Topfunctionaris zonder topfunctie (verlenging/herbenoeming)

Discussie gestart door IvBIvB .
Begonnen op . 28 augustus aangepast Geplaatst in categorie: Topfunctionarissen.

In art. 1.1, onderdeel b, onder 6 WNT is opgenomen dat een topfunctionaris ook na het neerleggen van zijn/haar functie als topfunctionaris nog voor een periode van vier jaar als leidinggevende topfunctionaris genormeerd blijft wanneer de topfunctie ten minste twaalf maanden is verricht en de topfunctionaris vervolgens een andere niet-topfunctie binnen de instelling gaat vervullen. Hierbij is in artikel 7.3b WNT verduidelijkt dat dit artikel niet van toepassing is op de functionaris met een dienstverband als topfunctionaris dat is aangegaan voor inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT.

In art. 4a Beleidsregels WNT is nader verduidelijkt dat het gaat om een functie als topfunctionaris die op of na 1 januari 2018 is aangevangen dan wel die vóór 1 januari 2018 is ingegaan (formele startdatum van de functie) en die op of na die datum is verlengd.

Wanneer er sprake is van ‘verlenging’ is niet geheel duidelijk. Ter illustratie onderstaande casus:

Een topfunctionaris (statutair bestuurder) is sinds 1 januari 2015 werkzaam bij een WNT-instelling op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De arbeidsovereenkomst is vervolgens niet meer gewijzigd. Op grond van de statuten van de WNT-instelling vindt de benoeming van een statutair bestuurder steeds plaats voor periode van vier jaar en kan vervolgens herbenoeming plaatsvinden. De topfunctionaris is daarom met ingang van 1 januari 2019 en met ingang van 1 januari 2023 herbenoemd als statutair bestuurder.

In 2025 legt de topfunctionaris zijn functie als statutair bestuurder neer en gaat hij aansluitend voor een periode van 6 maanden een adviesfunctie vervullen.

Vraag: in deze casus is sprake van een verlenging (herbenoeming) van de functie als statutair bestuurder, maar een ongewijzigde arbeidsovereenkomst. Wat is in een dergelijk geval leidend voor het bepalen of er sprake is van een ‘verlenging’ na 1 januari 2018 en daarmee van een topfunctionaris zonder topfunctie? In het antwoord op een eerdere forumvraag (Voormalig topfunctionaris met nieuwe functie binnen instelling — Forum uitvoering Wet) wordt immers de indruk gewekt dat ook een hernieuwde benoeming als verlenging moet worden gezien terwijl bij invoering van het artikel juist beoogd is om afspraken gemaakt vóór 1 januari 2018 niet onder dit artikel te laten vallen. Daarnaast wordt in art. 7.3b gesproken over een ‘dienstverband’ en wordt dit in art. 1.1 onder d WNT aangeduid als ‘aanstelling, arbeidsovereenkomst of andere titel op grond waarvan de topfunctionaris tegen betaling zijn opgedragen taken vervult’. De arbeidsovereenkomst is in bovenstaand voorbeeld de titel op grond waarvan de werkzaamheden worden verricht en deze is niet verlengd. Bij toezichthoudende topfunctionarissen is bovenstaande casus niet aan de orde. Zij verrichten hun werkzaamheden immers op grond van hun benoeming.


Reacties

  • De reactie van HelpdeskWNTHelpdeskWNT .
    Lid van de Redactie Min. BZKArray Reactie geschreven op .

    De Helpdesk WNT van het ministerie van BZK geeft hieronder antwoord op uw vragen in de vorm van algemene wetsuitleg. Wij geven geen casusbeoordelingen af.

    Uw vraag  gaat over wanneer er sprake is van een verlenging van het dienstverband zodat gelet op grond van artikel 7.3b, tweede lid WNT mogelijk geen beroep kan worden gedaan op het overgangsrecht op basis van artikel 7.3b WNT.

    Op basis van artikel 1.1, onder b, onder 6 WNT wordt een topfunctionaris die voor een periode van ten minste twaalf kalendermaanden de functie als topfunctionaris heeft vervult nog vier jaar aangemerkt als topfunctionaris als deze aansluitend een functie als niet-topfunctionaris vervult. Het overgangsrecht op basis van artikel 7.3b WNT houdt kortgezegd in dat de WNT geen nawerking heeft als een topfunctionaris een dienstverband heeft van voor de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT. Het begrip topfunctionaris heeft in dat geval geen nawerking.

    Indien een dienstverband wordt verlengd blijft dit overgangsrecht buiten toepassing na de verlenging (artikel 7.3b, tweede lid, WNT). In artikel 12, eerste lid Beleidsregels WNT is hierop een uitzondering geformuleerd. Bij herbenoeming vervalt ingevolge artikel 12, eerste lid onder a en b Beleidsregels WNT, destijds de Beleidsregels WNT 2019 en 2023, het overgangsrecht niet in het geval waarin:

    a. sprake is van een arbeidsovereenkomst of aanstelling voor onbepaalde tijd of met een looptijd tot na de herbenoeming, en
    b. de bezoldiging en de uitkering wegens beëindiging van het dienstverband niet worden verhoogd.

    In het geval de herbenoemingen per 1 januari 2019 en per 1 januari 2023 aan deze voorwaarden voldoen is er geen nawerking van de bezoldigingsnorm van artikel 1.1, onderdeel b, onder 6 WNT.


Deze discussie is gesloten.