Toerekening non-actiefperiode

Discussie gestart door JaapKauwermanJaapKauwerman .
Begonnen op . Geplaatst in categorie: Ontslag.
Met een (gewezen) topfunctionaris wordt op 1 juli 2016 overeengekomen het dienstverband te beëindigen per 1 april 2017. Zij ontvangt op 1 april 2017 een beëindigingsvergoeding van € 75.000 en wordt per 1 juli 2016 vrijgesteld van werkzaamheden. Haar totale bezoldiging bedraagt € 6.000 per maand. 

Het uitvoeringsbesluit geeft aan dat primair het jaar waarin de beloning in de salarisadministratie wordt verwerkt het jaar is waarin op grond van de WNT moet worden toegelicht c.q. wordt genormeerd. Is het dus juist als in 2016 een bedrag van 6 maal € 6.000 als 'uitkering wegens beëindiging dienstverband' wordt toegerekend en in 2017 een bedrag van 3 * € 6.000 + € 75.000 = € 93.000? 

Op de datum van ondertekening van de vaststellingsovereenkomst heeft zij drie maanden vakantiedagen opgebouwd die geacht worden te zijn opgenomen op 1 april 2017. Mag toerekening van de opgenomen dagen versus feitelijke non-activiteit naar eigen inzicht plaatsvinden of bijvoorbeeld lineair over de gehele non-activiteitsperiode?

Reacties

  • De reactie van HelpdeskWNT#1HelpdeskWNT#1 .
    Lid van de Redactie Min. BZKArray Reactie geschreven op .
    Voor de toepassing van de WNT (artikel 2.10 lid 3 WNT) wordt bezoldiging over een periode waarin de topfunctionaris vooruitlopend op de beëindiging van het dienstverband geen taken meer vervult, aangemerkt als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en wordt de datum waarop de topfunctionaris de uitoefening van zijn taken beëindigt aangemerkt als datum waarop het dienstverband eindigt. Het totaalbedrag van de uitkering wegens beëindiging dienstverband mag de €75.000,- niet overschrijden en kan niet in delen worden verantwoord.

  • De reactie van JaapKauwermanJaapKauwerman .
    Reactie geschreven op .
    Bedankt voor het antwoord. Het gaat hier overigens om een gewezen topfunctionaris, dus er geldt alleen een toelichtingsvereiste.

    Als de werknemer nu wettelijk recht gehad zou hebben op een transitievergoeding van € 20.000, die geacht wordt deel uit te maken van de totale beëindigingsvergoeding van € 75.000, hoeft dan slechts een bedrag van € 55.000 (plus de bezoldiging gedurende non-activiteit) te worden toegelicht, op grond van het feit dat dergelijke uitkeringen geen onderdeel vormen van de uitkering wegens beëindiging dienstverband?
Deze discussie is gesloten.