Klassenindeling (omzet)

Voor het bepalen van de klassenindeling is de omzet van een instelling van belang in het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de klassenindeling wordt vastgesteld. In de Regeling bezoldigingsmaxima topfunctionarissen zorg en jeugdhulp is hierover het volgende opgenomen:
“Uitgangspunt is dat de functie van topfunctionaris zwaarder wordt en dat derhalve de maximumbezoldiging mag toenemen naarmate de omzet van de rechtspersoon of instelling hoger is. Een hogere omzet impliceert het hebben van een grotere verantwoordelijkheid en de aansturing van meer medewerkers.”
“Onder ‘omzet’ wordt verstaan de som van de bedrijfsopbrengsten in het kalenderjaar voorafgaande aan het jaar waarin de beoordeling plaatsvindt.”
Ik heb een vraag over het vaststellen van de hoogte van de omzet wanneer sprake is van een samenwerking tussen meerdere WNT-instellingen waarbij één WNT-instelling optreedt als penvoerder en alle gelden ontvangt. Een deel van deze gelden wordt ontvangen voor de andere WNT-instellingen (als agent) en is niet als som der bedrijfsopbrengsten opgenomen in de jaarrekening. Dit zou – op basis van de bedragen in de jaarrekening – tot een lagere klasse leiden dan wanneer de volledige inkomsten als omzet zouden worden aangemerkt.
Vraag: klopt het dat de ‘som der bedrijfsopbrengsten’ in de jaarrekening van het voorgaande kalenderjaar altijd leidend is voor het vaststellen van de klassenindeling en dat daarin dus altijd de wijze van verantwoorden door de WNT-instelling moet worden gevolgd? Of mag worden uitgegaan van het totaal aan ontvangen bedragen?
Reacties