNT 2018 (zonder nabetaling eerdere jaren)

Discussie gestart door RvdHRvdH .
Begonnen op . Geplaatst in categorie: Overgangsrecht.

Op basis van artikel 11a Beleidsregels mag voor het berekenen van de afbouw in het eerste jaar uitgegaan worden van de hoogste bezoldiging in de 5 voorafgaande jaren waarbij de bezoldiging in het jaar voorafgaand aan het jaar van de 1e afbouw het maximum vormt. De gedachte hierachter is dat topfunctionarissen die hun bezoldiging vrijwillig hebben verlaagd niet extra geraakt moeten worden door de afbouw.

Kijkend naar de systematiek van artikel 11a kom ik tot de voorlopige conclusie dat geen beroep meer kan worden gedaan op dit artikel voor het 2e/3e of 4e jaar van afbouw hetgeen alsnog nadelige gevolgen kan hebben voor de betreffende topfunctionaris. In een voorbeeld zal ik dit schetsen:

  • stel een topfunctionaris heeft een bezoldiging in 2013 van EUR 300.000
  • de bezoldiging is nadien verlaagd en in 2016 uitgekomen op EUR 240.000
  • Stel dat de eerste afbouw moet plaatsvinden naar 220.000

1) Indien de bezoldiging niet vrijwillig was verlaagd had vanaf 2017 afgebouwd moeten worden elk jaar EUR 20.000. De maxima in 2017, 2018, 2019 en 2020 zouden dan respectievelijk EUR 280.000, EUR 260.000, EUR 240.000 en EUR 220.000 zijn.

2) op basis van artikel 11a zou er in 2017 geen afbouw hebben hoeven plaatsvinden. Immers berekening afbouw op basis van hoogste bezoldiging zou wederom leiden tot maximaal EUR 280.000 maar door het derde lid van dat artikel geldt een maximum van EUR 240.000 in 2017. Voor de jaren 2018, 2019 en 2020 zou dan verder afgebouwd moeten worden vanaf EUR 240.000 in drie stappen naar EUR 220.000 

3) gezien de achtergrond van artikel 11a en ook de toelichting die is gegeven bij het besluit lijkt het ons logischer dat de EUR 240.000 ook in 2018 en 2019 mag worden gecontinueerd aangezien uitgaande van de hoogste bezoldiging in 2013 en de op basis hiervan berekende afbouw pas vanaf 2020 de afbouw leidt tot een maximum van onder de EUR 240.000, te weten EUR 220.000

De hieronder opgenomen toelichting bij de Beleidsregels WNT 2018 duidt hier ook op (zie het vetgedrukte stuk) maar een strikte uitleg van lid 4 van artikel 11a lijkt dit te verhinderen

"Dat de WNT het beschreven effect niet beoogt te hebben, volgt uit de beantwoording door de Minister van BZK van een vraag hierover van Kamerlid Bisschop (SGP) tijdens de behandeling van de WNT-2 (Tweede Kamer, vergaderjaar 2014-2015, 33 978, nr. 23, blz. 27 en blz. 45 – 46).
Dit betekent overigens niet dat voor deze topfunctionarissen tijdens de afbouw de bezoldiging weer
kan toenemen tot boven de bezoldiging die in het laatste jaar voorafgaand aan het eerste afbouwjaar. werkelijk wordt genoten. Dat is geregeld in het derde lid. De bezoldiging wordt op het aangepaste niveau doorbetaald totdat het moment wordt bereikt waarop de bezoldiging zou zijn uitgekomen indien die vanaf het hoogste niveau van vóór de wijziging, waarop recht bestond, zou zijn afgebouwd. Vanaf dat moment start de afbouw van de bezoldiging feitelijk"

Het vorenstaande resulteert in de vraag of bij de toepassing van artikel 11a inderdaad conform ons derde scenario mag worden gehandeld? Mocht dit onverhoopt niet het geval zijn dan vernemen wij graag of er nog een aanpassing van artikel 11a mag worden verwacht? Mocht ook dit niet het geval zijn dan vernemen wij graag de overwegingen in dit kader
 


Reacties

  • De reactie van HelpdeskWNTHelpdeskWNT .
    Lid van de Redactie Min. BZKArray Reactie geschreven op .

    In Artikel 11a van de Beleidsregels WNT 2019 is het volgende vastgesteld in geval van vrijwillige verlaging:

    De slotzin van artikel 11a, eerste lid, Beleidsregels WNT 2019 luidt: 'Onder genoten bezoldiging als bedoeld in artikel 7.3, achtste lid, van de WNT wordt in dit verband verstaan de in het jaar voorafgaand aan het eerste afbouwjaar werkelijk genoten bezoldiging.' 

    In artikel 7.3, achtste lid, WNT wordt alleen in de tweede volzin gesproken over genoten bezoldiging. Deze tweede volzin bepaalt de berekeningswijze van de afbouw in het eerste afbouwjaar. De verduidelijking in de slotzin van art. 11a, eerste lid, Beleidsregels WNT 2019 heeft derhalve uitsluitend betrekking op (in de zin van het verduidelijken van) de bepaling met betrekking tot de berekening van de bezoldiging in het eerste afbouwjaar. Dat blijkt ook uit de woordkeuze '... voorafgaand aan het eerste afbouwjaar werkelijk genoten bezoldiging'.

    In artikel 11a, tweede lid, Beleidsregels WNT 2019 wordt vervolgens een uitzondering gemaakt voor de inhoud van het begrip genoten bezoldiging zoals bedoeld in artikel 11a, eerste lid, Beleidsregels WNT 2019. Die uitzondering ziet derhalve op de bepaling met betrekking tot de berekening van de bezoldiging in het eerste afbouwjaar.

    In artikel 11a, derde lid, Beleidsregels WNT 2019 wordt voor wat het eerste afbouwjaar betreft een maximum aan het effect van het tweede lid van die bepaling gesteld: er kan geen sprake zijn van stijging ten opzichte van de werkelijk genoten bezoldiging in het laatste jaar van behoud.

    In artikel 11a, vierde lid, Beleidsregels WNT 2019 wordt voor de afbouw vanaf het tweede jaar van afbouw expliciet verduidelijkt dat de werkelijke bezoldiging van het voorafgaande jaar startpunt van de berekening is, gelet op artikel 7.3, achtste lid, WNT. Artikel 11a, tweede lid, Beleidsregels WNT 2019 heeft hier verder geen betrekking op. De aangehaalde passage uit de oorspronkelijke toelichting bij de beleidsregels WNT 2018 is abusievelijk niet helemaal in lijn met de tekst van de bepaling. De tekst van de bepaling gaat boven de tekst van de toelichting.

    Dit betekent dat bovenstaand beknopte voorbeeld waarbij wordt aangegeven dat er in het tweede, derde en vierde jaar van afbouw uitgegaan dient te worden van de werkelijk genoten bezoldiging in het voorgaande jaar bij vrijwillige verlaging juist is. Voor verdere informatie betreffende de afbouw bij vrijwillige verlaging op grond van art. 11a van de Beleidsregels WNT 2019 verwijs ik naar de Q&A: https://www.topinkomens.nl/vraag-antwoord/vraag-en-antwoord/wat-is-het-startpunt-voor-de-afbouw-van-de-bezoldiging
Deze discussie is gesloten.