Uitkering wegen beëindiging en toerekening diverse afkoopsommen
Discussie gestart door
BS_Accountant .

De bestuurder van een stichting is in conflict gekomen met zijn RvT. Hem is daarom ontslag aangezegd met een opzegtermijn van een halfjaar (2 keer 3 maanden). Dit ontslag is aangevochten bij de kantonrechter. Dat heeft niet mogen baten. De bestuurder is vervolgens uitgeschreven als statutair bestuurder bij de start van de opzegtermijn.
De stichting heeft vervolgens besloten het salaris van de opzegtermijn in één keer uit te betalen. De bestuurder heeft echter niet ingestemd met het ontslag. Ook is er geen VSO gesloten. Daarom wordt momenteel nog geprocedeerd over het recht op een billijke vergoeding in het kader van kennelijk onredelijk ontslag.
Omdat geen sprake meer kan zijn van een in onderling overleg af te sluiten VSO zal de uitbetaling van het salaris gedurende de opzegtermijn en de mogelijk nog toe te kennen billijke vergoeding volgens ons niet kunnen worden beperkt door de norm van € 75k voor een Uitkering wegens beëindiging van een dienstverband
De betaling ineens van de maandsalarissen die zien op de opzegtermijn wordt vervolgens in de WNT-verantwoording opgenomen als Uitkering wegens beëindiging dienstverband Topfunctionaris. Hier wordt vervolgens de norm van € 75k tegen afgezet en blijkt sprake van een te hoge beloning. Naar onze mening kan daar dus geen sprake van zijn.
Daar komt nog bij dat in het voorjaar de betreffende bestuurder nog een fors aantal vakantiedagen heeft verkocht. Over het hele jaar genomen paste zijn salaris inclusief deze afkoop nog net binnen de sectorale norm voor zijn beloning. Omdat hij door het conflict net na de zomer is uitgeschreven als bestuurder en daardoor maar 9 maanden topbestuurder is geweest en de afkoop van de vakantiedagen volledig is meegenomen in zijn beloning over deze eerste 9 maanden ontstaat daardoor ook over deze 'actieve' periode een te hoge beloning. Wij vragen ons af of deze toerekening wel juist is.
Wij hebben bij deze casus daarom de volgende vragen:
a) Moet de betreffende bestuurder voor de periode van de opzegtermijn worden aangemerkt als een voormalig topfunctionaris en dus voor deze periode tot zijn feitelijke einddatum (voor de duur van de opzegtermijn) van zijn arbeidsovereenkomst in de WNT-verantwoording worden opgenomen in de rubriek Overige functionaris in loondienst?
b) Is de uitbetaling ineens van de maanden die onderdeel zijn van de opzegtermijn een Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die wordt begrensd door de norm van € 75k ook als er geen VSO is gesloten en er nog wordt geprocedeerd over een billijke vergoeding?
c) En hoe moeten we dan met een eventuele toekenning van een billijke vergoeding omgaan als deze via de rechter mogelijk nog wordt toegekend in het lopende boekjaar?
d) Hoe moeten wij omgaan met de afkoop van de vakantiedagen in het voorjaar waardoor zijn totale beloning over de eerste 9 maanden boven de (9/12) norm uitkomt omdat de ruimte die in de resterende maanden van het jaar hiervoor zou zijn ontstaan niet door deze bestuurder kon worden benut?
De stichting heeft vervolgens besloten het salaris van de opzegtermijn in één keer uit te betalen. De bestuurder heeft echter niet ingestemd met het ontslag. Ook is er geen VSO gesloten. Daarom wordt momenteel nog geprocedeerd over het recht op een billijke vergoeding in het kader van kennelijk onredelijk ontslag.
Omdat geen sprake meer kan zijn van een in onderling overleg af te sluiten VSO zal de uitbetaling van het salaris gedurende de opzegtermijn en de mogelijk nog toe te kennen billijke vergoeding volgens ons niet kunnen worden beperkt door de norm van € 75k voor een Uitkering wegens beëindiging van een dienstverband
De betaling ineens van de maandsalarissen die zien op de opzegtermijn wordt vervolgens in de WNT-verantwoording opgenomen als Uitkering wegens beëindiging dienstverband Topfunctionaris. Hier wordt vervolgens de norm van € 75k tegen afgezet en blijkt sprake van een te hoge beloning. Naar onze mening kan daar dus geen sprake van zijn.
Daar komt nog bij dat in het voorjaar de betreffende bestuurder nog een fors aantal vakantiedagen heeft verkocht. Over het hele jaar genomen paste zijn salaris inclusief deze afkoop nog net binnen de sectorale norm voor zijn beloning. Omdat hij door het conflict net na de zomer is uitgeschreven als bestuurder en daardoor maar 9 maanden topbestuurder is geweest en de afkoop van de vakantiedagen volledig is meegenomen in zijn beloning over deze eerste 9 maanden ontstaat daardoor ook over deze 'actieve' periode een te hoge beloning. Wij vragen ons af of deze toerekening wel juist is.
Wij hebben bij deze casus daarom de volgende vragen:
a) Moet de betreffende bestuurder voor de periode van de opzegtermijn worden aangemerkt als een voormalig topfunctionaris en dus voor deze periode tot zijn feitelijke einddatum (voor de duur van de opzegtermijn) van zijn arbeidsovereenkomst in de WNT-verantwoording worden opgenomen in de rubriek Overige functionaris in loondienst?
b) Is de uitbetaling ineens van de maanden die onderdeel zijn van de opzegtermijn een Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband die wordt begrensd door de norm van € 75k ook als er geen VSO is gesloten en er nog wordt geprocedeerd over een billijke vergoeding?
c) En hoe moeten we dan met een eventuele toekenning van een billijke vergoeding omgaan als deze via de rechter mogelijk nog wordt toegekend in het lopende boekjaar?
d) Hoe moeten wij omgaan met de afkoop van de vakantiedagen in het voorjaar waardoor zijn totale beloning over de eerste 9 maanden boven de (9/12) norm uitkomt omdat de ruimte die in de resterende maanden van het jaar hiervoor zou zijn ontstaan niet door deze bestuurder kon worden benut?
Deze discussie is gesloten.
Reacties
U legt een verzoek om casusbeoordeling voor. De HelpdeskWNT van het ministerie van BZK geeft geen casusbeoordelingen af en doet geen uitspraken over concrete casus en ook niet over eigen interpretatie(s) van de WNT in de vraagstelling (bijvoorbeeld of een bepaalde uitkering wel of niet is uitgezonderd van het maximum van artikel 2.10 WNT). Wij geven uitsluitend algemene wetsuitleg over de WNT.
Ad vraag a: een topfunctionaris blijft in beginsel tot de datum van beëindiging van het dienstverband aangemerkt worden als topfunctionaris voor de WNT uit hoofde van de oorspronkelijke functie, ook als die functie feitelijk niet wordt vervuld gedurende de opzegtermijn. Als een topfunctionaris gedurende de opzegtermijn (tijdelijk) andere werkzaamheden verricht in een functie die op zich niet als topfunctie wordt of moet of kan worden beschouwd, blijft de topfunctionaris in die periode aangemerkt als topfunctionaris op grond van artikel 1.1, onderdeel b, sub 6°, WNT. Zie artikel 4a Beleidsregels WNT 2025 en de Q&A Is de WNT nog van toepassing nadat een functionaris zijn functie als topfunctionaris heeft neergelegd? | Topinkomens voor de criteria en voorwaarden die daarvoor gelden.
Ad vraag b: Zie artikel 10, tweede lid, onderdeel c, Beleidsregels WNT 2025 en deze Q&A: Wordt doorbetaling van bezoldiging gedurende de opzegtermijn voorafgaand aan beëindiging van het dienstverband van een topfunctionaris aangemerkt als ontslagvergoeding? | Topinkomens. Voor de WNT maakt het in beginsel geen verschil of een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband in een bedrag ineens dan wel in bedragen in termijnen wordt overeengekomen en/of betaald. Het maximum van artikel 2.10, eerste lid, WNT geldt voor het totaal van de uitkering(en).
Ad vraag c: Een uit een rechterlijke uitspraak voortvloeiende ontslagvergoeding (waaronder ook begrepen een billijke vergoeding) kwalificeert voor de WNT als uitkering wegens beëindiging van het dienstverband en moet als zodanig worden verantwoord, maar zijn niet onverschuldigd betaald in de zin van de WNT voor zover het maximum van artikel 2.10, eerste lid, WNT wordt overschreden door de betaling van een dergelijke ontslagvergoeding. Zie artikel 1.6, tweede lid, tweede volzin, WNT in combinatie met deze Q&A: Is de betaling van een uitkering wegens beëindiging van het dienstverband (ontslagvergoeding) die uit een rechterlijke uitspraak voortvloeit per definitie niet genormeerd door de WNT, ook ingeval van een pro forma uitspraak? | Topinkomens.
Ad vraag d: De afkoopsom van niet-opgenomen vakantie- of compensatiedagen vormt bezoldiging voor de WNT (artikel 2, eerste lid, onderdeel i, Uitvoeringsregeling WNT). Mogelijk kan een deel van de uitbetaalde afkoopsom met toepassing van artikel 3, tweede lid, Uitvoeringsregeling WNT worden toegerekend aan een eerder kalenderjaar of (cascadegewijs) aan eerdere kalenderjaren waarin nog wel ruimte in de WNT-norm resteert. Zie deze Q&A: Hoe moet worden omgegaan met de toerekening van bezoldigingscomponenten? | Topinkomens. De uitzondering op de bezoldiging van artikel 2, tweede lid, onderdeel i, Uitvoeringsregeling WNT geldt alleen voor de afkoopsom die uitbetaald is bij de beëindiging van het dienstverband, niet gedurende het dienstverband. Zie deze Q&A’s: Hoe wordt omgegaan met de afkoop van niet opgenomen vakantiedagen bij beëindiging van het dienstverband indien het bezoldigingsmaximum wordt overschreden? | Topinkomens en Stappenplan toepassing vakantiedagenregeling WNT bij beëindiging dienstverband | Topinkomens.