Bepaling datum einde functievervulling
Discussie gestart door
Niels .

Een WNT-instelling heeft voor langere tijd een (interim) topfunctionaris zonder dienstbetrekking ingehuurd. Vanaf 1 juni wordt deze (interim) topfunctionaris overgeheveld naar tabel 1a, omdat inmiddels meer dan 12 maanden op interimbasis is gewerkt.
Een (interim)topfunctionaris heeft een overeenkomst tot eind september voor de invulling van de functie als topfunctionaris.
De topfunctionaris declareert echter tot 15 september uren in het kader van deze functie, omdat in de resterende periode geen uren meer worden gemaakt. Echter er is wel een doorlopende overeenkomst in het kader van de functievervulling.
Dient voor de bepaling van de einde functievervulling in de WNT-verantwoording uit te worden gegaan van 30 september of van 15 september in tabel 1a?
Aangezien op basis van de bezoldigingsnorm op basis van het aantal dagen wordt berekend heeft dit invloed op de totale bezoldigingsnorm.
Een (interim)topfunctionaris heeft een overeenkomst tot eind september voor de invulling van de functie als topfunctionaris.
De topfunctionaris declareert echter tot 15 september uren in het kader van deze functie, omdat in de resterende periode geen uren meer worden gemaakt. Echter er is wel een doorlopende overeenkomst in het kader van de functievervulling.
Dient voor de bepaling van de einde functievervulling in de WNT-verantwoording uit te worden gegaan van 30 september of van 15 september in tabel 1a?
Aangezien op basis van de bezoldigingsnorm op basis van het aantal dagen wordt berekend heeft dit invloed op de totale bezoldigingsnorm.
Deze discussie is gesloten.
Reacties
De HelpdeskWNT van het ministerie van BZK doet geen uitspraken over concrete, individuele casus. Wij geven uitsluitend algemene wetsuitleg over de WNT. Wij gaan daarbij uit van de informatie in de vraagstelling. Onvolledige of onjuiste informatie betekent dat deze wetsuitleg mogelijk niet klopt of niet geldt. Het eindoordeel over een casus ligt bij de bevoegde toezichthouder op de WNT, die zijn oordeel op alle relevante feiten, omstandigheden en afspraken kan baseren.
Voor een topfunctionaris zonder dienstbetrekking geldt vanaf de dertiende kalendermaand de reguliere normering van de WNT op grond van artikel 2.1, vierde lid, eerste en tweede volzin, WNT in combinatie artikel 2.1, eerste, tweede en derde lid, van die wet. Vanaf de dertiende kalendermaand wordt het individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum bepaald, waarbij moet worden gecorrigeerd voor de werkelijke omvang en duur van het dienstverband. Het tweede en derde lid van artikel 2.1 WNT zijn hierop van overeenkomstige toepassing. Afgaande op de beschrijving van dit geval, ligt het daarbij voor de hand om uit te gaan van artikel 2.1, derde lid, WNT (correctie van de duur van het dienstverband). Het derde lid van artikel 2.1 WNT bepaalt het volgende: in geval van een dienstverband met een kortere duur dan een kalenderjaar, komen partijen geen bezoldiging overeen die meer bedraagt dan de maximale bezoldiging, bedoeld in artikel 2.3 WNT, vermenigvuldigd met het aantal dagen waarop het dienstverband betrekking heeft en gedeeld door 365. Hiervoor moet het aantal kalenderdagen (niet: werkdagen) vanaf aanvang t/m einde van de functievervulling, in het kalenderjaar, worden gebruikt. Als de functievervulling daadwerkelijk is gestopt vóór de formele einddatum van de overeenkomst van opdracht, moet voor de WNT worden uitgegaan van de laatste dag waarop gewerkt is. Als dat 15 september is, zoals u in uw vraag poneert, dan zal dat vermoedelijk de datum van einde functievervulling zijn en niet de formele einddatum van de overeenkomst van opdracht.
Voor de volledigheid, nog dit. Indien in dit geval sprake is of zou zijn van een situatie waarin wel over de volledige laatste maand is gedeclareerd maar slechts over bijvoorbeeld de helft van de gebruikelijke arbeidsuren ten opzichte van eerdere maanden, dan zal het individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum in dat geval niet voor de duur maar wel voor de omvang van het dienstverband moeten worden gecorrigeerd, namelijk op grond van artikel 2.1, tweede lid, WNT. Of anders gezegd: dan moet in de laatste maand de deeltijdfactor worden aangepast aan het werkelijke aantal arbeidsuren over die maand.